Heb je een vraag, opmerking of wil je ergens op reageren?
We streven er naar je vraag / opmerking binnen twee spreekuurdagen te beantwoorden.

Berichtonderwerp
Naam
Email
Stel je vraag of plaats je opmerking
Anti spam code:
captcha
Neem de code over

Bevalbieb

Adressenlijst – websites

www.deverloskundige.nl
www.anticonceptiekompas.nl – info over anticonceptie
www.apotheek.nl – info medicijngebruik en klachten
www.bekkenpuls.nl – info over bekkenbodemspieren en urineverlies
www.bevallingspijn.nl – pijnbeleving en pijnbehandeling tijdens de bevalling
www.bevolkingsonderzoekbaarmoederhalskanker.nl
www.borstvoeding.com – info over borstvoeding
www.borstvoedingnatuurlijk.nl – hulp bij borstvoeding door ervaren en goed opgeleide
www.cicli.nl – eigenlijn rondom bevallen; info over het geboorteplan
www.cjg.nl – over hulp bij de opvoeding
www.consumentenbond.nl/zorgverzekering – info consumentenbond over zorgverzekering rondom verloskundige zorg
www.hartstichting.nl – site waar je o.a. makkelijk je BMI kunt berekenen
www.hechteband.nl – info over draagdoeken en draagzakken
www.kalkdijkfysio.nl – info over bekkenbodemspieren en urineverlies
www.knov.nl – Koninklijke Nederlandse Vereniging van Verloskundigen; ook info
www.lalecheleague.nl – hulp bij borstvoeding door ervaren en goed opgeleide vrijwilligers
www.leeuwarden.nl – alles over erkennen en aangifte
www.mamaenzo.nl – site over zwangerschap, bevalling; o.a. de badbevalling
www.moedermelknetwerk.nl – info over borstvoeding met name kolven
www.nibud.nl – info over financiële gevolgen van gezinsuitbreiding
www.nvog.nl – Nederlandse vereniging voor obstetrie en gynaecologie
www.piepkleingeboortenetwerk.nl
www.poppoli.nl – popp expertisecentrum Amsterdam
www.prenatalescreening.nl – erfocentrum: info over screening en diagnostiek in de
www.rhesusprik.nl – info over de rhesusfactor in de zwangerschap
www.rijksoverheid.nl – ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
www.rivm.nl – info over verschillende infectieziekten en onderzoeken
www.sichtfriesland.nl
www.slikeerstfoliumzuur.nl – site over het nut van foliumzuur slikken bij kinderwens
www.soaaids.nl – info over SOA’s
www.spatadertherapie.com – info over behandelmethoden voor spataderen of andere doorbloedingsproblemen in de benen
www.stichtingslichaamstaal.nl – info over lichaamstaal van de bevalling
www.stuitlig.nl – info over stuitligging
www.tienermoeders.nl – site voor jonge moeders en jonge zwangeren
www.trimbos.nl – info over roken, alcohol, drugs en psychische gezondheid
www.veiligheid.nl – over het voorkomen van ongelukken in en om huis
www.vitamine-info.nl – informatie over vitamines
www.voedingscentrum.nl – alles over veilig en gezond eten in de zwangerschap
www.werkwacht.nl – over werk en verlof
www.zwangernu.nl – info over zwangerschap, met name over combi met diverse ziektes
www.zwangerstraks.nl – info over kinderwens
www.zwangerwijzer.nl – info over de zwangerschap, met name test over je leefstijl in combinatie met zwangerschap zwangerschap

Chibalans Liesbeth Spijksma 06-28555335 www.chibalans.nl
Natuurgeneeskundig therapeut Jolanda Born 06- 25241665 www.zonatuurlijk.com

Oerbron 035-5316733 www.oerbron.nl
De waterooievaar 06-12547855 www.aqua-baby.nl
Verloskundepraktijk it Bertehûs www.itbertehus.nl
Verloskundige praktijk Lytse Poppe www.verloskundigepraktijklytsepoppe.nl
De Earrebarre, Halberta Tuinenga 06-44554789 www.deearrebarre.nl

Beddenverhuur Thuiszorg het Friese Land 0900-8864 www.thfl.nl

Borstvoedingsinformatieavond Kraamzus: 1e donderdag vd maand in de Huizumerpoort 4e verd.
Borstvoedingsinformatieavond Kraamvogel: 1e maandag vd maand in het Bonnehûs
Borstvoedingscafé: 1e woensdag vd maand van 9.30 tot 11 in Doppio aan het Wilhelminaplein 54 (Zaailand) te Leeuwarden www.borstvoedingscafelwd.nl
La leche league www.lalecheleaugue.nl
Vereniging borstvoeding natuurlijk www.borstvoeding.natuurlijk
Kenniscentrum borstvoeding www.borstvoeding.com
Lactatiekundigen rondom Leeuwarden o.a.:
Monique Sirag www.dochterenzn.nl
Marije Bosma www.memmemolke.nl
Karine Akkermans www.lactatiekundige-friesland.nl
Froukje Steringa en Janet Pebesma www.borstvoedingdokkum.nl
overige adressen en via www.nvlborstvoeding.nl

Baby & Co 085-3033954 www.babyenco.nl
De zwangere huismus 06- 19188919 www.dezwangerehuismus.nl
Yoga Centrum Leeuwarden 058- 2131375 www.yogacentrumleeuwarden.nl
Club Yoga 06-50484052 www.club-yoga.nl
Actief Zwanger BekkenPuls 058-2157111 www.spectrumleeuwarden.nl
Cursus ZwangerFit 058-2991379 www.bekkenbodemzorgcentrum.nl
Rond Geboorte Margriet Wieldraaijer 06-10243925 www.rondgeboorte.nl
Zwemmen Anky zwemmen 058- 2665279 www.ankyzwemmen.nl
Mindfulness Sanne Claas 043- 3217213 www.minfulness-traningen.nl
Zelfbewustzwanger online cursus www.zelfbewustzwanger.nl
The fathers place 06-18511405 www.thefathersplace.nl
De Earrebarre, Halberta Tuinenga 06-44554789 www.deearrebarre.nl

MCL voorlichtingsavond 058- 2863232 www.mcl.nl/zwangerenvoorlichting

EHBO bij zuigelingen en kinderen www.iedereenehbo.nl

Spijswijzer Judith van Gennip 06-14291857 www.spijswijzer.nl
Anita Vorenkamp 0511-471358 www.voedingsadviesbureau.info

Sicht 058-2882543 www.sichtfriesland.nl
Piepklein 058-7850452 www.piepkleingeboortenetwerk.nl
Echoburo Garijp 0511-522225 www.echoburogaryp.nl
Echopraktijk Tineke 0511-450705 www.echopraktijktineke.nl

BekkenPuls Leeuwarden 058-2157111 www.bekkenpuls.nl
Bekken en bekkenbodem Zorgcentrum 058-2991379 www.bekkenbodemzorgcentrum.nl
Elzelien Leeman: 058- 2889350 www.leenman.net
Mensendieck Emmakade 058- 2126864 www.oefentherapeutenemmakade.nl
Osteopathie Jeanine Koning 06-24922986 www.jeaninekoning.nl
Angelique Esser 058-2152568 www.haptotherapie-esser.nl
Jenny Verweij 0516-577564 www.haptotherapienoord.nl
Peggy Bijlsma 06- 49960490 www.haptopedagogiek.nl
Alja Schokker 06- 10759693
WelzijnCentraal 058- 2348434 www.welzijncentraal.nl
Ontmoetingscentrum Jonge Ouders 058-2803291 www.ontmoetingscentrumjongeouders.nl
Kraamzus 058-2802714 www.kraamzus.nl/friesland
De Kraamvogel 088-7788500 www.dekraamvogel.nl
Isis kraamzorg 088-5122000 www.isiskraamzorg.nl
Dieuwke de Haan 06-12852030 www.kraamzorgdieuwkedehaan.nl/contact
Kraamzorg Yvon 06-14628134 www.kraamzorgyvon.nl
Kraamverzorgster Anita  06-30406588 www.anitakraamzorg.nl

Lactatiekundigen rondom Leeuwarden o.a.:
Monique Sirag www.dochterenzn.nl
Marije Bosma www.memmemolke.nl
Karine Akkermans www.lactatiekundige-friesland.nl
Froukje Steringa en Janet Pebesma www.borstvoedingdokkum.nl
overige adressen en via www.nvlborstvoeding.nl

Homestart 058-2666608 www.home-start.nl
MEE Friesland 058 2844944 www.meefriesland.nl
FIOM 058- 2160111 www.fiom.nl
Het juridisch loket 0900-8020 www.juridischloket.nl

Zwangerschapsmassage Jantje Osinga 058-2136737 www.selfhealing.nl
Zwangerschapsmassage Els Post 06-45401220 www.kiviva.nl
Praktijk Helende handen Ingrid Rietema 0517-419895 www.praktijkhelendehanden.nl
Babymassage Baby& co 085-3033954 www.babyenco.nl
De zwangere huismus 06- 19188919 www.dezwangerehuismus.nl
De Earrebarre, Halberta Tuinenga, Leeuwarden: 06-44554789 www.deearrebarre.nl

Moeders voor Moeders 0800-0228070 www.moedersvoormoeders.nl

Jeugdgezondheidszorg 088- 2299444 www.ggdfryslan.nl
Centrum voor Jeugd en gezin 0900-2541254 www.cjgleeuwarden.nl

Margriet Bootsma 058- 2131045 www.psychologenpraktijkhuizumerpoort.nl
Synaeda 058- 8200333 www.synaeda.nl
Maarsingh en Steijn 058-2137665 www.maarsinghenvansteijn.nl
Psychologenpraktijk de eerste lijn 058-2136468 www.de-eerste-lijn.nl
Gryt Helfferich 06-30678036 www.grythelfferich.nl
GGZ Friesland 058- 2848888 www.ggzfriesland.nl
Relatietherapie en coaching www.decocq-coach.nl
Rouwverwerking Clara Velema www.rituelenwerkplaats.nl

Medisch Centrum Leeuwarden 058-2866666 www.mcl.nl
Polikliniek Gynaecologie 058-2863200
UMCG 050-3616161 www.umcg.nl
Klinische genetica 050- 3617229 www.umcg.nl

Aambeien

Een van de gevolgen van je zwangerschapshormonen is verslapping van de aderen rondom je anus. Tegelijk wordt de druk van de baarmoeder en van het kindje op je onderlichaam vergroot. Tijdens het krijgen van ontlasting kunnen de aderen uitstulpen en aambeien vormen. Veel vrouwen krijgen hier tijdens de zwangerschap last van. Aambeien kunnen ook inwendig voorkomen. Soms veroorzaken aambeien bloedverlies tijdens het persen.

