

Verloop van je kraambed
De bevalling was een enerverende belevenis. Meestal ben je erg moe naar de bevalling en zou je het liefst heel lang willen uitrusten. Maar als kraamvrouw met een pasgeboren ga je gelijk door naar de volgende periode. Tijdens het kraambed gebeuren er dingen die heel normaal zijn, maar het is handig te weten dát het gebeurt.
De partner
Je partner krijgt voor het verwerken van deze enerverende gebeurtenis slechts twee dagen vrij. De dag van de bevalling telt voor één en er is dan nog één dag voor het noodzakelijke regelwerk. En dat is veel. Iedereen kan begrijpen dat twee dagen niet genoeg zijn. De bevalling is ook voor je partner een emotionele en dus inspannende gebeurtenis. Om dit samen te verwerken kost tijd. Tegelijkertijd wordt hij (of zij) de vader / opvoeder en dat gaat gepaard met een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor de kleine dochter of zoon. Tel de onrustige nachten hier bij op en je begrijpt dat je partner na enkele dagen behoorlijk uitgeput kan zijn. Daarom ons advies: zorg voor rust!
Het zou mooi zijn wanneer je partner een aantal dagen vrij kan nemen. Daarnaast mag ook hij of zij gebruik maken van de hulp van de kraamverzorgster: een middagslaapje is voor beide ouders goed. Verder: doseer de kraamvisite en probeer op een dag ook uurtjes vrij te houden om samen met de kleine en eventuele andere kinderen bij te komen.
Als je voor de borstvoeding kiest, dan kost dit de eerste dagen soms best wel moeite. Het is voor de kraamvrouw fijn als haar partner haar hier in ondersteunt. Dat gaat het best als je partner van te voren ook het een en ander weet over borstvoeding. En natuurlijk staat de kraamverzorgende ook voor partners klaar als deze met vragen zitten.
Je baby
Navel
De navel droogt gedurende de eerste week in en valt er binnen twee weken af. Soms ruikt het iets. Een beetje nabloeden is normaal, doe elke dag een droog gaasje om het stompje. De bloedkorstjes verdwijnen het makkelijkst tijdens het badderen.
Gewicht
De eerste dagen vallen alle baby’s af, ongeacht het type voeding. We houden het gewicht in de gaten met een weegschaal. Als de kraamverzorgster deze niet bij zich heeft is het raadzaam deze bij de thuiszorgwinkel te halen. Na vier of vijf dagen neemt het gewicht meestal toe, na twee weken zijn de meeste baby’s weer op hun geboortegewicht. Eerder hoeft niet.
Plassen
We verwachten dat de baby binnen de eerste 24 uur geplast heeft. Omdat dit soms nog een klein plasje kan zijn, is het belangrijk dat iedereen er attent op is. Je zult merken dat de eerste dagen de baby nog maar af en toe plast. Soms kan deze urine ook gekleurd zijn. Je ziet dan oranje vlekjes in de luier. Dit zijn uraten (urinezuurkristallen) en onschuldig. Is de voeding goed op gang gekomen, verwacht je minimaal zes natte luiers op een dag.
Poepen
Schrik niet, de baby kan de eerste dagen veel poepen. Dit noemen we meconium. Meconium is taai, kleverig, groenzwart en stinkt niet. Na een paar dagen, als de spijsvertering goed op gang komt, verkleurt dit naar gele, zachte ontlasting. Flesvoedingpoep is doorgaans iets harder dan borstvoedingspoep. Je verwacht bij een flesvoedingkind dat deze ook dagelijks ontlasting heeft. Bij een borstvoedingskind is de ontlasting zachter, soms word je verrast door een spuitluier. De frequentie kan op den duur bij borstvoedingskinderen heel wisselend zijn. Elke dag een paar keer of eens in de paar dagen: beide zijn normaal.
Darmkrampjes
De eerste 10-12 weken hebben de meeste baby’s wel eens last van darmkrampjes. De oorzaak daarvan is dat het darmstelsel van je baby nog onrijp is. Verder zijn er factoren die krampjes in de kan kunnen werken die niet alleen met de soort voeding te maken hebben.
Zo kan je baby te veel lucht binnenkrijgen tijdens het voeden, of teveel voeding krijgen. Lawaai en drukte tijdens het voeden is ook funest. Roken heeft ook een nadelig effect op krampjes.
Darmkrampjes herken je zo: je baby balt z’n vuistjes, huilt veel, vaak en plotseling, trekt z’n knietjes tegen de buik of strekt zich juist uit. De ontlasting is dun, schuimend en soms groen van kleur.
Tips: houd je baby dicht tegen je aan en wieg je baby. Draag je baby in buikligging op je onderarm. Maak huid-op-huid contact. Leg een warme doek op het buikje of leg een warme kruik aan de kant van de buik. Natuurlijk leg je de kruik nooit direct tegen je baby aan maar doe je er een dekentje tussen.
Temperatuur
Je komt zo uit de warme baarmoeder en opeens moet je jezelf warm houden. Dat vergt voor pasgeborene enige moeite. Hou daarom de eerste dagen de temperatuur goed in de gaten en ondersteun als het nodig is: een mutsje op, omslagdoek en/of een warme kruik. Een mooie temperatuur ligt rondom de 36.8 – 37 °C. Lager dan 36.5 °C is te koud, boven de 37.5 °C is te warm. Een baby die niet fit is, zal eerder het te koud hebben dan te warm. Twijfel je over de conditie van je kind, dan is de temperatuur een goede maatgever.
Borstvoeding? Geef vitamine K en D
Vitamine K helpt bij bloedstolling. Je baby maakt dit nog niet of te weinig aan. In de eerste uren na de balling krijgt je baby daarom vitamine K toegediend.
Vitamine D bevordert de botaanmaak.
Beide vitamines zitten niet of onvoldoende in borstvoeding. Geef je volledige borstvoedingdan moet je vanaf de 8e dag zowel vitamine K als D bijgeven. De druppeltjes zijn verkrijgbaar bij apotheek of drogist. Kijk voor de dosering op het etiket. De druppeltjes kunnen samen op een theelepeltje gegeven worden. Vanaf 3 maanden maakt de baby zelf vitamine K in de darmen en kun je hiermee stoppen. Met de toediening van vitamine D ga je door tot het 3e jaar.
In kunstvoeding is deze vitamine toegevoegd. Extra bijgeven is dus overbodig.
Naar buiten
Vroeger mocht je baby pas naar buiten als hij of zij weer op het geboortegewicht was. Nu kijken we vooral of je baby z’n temperatuur goed kan vasthouden, weer groeit en of het weer geschikt is. Een mutsje voor de zekerheid is goed. Verwarm de kinderwagen voor met kruiken en leg bij fris weer een goed afgeschermd kruikje tegen het ruggetje aan, onder de dekens.