Tips

  • Belangrijk is om verstopping te voorkomen. Neem je rust op het toilet, probeer niet te hard mee te persen.
  • Nadat je ontlasting hebt gehad, kun je de aambeien naspoelen met koud water.
  • Leg een koud kompres tegen de aambei.
  • Gebruik aambeienzalf Curanol

Na de bevalling hebben ook kraamvrouwen last van aambeien. Dit kan best lastig en pijnlijk zijn. Het voordeel is wel dat je geen druk meer hebt van de grote baarmoeder. Daarnaast worden door het ontzwangeren je bloedvaten en bekkenbodem weer steviger. Dus geef jezelf hierin de rust en de tijd.

Aanschaf veilige babyspullen

Wat moet je aanschaffen voor je kindje? Wat is wel en niet nodig? Moet je je al inschrijven bij de kinderopvang of niet? En: wat gaat het allemaal kosten?

Door hier vooraf over na te denken, bereid je je goed voor op wat gaat komen en wat het gaat kosten. En dat is misschien handig alvast te weten als je inkomsten veranderen, doordat je straks niet of minder gaat werken. Bij weblinks in het menu Bevalbieb vind je de site van het Nibud, daar vind je alles over uitgaven voor je kind.

Verder is het belangrijk te weten dat je nieuwe of tweedehands spullen veilig zijn. Er is een speciale site over veiligheid waar je meer info vindt en handige tips waar je op moet letten bij bijvoorbeeld de aanschaf of overname van bedjes en kinderwagens.

Alcohol

Wie regelmatig alcohol drinkt, heeft minder kans zwanger te worden en, als het wel lukt, meer kans op een miskraam. Hoe meer je drinkt, hoe groter de risico’s. Ook mannen worden minder vruchtbaar van alcohol. Het aantal zaadcellen en de bewegelijkheid nemen af. Wanneer je gestopt bent met voorbehoedsmiddelen, kun je al zwanger zijn zonder dat je het weet. Daarom is het goed om ook in die periode geen alcohol te drinken.

Ben je zwanger en drink je bijvoorbeeld wijn, dan drinkt je kindje mee. De alcohol verdeelt zich over je lichaamsvocht en de concentratie alcohol in het bloed van je kindje is net zo hoog als in jouw bloed. Alcohol kan tijdens de hele zwangerschap je kindje bereiken, dus ook wanneer de placenta nog niet ontwikkeld is of als je nog niet weet dat je zwanger bent.

Alcohol is schadelijk voor je ongeboren kind: het heeft invloed op de ontwikkeling van de cellen. Afwijkingen aan organen, armen en ogen komt voor, net als groeiachterstand. Deze groeiachterstand wordt later niet meer ingehaald. Daarnaast heeft het een negatieve invloed op de ontwikkeling van de hersenen. Deze maken een belangrijke ontwikkeling door tijdens de zwangerschap. Alcohol kan de hersenen beschadigen waardoor een kindje gehandicapt kan worden.

Het is niet te zeggen hoeveel alcohol tot welke schade leidt. Dit is bij iedere moeder en bij ieder kind anders. Eenmalig een wijntje of biertje drinken kan al een ongunstig effect hebben, daarom is ons advies om helemaal geen alcohol te drinken.

Anticonceptie

Negen maanden heb je er niet aan hoeven denken. Reden te meer om je te realiseren dat ‘het weer beginnen met de juiste anticonceptie na je zwangerschap’ een belangrijk actiepunt is.

Wanneer je na de bevalling weer mag en wilt vrijen, is persoonlijk. Ons advies: wacht tot de wond met hechtingen is genezen en het bloedverlies van de kraamperiode nagenoeg of helemaal is verdwenen. En dat laat zich niet plannen. Soms is de eerste maanden na de bevalling je behoefte om te vrijen verminderd. Bijvoorbeeld omdat je zo moe bent door de zorg voor je kindje, dat je al blij bent dat je überhaupt tijd hebt om te slapen. Soms kan de behoefte aan vrijen minder zijn, omdat je bang bent dat het ‘van binnen’ niet meer hetzelfde is sinds de bevalling of dat het litteken nog erg gevoelig is. Je kunt dit prima met ons bespreken tijdens de nacontrole.

Het geven van volledige borstvoeding verhoogt het hormoongehalte prolactine in het bloed, waardoor je cyclus en menstruatie langere tijd kan wegblijven. Het kan een anticonceptiemethode voor de eerste 4 à 6 maanden zijn, mits je je aan drie strikte spelregels houdt:

  1. Je moet dus volledig en op verzoek van de baby borstvoeding geven.
  2. De baby mag geen bijvoeding krijgen.
  3. Er mag nooit meer dan zes uur tussen twee voedingen zitten. In de praktijk: je geeft altijd een nachtvoeding.

Bedenk goed of je echt aan deze spelregels kunt voldoen, in vele gevallen blijkt dit namelijk niet haalbaar. Word je na de bevalling toch ongesteld dan moet je aanvullende anticonceptie gebruiken.

Niet alle anticonceptie is geschikt in combinatie met borstvoeding. Met name de anticonceptiepil met oestrogenen raden we af, omdat dit hormoon de borstvoedingsproductie kan verminderen.
Weet dat als je borstvoeding geeft, je lichaam diezelfde oestrogenen weinig aanmaakt waardoor je vagina droger kan zijn. Het kan zijn dat het vrijen daardoor gevoeliger is. Gebruik dan een glijmiddel.

Het kiezen van de juiste anticonceptiemethode is iets wat bij jou moet passen. Lichamelijke overwegingen die meespelen zijn bijvoorbeeld: geef je wel of geen borstvoeding, hoe is je BMI, hoe is je bloeddruk, komt er bij jou of in je directe familie trombose en / of andere stollingsstoornissen voor. Maar ook andere wensen zijn bepalend, zoals langdurige of korte termijn anticonceptie. Laat je hierin goed voorlichten. Kijk bij weblinks in het menu Bevalbieb voor de site van het anticonceptiekompas.

Baby’s eerste dagen

Je kindje heeft tot nu toe negen maanden veilig en onbezorgd in de baarmoeder kunnen ronddobberen. Eten en drinken kwam keurig en nauwgezet binnen via de navelstreng, de voedingsbron was constant en er zaten geen vreemde substanties in waarvan het maagje of de darmpjes van slag konden raken.

Ook de temperatuur was mooi constant en zo kun je nog meer opnoemen. En nu mag je kindje zelf aan de slag. Na een hele reis tijdens de bevalling wordt dit zijn eerste stap in een zelfstandig bestaan. Er verandert veel voor je kindje, logisch dus dat hij daar nog even aan moet wennen. Hier lees je wat je de eerste dagen zoal kunt tegenkomen.

De keus voor welke voeding je wilt geven heb je vaak in de zwangerschap al gemaakt. De eerste uren na de bevalling heeft je kindje en grote zuigbehoefte. Hij (ja ja, of ‘zij’ natuurlijk!) drinkt vaak voorbeeldig en valt vaak na twee uur in een diepe slaap. Dit is geen probleem, hij heeft net een hele reis achter de rug.

Toch is het goed als je de eerste 24 uur je kindje iedere drie uur pakt en voeding aanbiedt. Wil hij niet dan niet, ook goed, maar aanbieden is altijd goed. Pasgeboren baby’s worden namelijk niet altijd uit zich zelf wakker want een echt hongergevoel kennen ze nog niet. Trouwens, echt honger hebben ze ook niet, het maagje is niet groter dan het topje van je duim, dus grote hoeveelheden voeding geeft alleen maar buikpijn.

Baby’s kunnen de eerste 24 uur naar de bevalling nog erg misselijk zijn. Soms liggen ze kokhalzend in de wieg. Vaak zit er wat slijm in de weg of heeft je kindje een hapje bloed of vruchtwater genomen. En daar zit z’n maagje natuurlijk niet altijd op te wachten. Als je dit ziet of merkt, pak je kindje dan even bij je. Spugen gaat rechtop of op de zij immers makkelijker dan op de rug. Soms lijkt het alsof kindjes er een beetje in blijven ‘hangen’ en dan is het goed ze even goed over het ruggetje te wrijven. Of maak met een gaasje het mondje schoon. Je kraamverzorgster zal je hierin ook praktische tips geven.

Ga er maar aan staan: je komt uit een lekker warm bedje (of badje!) van zo’n 37 °C en van het één op andere moment moet je zelf aan de slag. Je kindje kan de temperatuur zelf nog niet zo goed vasthouden en dus is het goed hem of haar hierin te ondersteunen. Een goede temperatuur van de baby is tussen de 36,5 en 37,5 °C. Het hoofdje van een baby is maar liefst een derde van het lichaamsoppervlak, daarom is het goed de eerste dagen een muts op te doen. De wieg wordt voorverwarmd door een kruik en die kruik zal de eerste dagen de kleine ook ondersteunen met warmte, de kraamzorg zal je hier alles over uitleggen. Een warm nestje is dus goed, maar dat betekent niet dat de cv omhoog hoeft. Je hoeft alleen voor een warme kamer te zorgen wanneer je gaat badderen. Wanneer je kindje de eerste uren veel van arm op arm gaat, zien we ook vaak dat de temperatuur daalt.

Voor ons is het belangrijk te weten of je baby in de eerste 24 uur heeft geplast, dan weten we namelijk dat het systeem goed werkt. De eerste dagen is er nog weinig urine en is het geconcentreerd. Het kan soms oranje kleuren. Later zal je kindje veel vaker, lichter en meer plassen. De luier wordt er zwaar van!

De eerste poep van de baby noemen we meconium. Dit is een teerachtige, kleverige substantie, donkergroen tot zwart van kleur. In de zwangerschap heeft het kindje vruchtwater gedronken en dit leidt tot die typische zwarte donkergroene kleur. Door het drinken van melk wordt de kleur en substantie van de ontlasting mosterdkleurig.

Besef dat het spijsverteringskanaal van een pasgeborene nog pril is, met name de darmen. De noodzakelijke darmbacteriën zijn nog niet of nauwelijks aanwezig. Het duurt enkele maanden voordat zijn darmbacteriemilieu op peil is. Niet verwonderlijk dus dat de eerste maanden pijnlijke darmkrampen de oorzaak is van menig huiluurtje.

Als ouder wil je je kindje natuurlijk graag gelukkig en tevreden zien. Dus als het veel huilt, kan dat je een naar en machteloos gevoel geven. Je wilt het troosten zodat het stopt met huilen. Soms lukt dat niet en weet je niet wat er aan de hand is. Dat is dan vervelend.
Huilen kan van alles betekenen.

Vaak denk je als eerste aan honger, maar het kan juist ook helemaal ‘vol’ zitten. Maar er kunnen meer redenen zijn: er zit misschien een boertje dwars, je kind heeft behoefte aan aandacht, is te moe of overprikkeld, heeft darmkrampjes, is te warm of te koud, of je kindje wil misschien wel gewoon even bij je zijn.

Natuurlijk ga je na of het iets is waaraan jij iets kunt veranderen. Maar belangrijk is dat je niet gefrustreerd raakt. Kleine kinderen hebben maar weinig manieren om zich te uiten en huilen is daar een belangrijke van. Als alles verder goed is met je kind, kun je het ook gewoon even laten huilen.

Het blijkt dat rust en regelmaat heel effectief zijn voor kinderen die veel huilen. Ze blijken dan overprikkeld door alle indrukken en geluiden die ze de hele dag om zich heen hebben. Het consultatiebureau kan je hierbij helpen en adviseren. Soms komen dan zaken als inbakeren of osteopathie ter sprake.

Na het afnavelen met het blauwe klemmetje droogt de navelstreng in en zal het uiteindelijk de laatste dagen van de week afvallen. Je zult merken dat het vliezige strengetje harder en donkerder gaat worden. Daarnaast kan het ook behoorlijk gaan stinken. Voor de meeste ouders is het een opluchting als het strengetje eraf valt.

En dan heb je nog het naveltje: soms zit dat al mooi in plooi, soms zie je nog een beetje vliezig plekje. Dit zal vanzelf de komende dagen nog naar binnen plooien. Mocht het naveltje nog een beetje licht bloedverlies geven, dan komt het vaak vanuit de buitenkant. De bloedvaten in de buik zijn al na de geboorte niet meer in gebruik en zijn dichtgegaan.

Bij pasgeboren meisjes zien we regelmatig dat ze wat vaginaal bloed kunnen verliezen, we noemen dat pseudomenstruatie. Dit bloedverlies is in de eerste week onschuldig. Gedurende de gehele zwangerschap zijn er hormonen opgebouwd in het kleine lijfje, nu zijn die hormonen in eens weg en kan je dochtertje dit als ware loslaten doormiddel van wat vaginaal bloedverlies. Bij twijfel over de hoeveelheid of de herkomst van het bloed is het altijd raadzaam ons te bellen.

Vitamine D is belangrijk voor de ontwikkeling en het behoud van sterke botten en tanden. Daarbij speelt het een rol in de weerstand en bij het verkleinen van de kans op bepaalde ziektes. Wij adviseren om, zowel bij borstvoeding als bij kunstvoeding, vanaf de achtste dag t/m het vierde jaar 10 microgram (10ug) vitamine D per dag in de vorm van druppels te geven. Hoeveel druppels dat per dag is, is afhankelijk de concentratie, dus check het etiket.

Vitamine K is onder andere betrokken bij de bloedstolling. Je kindje maakt deze vitamine zelf nog niet of onvoldoende aan. Direct na de geboorte geven wij deze vitamine aan je baby. Geef je borstvoeding dan is het landelijk advies om vanaf de achtste dag na de bevalling t/m de derde maand 150 microgram (150ug ) vitamine K per dag te geven, in de vorm van druppeltjes. Hoeveel druppels dat per dag is, lees je op het etiket.

Mocht je per ongeluk een keer overgeslagen hebben, of juist een dubbele dosis gegeven hebben is dat geen reden voor paniek. Om dit te voorkomen is het handig de druppels dagelijks op een vast tijdstip te geven. Op het moment dat de voeding van je kind voor meer dan 400ml uit kunstvoeding bestaat kun je stoppen met vitamine K.

Badbevalling

Eén van de vele manieren om te kunnen bevallen is onderwater. Verloopt je zwangerschap zonder complicaties, dan mag je thuis bevallen en als je thuis mag bevallen, mag je ook onderwater bevallen. Ook als je poliklinisch wilt bevallen is het in veel gevallen mogelijk om in bad te bevallen, maar niet altijd, er is in het MCL eigenlijk maar één verloskamer waar een bad in past en die moet wel vrij zijn op het moment dat jullie kindje zich aandient. En je moet je eigen bad meenemen, dit zelf vullen en weer opruimen (net als thuis eigenlijk).

  • warmte zorgt voor ontspanning, ontspanning zorgt mede voor goede weeën, zodat de bevalling meer kans heeft op een spontaan en vlot verloop; ontspanning zorgt ook voor de aanmaak van endorfines, endorfines zijn natuurlijke pijnstillers, waardoor je je weeën beter op kunt vangen
  • water zorgt voor een gevoel van gewichtsloosheid, waardoor je zware zwangere lijf minder in de weg zit en je makkelijker kunt veranderen van houding
  • de bekkenbodem blijft goed doorbloed door de warmte, waardoor die beter uit kan rekken en er minder kans is op scheuren
  • er is minder kans op ingrijpen, omdat de verloskundige letterlijk minder zicht heeft, waardoor de regie meer bij jou ligt en het natuurlijke proces dus minder verstoord raakt
  • de overgang van binnen naar buiten is voor het kindje veel geleidelijker, veel zachter (minder licht, geluid, temperatuurverschil en tactiele prikkels).
  • het is meer geregel en georganiseer van te voren, tijdens en na de bevalling (om het bad te huren, te vullen, te legen en te zorgen dat het weer terugkomt)
  • een bad kopen of huren kost geld, ook als je onverhoopt niet in bad kunt bevallen.
  • bedenk van te voren waar het bad komt te staan, test of de slangen lang genoeg zijn voor de aan- en afvoer van het water; kijk ook of je de slang makkelijk kan koppelen aan de kraan
  • verzeker je ervan dat de ondergrond het gewicht van een vol bad kan dragen (dit kan wel oplopen tot 700 kg, exclusief alle mensen die er in en omheen zitten)
  • zorg ervoor dat er voldoende ruimte is om rond het bad te bewegen
  • zorg voor een bed op hoogte in de directe omgeving van het bad
  • denk aan de zwemkleding van je partner als die bij jou in bad komt zitten
  • doe een paar handjes (zee)zout in het bad, dan droogt je huid minder uit
  • zorg voor voldoende droge handdoeken
  • zorg ervoor dat je voldoende water of thee drinkt tussendoor
  • ga regelmatig, zeker elke 2-3 uur, even uit bad om je benen te strekken en te plassen

En er zijn nog een aantal baden via particulieren te huur, vraag hiernaar op de praktijk.

Bandenpijn

Bandenpijn is een trekkende of stekende pijn in je liesstreek of onderbuik. Bandenpijn is vervelend, maar kan geen kwaad. Wat gebeurt er eigenlijk? Er wordt dan getrokken aan de banden en spieren die je baarmoeder op z’n plaats houden. In het begin van de zwangerschap ontstaat de pijn vooral doordat de baarmoeder groeit, aan het eind van de zwangerschap is met name de indaling van het kindje de oorzaak.

Tips:

  • Probeer bij bandenpijn te ontspannen door even rustig aan te doen, een warme douche te nemen of een warme kruik tegen je onderbuik aan te leggen.
  • Ondersteun je buik met je handen bij opstaan‚ niezen en lopen.
  • Draag een buikband of steunbroekje als je veel gaat lopen. Een sjaal omknopen kan ook.
  • Heb je een baan waarbij je veel loopt of staat? Draag dan een buikband of steunbroekje tijdens je werk.

Baringshoudingen

Bevallen kan in elke houding die je wilt. De meest bekende zijn de rugligging en de baarkruk, maar er zijn veel meer opties. Eeuwenlang bevielen vrouwen op hun intuïtie en gevoel, vrouwen bewogen vaak in die houding die goed voelde.

Sinds de 19e eeuw is in Westerse landen met name de rugligging bekend. Die zie je ook het meest terug in boeken en op tv. De rugligging is niet bedacht voor de barende vrouw, maar vooral voor de zorgverleners. Mocht het nodig zijn, is ingrijpen bij deze houding makkelijker. Het is goed dat je weet wat nog meer mogelijk is en dat juist die verschillende baringshoudingen gepaard kunnen gaan met bepaalde voordelen. Zowel tijdens het opvangen van de weeën als tijdens het persen.

Wat wij belangrijk vinden is dat je de baringshouding vindt die op dat moment bij je past die de bevalling doet vorderen. Bijvoorbeeld bij het persen: als jij de positie vindt waarbij je goed kunt persen, biedt je bekken optimaal de ruimte voor het kindje. Het is fijn dat jij goed terugkijkt op je bevalling. Dat je dát hebt kunnen doen wat jij wilde en daar past de voor jou juiste baringshouding zeker bij.

Enkele voordelen van een andere baringshouding ten opzichte van de rugligging:

  • Het positieve, meewerkende effect van de zwaartekracht bij verticale positie.
  • Verminderde kans op duizeligheid en betere zuurstofvoorziening voor je kindje, omdat de grote lichaamsslagader niet knel komt. Lees over ‘Duizeligheid’ in de Bevalbieb.
  • Sterkere en effectievere weeën.
  • Een optimale doorgang van je kindje baringskanaal.
  • Vaak makkelijker persen door een beter drukgevoel en daardoor…
  • een kortere persperiode waardoor…
  • de kans op een knip en een kunstverlossing kleiner wordt.
  • Je ervaart minder pijn.
  • Je ervaart meer controle over wat er gebeurt.

Het is goed te beseffen dat, wanneer er sprake is van een medische baring, je baringshoudingen beperkt zijn tot óp of náást het bed. Maar zolang er geen medische noodzaak is, heb jezelf meer ruimte. Soms zijn wij hierin met de beste bedoelingen voor jou en je kindje wel iets sturend.

Bekkenklachten

De zwangerschapshormonen leiden ertoe dat je spieren en kraakbeen in je lichaam verweken: het schaambotje en het heup- heiligbeengewricht bij je bekken. Dit geldt ook voor je buikspieren, banden en bekkenbodem. De steunfunctie zal hierdoor wat minder kunnen zijn. Daarnaast merk je dat door de zwangerschap je rug wat holler gaat staan ten opzichte van je bekken. Je draagt je kindje met de toch al slapper wordende buikspieren meer naar voren.

Het lijkt misschien wel een slappe bedoening, maar dit is juist een mooie voorbereiding op de bevalling. Bij de bevalling is je bekken wijder en is de weerstand van je bekkenbodem minder. Hiervan zullen jij en je kindje tijdens het persen profijt hebben. Een bijeffect is dat een deel van de zwangere vrouwen hierdoor in meer of mindere mate bekkenklachten of lage rugklachten ervaren. De pijn zit soms plaatselijk bij het schaambotje of in de liezen. Het kan ook een zeurend gevoel in de onderrug of bekkenbodem zijn.

Waarom de ene zwangere meer klachten krijgt dan de andere is niet goed bekend. Wel weten we dat bijvoorbeeld de leeftijd, het aantal zwangerschappen dat je al achter de rug hebt, de extreme lenigheid of extreem sporten hier een ongunstige invloed op hebben.

Tijdens de zwangerschap kun je wel last hebben van deze veranderingen. Tijdens het slapen lig je minder prettig en het beperkt je in je dagelijkse handelingen. In het algemeen kun je meer klachten hebben bij het opstaan, lang staan, bukken, optillen, draaien in bed enzovoorts. Tel hier bij op dat dat de draaglast ook groter wordt: het kindje en de baarmoeder worden steeds ‘gewichtiger’ in de laatste maanden.
Als je last hebt van deze klachten gaat het er vooral om een goede balans te vinden tussen draagkracht en draaglast. Want dit is onze ervaring waarmee vrouwen met bekkenklachten vooral hebben te dealen. Dus: negeer de klachten niet en pas je activiteiten erop aan. Op een gammele fiets kun je nou eenmaal niet zo snel fietsen. Hieronder volgen een aantal do’s en don’ts.

Bekkenklachten: do’s and don’ts

Niet doen:
lang staan of zitten; zwaar tillen; op één been staan, bijvoorbeeld als je je broek aantrekt; onnodig veel traplopen; schoenen met hakken dragen; bepaalde huishoudelijke activiteiten zoals dweilen en stofzuigen; pijngrenzen niet respecteren en alsmaar door gaan.

Wel doen:
op beide benen in balans staan; gedoseerde afwisseling actie en rust; strepen zetten in je overvolle agenda; als je op zij in bed ligt een kussen tussen je knieën stoppen; lichte huishoudelijke activiteiten zoals lekker koken; goed naar je lichaam luisteren.

Het is dus niet zo dat bekkenklachten alleen te voorkomen zijn met rust, maar weet goed welke activiteiten nu wel of niet handig zijn om te doen. Een bezoek aan een bekkenfysiotherapeut of mensendiecktherapeut kan hier heel goed werken en is soms ook echt noodzakelijk. Zij kunnen specifiek waar bij jou de oorzaak ligt en de adviezen hierop aanpassen.

Zoals gezegd heb je met de bevalling veel profijt van deze zwangerschapskwaal. De pijn die je in de zwangerschap voelt, speelt met de weeën meestal geen rol. En zo nodig kun je de bevalhouding hierop aanpassen.

Na de bevalling ben je de kilo’s van de baby kwijt, worden je bekkenbodem en buikspieren weer steviger en de bekkengewrichten stabieler. Het hoort bij het langzame proces van het ontzwangeren. Verwacht dat dit echt de eerste maanden in beslag zal nemen. Gaat het sneller dan is dat mooi meegenomen. Ook in deze periode kan een bezoek aan mensendiecktherapeut of fysiotherapeut zinvol zijn.

Bereikbaarheid

Onze gegevens vind je onder de contactgegevens.
Maar jouw bereikbaarheid is voor ons net zo belangrijk. Daarom een aantal zaken nog even op een rijtje. Check goed hoe het zit.

Ben je verhuisd?
Is je verloskundige hiervan op de hoogte gebracht? Heeft de praktijk je juiste gegevens?
Heb je een nieuw telefoonnummer?
Geef dit meteen aan ons door.
Bel je prepaid?
Zorg dan altijd voor voldoende beltegoed.
Bel niet met een onderdrukt telefoonnummer!
Zorg dat je nummer wordt getoond, zodat we je bij een gemiste oproep kunnen terugbellen.

In en om je huis

  • In de weken dat je kunt gaan bevallen, is de bereikbaarheid van je huis extra belangrijk. Mocht er sprake zijn van verbouwingen rondom je huis of werkzaamheden in of aan je straat, laat de werklui weten dat je te allen tijde kunt gaan bevallen en dat het huis bereikbaar moet blijven. Meld het ons ook wanneer dit het geval is.
  • Verwacht je problemen met parkeren, bespreek dit met ons.
  • Wees alert op voldoende bewegingsruimte in huis. Een gang volgestouwd met kranten kan lastig zijn voor de toegang van een brancard. Het komt in de praktijk niet vaak voor, maar als het nodig is…

Naar het ziekenhuis

  • Heb je een auto tot je beschikking voor een eventueel ritje naar het ziekenhuis? Zo niet, zorg dan dat je hiervoor bij mensen in je directe omgeving terechtkunt.
  • Mocht je met weeën of buiten de kantooruren naar het MCL moeten, meld je dan bij de ingang van de spoedeisende hulp/dokterswacht, nadat je bent aangemeld door de verloskundige.
  • Onze ervaring is dat vrouwen die op eigen initiatief naar het ziekenhuis gaan voor een dringend probleem minder snel de gewenste zorg krijgen. De hulpverleners kennen je niet en dit zorgt voor onnodige verwarring en vertraging. Dus heb je een dringende vraag of probleem in je zwangerschap: bel ons!

Telefonisch spreekuur

  • Voor afspraken en minder dringende vragen.
  • Maandag tot en met donderdag van 9 tot 11 uur.

Mail

  •  Voor minder dringende of praktische zaken, zoals het aanvragen van een zwangerschapsverklaring.
  • Tijdens de spreekuurdagen checken we de mail regelmatig en reageren we.
  • Buiten de praktijkdagen streven naar een reactie binnen twee werkdagen.
  • Nota Bene: vragen over fysieke klachten graag per telefoon en niet via de mail.

Mobiel

  •  De dienstdoende verloskundige heeft deze dag en nacht bij zich.
  • Bel voor bevalling, kraamvisite en dringende vragen.
  • We zijn natuurlijk wel eens in gesprek, dus blijf proberen als je niet meteen contact krijgt.
  • Stuur geen sms’jes! Dit werkt niet voor ons.
  • Zorg dat je telefoonnummer niet onderdrukt is, zodat we je kunnen terugbellen.
  • In de praktijk zal je partner misschien bellen omdat jij aan het bevallen bent. Soms willen we jou ook aan de lijn: van de barende vrouw zelf horen we vaak net iets meer.

Doktersdienst

  •  Dit is een zakelijke telefooncentrale met telefoniste die je vraagt wie je aan de lijn wilt hebben. Zij piept ons op, wij nemen dan zo snel mogelijk contact met je op.
  • Pas bellen als het na een aantal pogingen op ons mobiele nummer niet is gelukt.
  • Zorg dan dat je lijn waarop je de doktersdienst hebt gebeld, vrij blijft.

Bevalling van begin tot eind

Het begin

Alle begin is moeilijk, vooral als je niet weet wat je precies kunt verwachten. Bij het bevallen kun je niet van een exact beginmoment spreken: het is echt een natuurlijk proces waarbij je kindje bepaalt wanneer je bevalt. Als barende zelf heb je enigszins invloed op de snelheid van de bevalling. Heb vertrouwen en geduld om dit proces af te wachten. Onder de volgende kopjes lees je telkens een hoofdstuk van de bevalling van begin tot eind.

Mocht de bevalling bij jou starten met het breken de vliezen, dan verlies je vruchtwater. Deze start van de bevalling komt slechts in 10 % van de bevallingen voor. Dit ziet er doorgaans helder roze uit, met witte vlokjes. Het breken van de vliezen kan een enorme plons water geven, maar vaker zie je dat je steeds kleine stroompjes vruchtwater verliest. Om het vruchtwater goed te kunnen beoordelen, doe je een maandverband uit het kraampakket voor.

Is het vruchtwater helder en het hoofdje van de baby ingedaald in het bekken, ga dan gewoon door met de dingen die je normaal doet. Het kan namelijk nog een tijdje duren voordat de weeën beginnen. Laat het ons overdag weten, dan zullen we in de loop van de dag langskomen voor een controle. Ga niet in bad in verband met kans op een infectie. Daarom zullen we ook geen inwendig onderzoek doen als er nog geen goede weeën zijn. Of het hoofdje ingedaald is, heb je op het spreekuur gehoord. Mocht het hoofdje nog niet zijn ingedaald, dan willen we altijd, ook al is het midden in de nacht, weten wanneer de vliezen breken. Neem dan contact met ons op en ga voor de zekerheid liggen.

Is het vruchtwater groen of bruin dan heeft het kindje in het vruchtwater gepoept en moet je altijd de verloskundige bellen. Soms poepen kinderen in het vruchtwater omdat ze het niet lekker hebben en dat willen we natuurlijk altijd goed controleren.

Na het breken van de vliezen bevalt ongeveer 75% van de vrouwen binnen 24 uur. Heb je na 24 uur nog geen weeën of heb je wel weeën maar is er nog onvoldoende ontsluiting, dan verwijzen wij je naar de gynaecoloog. De kans op een infectie is na 24 uur gebroken vliezen namelijk iets verhoogd. De weg naar buiten is immers open. De gynaecoloog kan door middel van een CTG de conditie van je kindje extra in de gaten houden.

Een baarmoeder is een grote zak die uit allerlei spierlagen bestaat. De hele zwangerschap zorgen ze ervoor dat de baarmoeder mee rekt en groeit. Maar de laatste maanden bereidt de baarmoeder zich voor zijn laatste taak: de bevalling. Als de spiervezels van je baarmoeder gaan samentrekken, spreek je van contracties. Je merkt dit in de zwangerschap als harde buiken: het gevoel van een harde bal in je buik of het gevoel dat er een stevig schild over je baarmoeder en je baby is geplaatst. Harde buiken herken je doorgaans wel, ook al zijn ze niet echt pijnlijk. Meer hierover in het menu Bevalbieb.

In de laatste periode van de zwangerschap kun je ook last hebben van voorweeën. Dit zijn harde buiken, die een zeurend onaangenaam gevoel geven, met name in je onderbuik en onderrug. Je herkent ze beter dan harde buiken, maar ze zijn heel wisselend wat betreft de duur, frequentie en kracht. Eigenlijk kun je er geen regelmaat in ontdekken en is er geen peil op te trekken. Je kunt er wel een aantal slapeloze uren van hebben. Probeer met een warme kruik of douche het gevoel iets te temperen. Op een gegeven moment gaat het wel weer over en hopen we dat je de rest van de nacht nog lekker slaapt. Je gaat van voorweeën niet bevallen en ze zorgen niet voor ontsluiting. Het kan wel zijn dat het kindje hierdoor iets meer indaalt en dat de baarmoedermond weker is.

Mocht je al een aantal nachten wakker liggen van voorweeën, laat ons dit weten, al of niet op het spreekuur. Ook al kunnen we er geen ontsluitingsweeën van maken, het is wel goed dat wij op de hoogte zijn van je langdurige slaapgebrek.
De meeste bevallingen beginnen wel met onregelmatige weeën. Deze lijken in de loop van de tijd, steeds regelmatiger, krachtiger gaan worden en langer te duren. Zit je na een aantal uren in een ritme van om de 4 à 5 minuten, dan zou je verwachten dat de bevalling is begonnen. Maar zelfs dan kunnen de weeën weer afzwakken. Erg flauw en frustrerend, zo’n valse start!

Komen je weeën in een goede regelmaat, dus elke 4 à 5 minuten een krachtige pijnlijke golf die ongeveer een kleine minuut duurt, dan hoop je dat dit een echte start is. De motor van de bevalling is aangezwengeld en nu maar duimen dat-ie stationair blijft lopen. Het is in het begin wel handig de frequentie van de weeën te noteren, maar het kan ook je heel erg in de wachtstand zetten. Dus is het duidelijk dat de regelmaat er in zit, leg die stopwatch of app dan maar gauw weer weg. Zet je zelf niet in de wachtstand met een klok, laat je lichaam en de natuur zijn werk doen.

Met deze ontsluitingsweeën worden de spiervezels van je baarmoeder als het ware bij elkaar geknepen. Vergelijk het als het uitwringen van een vaatdoek. De druk in je baarmoeder zal zich verplaatsen naar het ventiel: de baarmoedermond. De baarmoedermond zal door deze druk zich gaan verstrijken en de eerste centimeters van de ontsluiting zullen komen. Dit is een periode die vooral bij de eerste bevalling het langst duurt. De weerstand van de baarmoedermond is bij de eerste bevalling veel groter dan bij volgende bevallingen. Je kunt nog niet zo goed kan inschatten hoe lang de bevalling gaat duren. Vooral de eerste bevalling kan wel dagdelen in beslag nemen. Inderdaad: dagdelen en dus geen dagen!

Wij hanteren wat betreft de voortgang dat je van één uur weeën doorgaans 1 cm ontsluiting krijgt. Maar bij de start kosten de eerste centimeters ontsluiting meestal meer tijd. Belangrijk hierbij is om je kruit niet te verschieten in deze periode. Met andere woorden: verdeel je kracht en energie voor wat nog komen gaat. Gelukkig heb je naast de weeën ook nog steeds pauzes van enkele minuten. Gebruik deze om weer bij te komen. Echt slapen lukt niet meer, maar probeer tussen de weeën wel te rusten. En als dat niet lukt, zoek dan nog wat afleiding in lichte en ontspannende bezigheden. Je favoriete film nog eens bekijken, breien, lezen, dat soort ontspanning.

In welke versnelling en tempo jouw bevalling gaat, valt vooraf dus niet te zeggen. Maar je merkt wel wanneer de versnelling is ingetreden. De weeën worden pijnlijker, intenser en het patroon is anders: weeën om de 2 à 3 minuten die een minuut duren. Deze weeën zijn effectiever: de ontsluiting zal nu goed doorzetten, soms wel met 2 cm per uur. Doordat het weefsel van de baarmoedermond verder oprekt en wegschuift geeft dit bloedverlies. Dat er nu vlekjes helder rood bloedverlies komen, is dus niet vreemd.

Je hebt meer energie en aandacht nodig om de weeën op te vangen en de pauzes zul je ook ‘actief’ moeten gebruiken. Het opvangen van de weeën gebeurt op een manier die bij jou past: soms is het een rustige ademhaling, soms een snelle ademhaling, soms wil je alleen maar focussen. Maar zoek het ook in de verschillende houdingen en vergeet hierbij de douche of het bad niet.
Voor je omgeving ben je nu minder goed aanspreekbaar. Zij zullen zich nu moeten aanpassen aan wat jij wilt. Schrik er niet van dat je ook tijdens de weeën moet braken of dat je heel erg rillerig voelt. Beide zijn lichamelijke reacties op de weeën. Je kunt er niets aan doen.

Die laatste centimeters ontsluiting: zie het als een hoofd waar het laatste randje van een koltrui overheen wordt getrokken. Je weet dat het eind in zicht is, maar het is wel super heftig. Eigenlijk helpt niets meer, met uitzondering dat het niet meer te lang gaat duren. En ondertussen komt het hoofdje van het kindje steeds dieper en voel je het meer drukken.

Dan schrik je van een ander drukgevoel: of er een flow over je buik komt die alles naar beneden drukt. ‘Reflectoire persdrang’ lijkt op ‘naar beneden braken’ en valt niet tegen te houden. Meestal is het dan al zo ver: er is 10 centimeter, oftewel volledige, ontsluiting en het hoofdje passeert de ontsluitingsrand. Deze persdrang overweldigt je en je maakt er soms ongekende oergeluiden bij. Dit is echt normaal!

Een belangrijke opmerking over het verschil van de eerste en de tweede bevalling: bij een tweede bevalling kan de versnelling opeens gaan inzetten. Het ene moment ben je blij omdat je herkent dat de bevalling is begonnen en opeens kan de hele setting veranderen omdat je opeens in die heftige weeën komt. Vergeet dan je vorige bevallingsduur, vaak heb je dan hele effectieve weeën die snel voor ontsluiting zorgen. Niet nadenken, gewoon ons bellen.

Heb je reflectoire persdrang hebt en volledige ontsluiting dan kan het persen beginnen. Vaak is het begin van het persen even wennen. Het is zo’n verschil in gevoel: je persweeën verwachten dat je gaat meedrukken in plaats van ze weg te puffen, de pauzes worden weer wat langer en je krijgt steeds meer druk op bekken en bekkenbodem. Denk hier aan je eigen gevoel: als je voelt dat je moet drukken, druk dan mee. Maar het kan ook zijn dat je met instructies gaat persen: op één perswee drie keer meedrukken.

Wat gebeurt er met het persen? Je kindje moet zich met het hoofd door een nauw bekken wringen. Vergelijk het met een moer waar een bocht in zit. Wat daarbij goed werkt, is dat het kindje zich zo gunstig mogelijk met het hoofdje presenteert in het bekken, je bekken zo ruim mogelijk is en je persweeën en techniek als perskracht zo sterk mogelijk zijn. De verloskundige zal alles goed in de gaten houden en bekijken wat in jouw situatie mogelijk het best kan werken, bijvoorbeeld even weer veranderen van bevalhouding.

Dit is voor jou een hele klus. Iedereen zal je daarin zo goed mogelijk ondersteunen. Maar ook voor je kindje is dit een hele reis. Het persen is voor het kindje de meest gestreste fase van de geboorte. De verloskundige zal dit zo goed mogelijk in de gaten houden door regelmatig naar het hartje te luisteren. Doorgaans kost het persen bij een eerste kindje veel meer tijd dan de volgende broertjes of zusjes. De weerstand is gewoon hoger. Bij een eerste kindje ben je doorgaans wel een uur bezig met persen en als het tegenzit soms twee uur. Bij een tweede kindje zie je dat meestal na een kwartier persen de meeste kindjes al geboren zijn, maar soms duurt het ook wel een uur. Snel of langzaam, persen is een behoorlijke heftige en inspannende activiteit.

Bij het laatste stukje is het kindje eigenlijk al grotendeels door het nauwe stukje van het bekken gekomen. Het hoofdje drukt dan op de bekkenbodemspieren, huid en anus. Dit geeft een brandend gevoel en zoals gezegd druk op de anus. Er kan ook ontlasting komen. Dit hoort er gewoon bij, wij weten niet beter en is een teken van goed persen. Ga zo door!

Met de geboorte van het hoofdje kan soms een scheurtje komen. Dit proberen we te voorkomen door je heel gedoseerd te laten persen bij de geboorte van het hoofdje. Als het hoofdje geboren is, maakt het kindje met zijn schoudertjes een tweede draai door het bekken heen en kunnen we het kindje aanpakken. Of, als je dit wilt of lukt, mag jij of je partner dit ook doen.

De geboorte en nageboorte

Als je kindje dan glibberig op je buik ligt, is er voor iedereen de ontlading van dit grootse moment.
De verloskundige heeft snel genoeg door hoe de conditie van je kindje is en zal, als dit oké is, niet te veel doen. Even je kindje droogwrijven en dan houd je het met warme doeken lekker bij je.
Geniet van dit speciale life event en van elkaar!

Gewoonlijk wachten we rustig af op de nageboorte. Als de navelstreng is uitgeklopt, kan de partner deze doorknippen. En misschien wil het kindje ondertussen al aan de borst drinken. We zullen het zien, we laten het van dat moment afhangen. De placenta zit nog in de baarmoeder en met niet al te pijnlijke naweeën zal deze door de baarmoeder naar buiten worden gebracht, meestal moet je nog een beetje mee persen. Meestal gebeurt dit na ongeveer tien minuten, maar soms laat de placenta langer op zich wachten, soms duurt het wel een uur.

Het afwachten wordt ook bepaald door de hoeveelheid bloedverlies, want dat is meestal bij de nageboorte wel aanwezig. Is het bloedverlies ruim, dan zal de verloskundige actiever handelen. Je krijgt dan bijvoorbeeld een injectie om de baarmoeder meer contracties te laten geven. Als de placenta geboren is, heb je natuurlijk nog meer ruimte om je kindje aan de borst te leggen.

Vooral de eerste uren zijn hierin belangrijk. Misschien wil je zelf wel even bijkomen en wil je partner jullie kindje bloot wel op zich dragen. In de uren erna gaat het erom dat jij weer herstelt van de flinke klus, dat het bloedverlies acceptabel is, dat we je indien nodig kunnen hechten en dat we het kindje onderzocht hebben.

Het zijn speciale en intieme uren. Belangrijk voor jullie als ouders, maar ook voor het kindje.

Een goede geboorte is een mooie start van het leven met elkaar.

Bloedarmoede

De meeste zwangere vrouwen krijgen in hun zwangerschap een lichte mate van bloedarmoede, ook wel anemie genoemd. Je rode bloedcellen vervoeren zuurstof in je bloed. Als er hiervan minder in je bloed zijn kun je klachten hebben die lijken op bloedarmoede, zoals chronische vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn. Je kindje heeft hier geen last van, tenzij er sprake is van extreme bloedarmoede.

In de loop van je zwangerschap maakt je lichaam wel meer dan een liter extra bloed aan, alleen is dit een verdunde versie met minder rode bloedcellen. We controleren dit minstens twee keer tijdens je zwangerschap: eenmaal om een uitgangswaarde te hebben en rondom de 30 weken, omdat de bloedverdunning dan doorgaans op z’n hoogst is.

Soms ontstaat bloedarmoede door gebrek aan bepaalde bouwstoffen, zoals ijzer, vitamine B12 en foliumzuur, bestanddelen van hemoglobine. Is er aan één gebrek dan kan dit de oorzaak zijn van bloedarmoede. Ook de opbouw van de placenta en het groeiende kindje vragen veel van deze bouwstoffen.

Let daarom extra op een gezond en gevarieerd voedingspatroon. Ben je vegetariër gebruik dan extra vitaminepreparaten voor met name vitamine B12. Soms is er een familiare oorzaak van bloedarmoede. Je kunt gevoelig zijn voor bloedarmoede wanneer je roots in bijvoorbeeld in Afrika liggen. We zullen hier dan extra op letten.

Bij de geboorte van de placenta is er soms veel bloedverlies. De meeste kraamvrouwen merken dit aan hun conditie die nog niet op peil is. Je lichaam moet dan echt nog herstellen. Bij zorgen of twijfel laten we in de kraamperiode nogmaals het hemoglobinegehalte testen.

Wat kun je doen, een lijstje:

  • Eet elke dag gezond en gevarieerd.
  • Let op ijzerrijke voeding, denk aan speciale ijzerrijke supplementen zoals Roosvicee Ferro en Floradix. Kijk in de Bevalbieb bij Vitaminen voor meer info.
  • Vitaminepreparaten voor zwangere vrouwen kunnen helpen als je bepaalde voedingsstoffen onvoldoende kunt nemen, bijvoorbeeld vanwege een vegetarische voedingsstijl of misselijkheid.
  • Geeft de test een te laag hemoglobinegehalte aan en komt dit door gebrek aan ijzer, dan geven we je een recept voor ijzertabletten, ferrofumaraat.
  • Zijn er andere redenen voor bloedarmoede, dan zal het beleid, al of niet met hulp van de huisarts worden aangepast.
  • Vind een juiste balans tussen je activiteiten en je rustmomenten, ook al is dat niet altijd even makkelijk.

Bloeddruk

In de zwangerschap gebeurt veel met je bloedsomloop. Vanaf het begin worden de bloedvaten wijder door de zwangerschapshormonen. In de loop van de zwangerschap komen er veel meer bloedvaten bij door de groei van de baarmoeder. Je krijgt er een extra bloedomloop bij, te vergelijken met dat van een been!

Geen wonder dat het hart sneller en steviger moet kloppen om alle bloedvaten te vullen en dat je, vooral in het begin van de zwangerschap, duizelig kunt raken door een te lage bloeddruk. Daarom meten we bij elke controle je bloeddruk: het geeft goed aan hoe je lichaam zich aanpast aan de zwangerschap. In de laatste periode van de zwangerschap zie je vaak dat de bloeddruk omhoog gaat.

Wanneer is een bloeddruk te hoog? Dat is voor iedereen verschillend. Daarbij komt dat je ook alert moet zijn op andere klachten, zoals hoofdpijn of aanwezigheid van kleine flitsjes in je gezichtsveld. Herken je dit, dan testen we je urine op eiwitten. Soms is de nierfunctie minder goed in combinatie met hoge bloeddruk en worden er eiwitten bij de urinetest gezien.

Waarom je een hoge bloeddruk krijgt, is niet exact aan te geven. Soms ken je dit al vanuit je verleden of is het een familiekwaal. Maar vermoedelijk spelen de placenta en de zwangerschapshormonen de belangrijkste rol. De bloeddruk zal dan ook pas dalen wanneer je bevallen bent.

Herken je één of meer van de volgende klachten, neem dan contact met ons op:

  • Hoofdpijn
  • Sterretjes of flitsjes zien
  • Braken
  • Het gevoel van een strakke band om je hoofd of bovenbuik
  • Pijn in bovenbuik of tussen de schouderbladen
  • Opeens heel veel vocht vasthouden, met name bij gezicht, handen en voeten.

Bij blijvende of toenemende hoge bloeddruk, met of zonder symptomen, dragen we de zorg over aan de gynaecoloog. Enerzijds om jouw gezondheid extra goed in de gaten te houden middels bloedonderzoek. Anderzijds om de groei en conditie van het kindje te observeren met CTG en echo. Soms groeit een kindje minder goed vanwege een te hoge bloeddruk.

Tip

Bloeddrukproblemen overkomen je. Je kunt ze niet voorkomen. Toch kunnen extra lichamelijke activiteiten je bloeddruk wel onnodig verhogen. Overkomt het je, probeer het dan te accepteren. Zie het dan als ‘extra broedtijd’: neem geen extra hooi op je vork en ga een paar uur per dag rusten. Doe het voor je zelf én voor je kindje. De doorbloeding van de placenta is het best ten tijde van rust en dit doet de conditie van je kindje goed.

Bloedverlies

In de zwangerschap, bevalling en kraamperiode kunnen er momenten zijn dat je bloed verliest. Hoewel je soms van het moment of hoeveelheid kunt schrikken, kan het er ook gewoon bij horen. Maar met bloedverlies is het altijd goed om alert te zijn.

Bloedverlies in de zwangerschap, daar schrik je van. Maar gelukkig betekent het niet altijd iets vervelends. Licht bloedverlies in het begin van de zwangerschap zegt niet dat er sprake is van een miskraam. Dat geldt ook voor eventueel bloedverlies tijdens het vrijen. Meestal is het afkomstig van de baarmoedermond, deze is in de zwangerschap extra doorbloed en gevoelig voor kleine bloedinkjes. Heb je in deze situaties licht en helder rood bloedverlies, dan hoef je je niet ongerust maken. Ben je toch ongerust of is het bloedverlies aanzienlijk meer, al of niet in combinatie met buikpijn, laat dit ons weten.

Als je de laatste periode van de zwangerschap roodbruine vlekjes bloedverlies hebt ter grootte van een euro, dan is dat ook afkomstig van de baarmoedermond. Deze wordt rijper en dat kan gepaard gaan met iets slijmerig bloed. Het zijn normale verschijnselen, geen zorgen dus. Dit is trouwens iets anders dan de slijmprop. Een slijmprop ziet er uit als een klodder erg dik slijm, soms met iets bruinig bloed. De slijmprop zit in de baarmoedermond.
Als je de slijmprop verliest, wil dit nog niet betekenen dat je gaat bevallen of dat je extra op infecties moet letten. Mocht je na de eerste maanden opeens wel veel en helderrood bloedverlies hebben, bel ons vooral! Dit bloedverlies hoeft niet gepaard te gaan met buikpijn. Het is voor ons en de gynaecoloog dan zaak dat we weten waardoor het wordt veroorzaakt, zodat we de zorg hierop kunnen aanpassen.

Bloedverlies bij de bevalling is wel normaal, mits het niet te veel is. Als je aan het ontsluiten bent geeft dit weefselreactie bij de baarmoedermond en dus bloedverlies. Meestal is het te vergelijken als een lichte menstruatie. Mocht het veel helder rood bloedverlies zijn, moeten we het extra goed in de gaten houden.

Na de geboorte van het kindje is er vaak sprake van veel bloedverlies. De placenta raakt dan los van de baarmoederwand en het bloedverlies is afkomstig uit dat het wondvlak. Het is dan de bedoeling dat de baarmoeder goed gaat samenknijpen, zodat de placenta op een gegeven moment geboren gaat worden en dat het bloedverlies, al is het soms veel, acceptabel is. Het is de taak van de verloskundige dit goed in de gaten te houden.

De eerste dagen van je kraambed kun je ook nog flink bloedverlies hebben. De grote maandverbanden in je kraampakket zijn dan wel handig. Ook kun je nog een bloedstolsel verliezen, wel zo groot als een sinaasappel. Dat is dan een bloedprop die zich in de baarmoederholte heeft opgehoopt en met een nawee naar buiten komt. Een stolsel verliezen lucht wel op, maar te veel stolsels verliezen of zoveel bloedverlies dat je elk half uur een maandverband moet verschonen is te veel. Bel ons dan.

Na die eerste dagen merk je dat het bloedverlies echt wel minder wordt. Het bloedverlies en het vloeien nemen in de dagen en weken na de bevalling af en het bloed verandert van kleur. Bij meer activiteit kan het bloedverlies weer toenemen, maar dat is normaal.
Het bloedverlies kan gewoonlijk vier tot acht weken aanhouden, maar vaak is het al eerder gestopt.

BMI: te zwaar of te licht

Een gezond gewicht is belangrijk. Te zwaar zijn is niet goed, te licht ook niet. Een te hoog of te laag gewicht vermindert de vruchtbaarheid en vergroot de kans op problemen tijdens de zwangerschap.

Je lengte en je gewicht horen bij elkaar te passen en die verhouding heet ook wel de Body Mass Index, kortweg BMI. Je hebt een gezond gewicht met een BMI tussen de 18,5 en 25. Lager dan 18,5 heet ondergewicht, tussen de 25 en 30 noemen we het overgewicht en boven de 30 spreken we van obesitas. Op de website van de hartstichting kun je je BMI snel berekenen.

Door overgewicht worden vrouwen én mannen minder vruchtbaar. De kans op bijvoorbeeld een miskraam is hoger, in de zwangerschap ontstaan eerder klachten zoals gewrichtsklachten, zwangerschapssuiker en te hoge bloeddruk. Ook zijn er iets meer risico’s bij de bevalling, zoals een langdurige bevalling en bloedingen na de bevalling.

Hoe zwaarder je bent, hoe hoger je BMI dus en hoe groter de risico’s. Heb je een kinderwens en overgewicht, probeer dan al vóór de zwangerschap gewicht te verliezen. Het verliezen van 10% van je lichaamsgewicht heeft al veel gunstige gevolgen op je vruchtbaarheid en de zwangerschap. Snel weten wat jouw BMI is? Met de BMI-meter van de Hartstichting bereken je makkelijk je eigen BMI. Schuif de hartjes op de juiste plek en klik op ‘Bereken uw BMI’. Je vindt de BMI-meter op: http://www.hartstichting.nl/gezond_leven/bmi_berekenen/

Ben je te licht? Dan word je minder makkelijk zwanger. Ondergewicht kan de eisprong remmen en daardoor je menstruatiecyclus verstoren. Tijdens de zwangerschap heb je meer kans op bloedarmoede, veel overgeven, te hoge bloeddruk en stemmingswisselingen. Ook bestaat meer kans op een miskraam, problemen met de groei van het ongeboren kindje en vroeggeboorte. Probeer op een gezond gewicht te komen voordat je zwanger bent. De basis hiervoor is een gezonde leefstijl: een goed voedingspatroon en voldoende beweging.

Hulp nodig bij te zwaar of te licht? Heb het erover met je verloskundige. Een leefstijlgesprek geeft je vast nieuwe handvatten om een acceptabel gewicht te bereiken. Misschien werkt extra hulp van een diëtist of bewegingscoach goed voor je, of misschien ligt de oorzaak bij jou meer op het mentale vlak en kijken we wat wel werkt.

Boekenlijst

Er zijn ontzettend veel boeken verschenen over zwangerschap, bevallen en alles eromheen. Dus: war begin je. Wat ‘moet’ je lezen’ en wat kun je laten staan? Dat laatste mag je zelf weten. Dat eerste trouwens ook, maar onderstaande lijst vinden wij in ieder geval de moeite waard om je op te wijzen. Veel leesplezier!

Veilig zwanger en veilig bevallen
B.Smulders ISBN 90-215-339-52/ 90-215-2991-2

Duik in je weeën
C.Salome ISBN 90-269-6264-9

Het grote wonder
L.Nilson & L. Hamberger ISBN 90-216-178-62/ 97-890-216-1786-2

De grote geboortegids
M.Croon & J.v.d.Post ISBN 90-722-196-94

Als bevallen spannend is
L.Wirken ISBN 90-820-1000-3

Borstvoeding
S. Kleintjes & M. Broekhuijsen ISBN 97-890-274-6621-1‎

Vrije geboorte
Anna Myte Korteweg ISBN 9789025961558

Met lege handen
M. Cuisinier, H. Janssen ISBN 902696699-

Borstvoeding

Hieronder vind je verschillende onderwerpen rondom borstvoeding. Klik telkens op de titel voor meer informatie. De laatste onderwerpen bevatten informatie over mogelijke problemen én oplossingen die je tegen kan komen in de borstvoedingsperiode. Overal waar je ‘hij’ leest als we het over je baby hebben, kan je natuurlijk ook ‘zij’ lezen.

Uiteraard kunnen we hier niet alle voorkomende problemen bespreken. Bovendien is in de meeste gevallen raadzaam hulp in te schakelen, ofwel van je kraamverzorgster, ofwel van een van ons of onze lactatiekundige. Borstvoeding is en blijft een uniek proces en universele antwoorden passen dus lang niet altijd. Houd dit in je achterhoofd bij het lezen van alle tips en adviezen.

Weet je waar het woord ‘mama’ of ‘mamma’ vandaan komt? Het woord ‘mamma’ betekent borst. Het komt van het woord ‘mammalia’ en dat is de Latijnse soortnaam voor warmbloedige, levendbarende dieren die hun jongen zogen met borstvoeding, moedermelk. Een ander woord voor moedermelk is ‘zog’, vandaar ook het woord ‘zoogdieren’.

Al vanaf je puberteit bereiden je borsten zich voor op dat waarvoor ze gemaakt zijn: het produceren en geven van borstvoeding. Het klierweefsel ontwikkelt zich en de borsten groeien. Tijdens je zwangerschap groeien je borsten verder en komen ze tot volledige ontwikkeling.

Direct na de bevalling en de geboorte van de placenta komt, hoe dan ook, de melkproductie op gang. Zo werkt je lichaam, zo werken je hormonen, zo werkt de natuur. Wij mensen zijn zoogdieren en zoogdieren hebben van nature moedermelk nodig om te overleven. Gelukkig is 98% van de vrouwen anatomisch en fysiologisch in staat om borstvoeding te geven. De grootte van je borsten zegt niets over de kans van slagen van de borstvoeding. Zo, na dit kleine lesje biologie is het tijd voor het echte werk.

Borstvoeding is zoals de natuur het bedoeld heeft. Borstvoeding is de voeding waarmee kunstvoeding wordt vergeleken. Je kunt daarom wel zeggen dat borstvoeding ‘beter’ is dan flesvoeding, maar logischer is om te zeggen dat kunstvoeding ‘afwijkt van de norm’ en nadelen heeft ten opzichte van borstvoeding. Borstvoeding is al een tijdje weer de norm, borstvoeding geven is normaal. Mede door de vrouwenemancipatie begin vorige eeuw is dit gedurende enkele generaties steeds iets minder normaal geworden. Het dieptepunt werd bereikt in de jaren ’70, toen meer dan driekwart van de moeders flesvoeding gaf. Vandaar dat jouw moeder en oma misschien wat kanttekeningen plaatsen bij het geven van borstvoeding, of op dit gebied niet de beste kennis in huis hebben. Vandaar ook dat sommige vrouwen minder voorbeelden om zich heen hebben gezien en zich vooraf inlezen over borstvoeding of een voorbereidende cursus doen. Soms kan het ook nodig zijn om een lactatiekundige in te schakelen. Dit kan al in de zwangerschap, als de borstvoeding bij een vorig kindje niet naar wens verliep of als je bijvoorbeeld door een operatie aan je borsten vragen hebt of onzeker bent over het geven van borstvoeding. Het kan ook zijn dat er zich na de bevalling problemen voordoen die jij niet samen met je partner, de kraamverzorgster en/of de verloskundige kunt oplossen. Zoals je weet is Monique Sirag de lactatiekundige van Dochter&Zn.

Goed voor je baby

Met name de laatste decennia is veel onderzoek gedaan naar borstvoeding en de samenstelling van moedermelk. Niet in de laatste plaats door kunstvoedingsfabrikanten, om de melk zo goed mogelijk na te kunnen maken. Deze onderzoeken tonen onomstotelijk aan dat borstvoeding de beste voeding en de beste start voor baby’s is. Moedermelk zit boordevol goede voedingsstoffen en unieke afweerstoffen. Met de borst gevoede kinderen hebben daardoor minder last van infecties, allergieën, astma, darmproblemen en zijn beduidend minder vaak ziek. Via de allereerste melk, het colostrum, krijgen baby’s een enorme stoot antistoffen mee en worden de darmen van een beschermlaag voorzien, zodat ze een sterke barrière tegen ziekmakende bacteriën vormen. Borstvoeding is beter verteerbaar dan kunstvoeding en afvalstoffen worden sneller afgevoerd. Hierdoor hebben deze baby’s minder last van geelzucht, krampjes en spugen. Ook op latere leeftijd hebben deze kinderen minder kans op bepaalde ziekten, zoals diabetes en overgewicht en zijn ze gemiddeld intelligenter. In ontwikkelingslanden komt veel minder diarree voor bij met de borst gevoede kinderen, waardoor onnodige baby- en kindersterfte wordt voorkomen.

Goed voor jezelf

Voor de moeder is het geven van borstvoeding goed voor het herstel van het lichaam na de zwangerschap en de bevalling. Je baarmoeder wordt sneller weer klein, waardoor je minder bloedverlies zult hebben. Je raakt makkelijker je extra kilo’s weer kwijt. Het verkleint daarnaast de kans op borstkanker, baarmoederkanker en eierstokkanker en werkt beschermend tegen botontkalking op latere leeftijd.

Hechting

Een goede hechting is van groot belang voor de ontwikkeling van je kind. Het vormt de basis voor de rest van zijn leven. Hoe beter een kind gehecht is, hoe meer vertrouwen hij in zichzelf en de wereld om zich heen zal hebben, nu en zeker ook later. Algemeen wordt aangenomen dat het geven van borstvoeding een goede hechting van moeder en kind bevordert. In ieder geval wordt het contact op een vanzelfsprekende en natuurlijke manier gestimuleerd. En andersom wordt de melkproductie gestimuleerd doordat moeder en kind elk voedingsmoment in elkaars aanwezigheid zijn.

Het advies is de eerste zes maanden volledig en uitsluitend borstvoeding te geven en pas daarna te beginnen met het geleidelijk invoeren van andere voedingsmiddelen. De WHO en Unicef adviseren tenminste twee jaar borstvoeding te geven. De natuurlijke leeftijd waarop het voeden aan de borst door het kind wordt afgebouwd, ook wel speenleeftijd genoemd, ligt tussen de 4 en 5 jaar.

Je merkt vaak al vroeg in de zwangerschap dat je borsten zich voorbereiden op de borstvoeding: ze worden groter, zwaarder en steviger. Ook je tepels en het tepelhof veranderen mee en worden groter, donkerder en gevoeliger. Je kunt zelfs al wat melk lekken tijdens je zwangerschap, wat overigens geen voorwaarde is voor het slagen van de borstvoeding. Op je tepelhof kunnen kleine witte talgkliertjes zichtbaar worden. Talg houdt het tepelhof soepel en geeft een geur af die de baby herkent.
Je hoeft je borsten niet voor te bereiden op het geven van borstvoeding. En je moet je tepels zeker niet harden met een ruwe handdoek, hierdoor kunnen ze zelfs beschadigen. Zonlicht kan je tepels wel sterker maken. Ook vlakke of ingetrokken tepels hebben geen specifieke voorbereiding nodig.

Melk wordt gemaakt uit bloed in het borstklierweefsel. Hormonen, reflexen en zenuwen spelen een belangrijke rol bij de productie en het toeschieten van de melk. Na de eerste twee weken komt het legen van de borst en het principe van vraag- en aanbod meer op de voorgrond te staan.
Door het zuigen aan je borst worden de zenuwen in je tepel geprikkeld, waardoor je hersenen hormonen afscheiden die de aanmaak en het toeschieten van de melk regelen.
Hoe vaker je baby in het begin aan de borst ligt, hoe hoger de hormoonspiegels, hoe eerder en hoe beter de melkproductie op gang komt. Het hormoon dat de productie reguleert is prolactine. Voor de productie op korte, maar zeker ook op langere termijn, is het de eerste tijd van belang om de baby vaak aan te leggen. Lukt dit niet, om wat voor reden dan ook, begin dan zo snel mogelijk met kolven om de productie te stimuleren. Van uitstel komt vaak afstel.
Een ander hormoon is oxytocine. Dit zorgt voor de toeschietreflex. Het laat de spiertjes rond de melk-producerende cellen samentrekken, waardoor de melk door de melkkanaaltjes naar de tepel wordt gestuwd. De toeschietreflex kan een prikkelend gevoel in de borst geven. Het toeschieten kan door emoties worden beïnvloed. Positief door warmte, liefde en huid-op-huid-contact. Negatief door spanningen, angst of pijn.
Oxytocine brengt ook de weeën op gang. De eerste dagen kun je daarom (extra) last van naweeën hebben als je je kindje aan de borst legt. Dit kan vervelend zijn, maar zorgt er wel voor dat de baarmoeder snel weer kleiner wordt en het bloedverlies na de bevalling beperkt(er) blijft.
Zorg voor voldoende rust, dit heb je niet alleen nodig voor je herstel, het werkt ook bevorderend voor de borstvoeding.

Goed aanleggen is het halve werk en kan veel problemen voorkomen. Belangrijk dus om hier veel aandacht en tijd aan te besteden om het te leren. Het beste is als je baby direct na de geboorte bloot bij je op de borst komt te liggen en daar minimaal een uur blijft. De eerste uren na de geboorte is de baby namelijk zeer wakker en zijn de reflexen optimaal. Laat je hem z’n gang gaan dan zie je vaak dat hij zelf al op zoek gaat naar de borst. Zorg er dus voor dat je kindje binnen een uur aan de borst ligt. De kraamverzorgster, de verpleegkundige of de verloskundige zal je daar graag bij helpen.

De eerste keer aan de borst is heel belangrijk: het is voor je kindje een inprentingsmoment. Het is dus bijzonder waardevol om hier goed de tijd voor te nemen en dit niet voorbij te laten gaan! Vanaf het begin moet je er goed op letten dat de baby de tepel en een deel van het tepelhof met een grote hap in zijn mond neemt. Houd je baby goed dicht tegen je aan, zorg dat het lijfje in één lijn is en hij de nek niet naar de zijkant heeft gedraaid. Laat je baby van onderaf naar boven aanhappen, laat dus niet de tepel als een spaghettisliertje naar binnen zuigen. Als je de tepel tussen de bovenlip en het neusje van de baby houdt, zal hij reflexmatig zijn mond open doen en zijn tongetje wat uitsteken. Breng je baby dan naar de borst toe en niet andersom, zodat hij kan aanhappen.

Als hij goed aan de borst ligt, heeft hij zijn mond wijd open en zijn de lippen naar buiten gekruld. Zijn onderlip bedekt meer van het tepelhof dan zijn bovenlip. Hij ligt met zijn kin tegen jouw borst en niet met zijn neus. Zijn hoofdje ligt iets achterover gekanteld ten opzichte van de rest van zijn lichaam. Een goed aangelegde baby krijgt de melk goed uit de borst. Hij zal eerst een paar keer snel achter elkaar zuigen om het toeschieten op te wekken, waarna het ritme rustiger en regelmatiger zal worden. Als je goed kijkt zie je zijn kaakjes bij de oren bewegen tijdens het zuigen.

Hapt hij te klein aan, dan heb je kans dat je tepel in de verdrukking komt in de mond van de baby. In dat geval heeft je tepel de vorm van een nieuwe lippenstift als deze weer uit z’n mondje komt. Dit doet pijn en kan tepelkloven tot gevolg hebben. Een verkeerde manier van aanhappen herken je aan een ‘zuinig’ mondje met de lippen in een scherpe hoek ten opzichte van elkaar en kuiltjes in de wangen tijdens het zuigen. Bovendien komt hij dan vaak niet in een rustig, gelijkmatig zuigritme.

In het begin mag het aanleggen best even gevoelig zijn, maar pijn hoort niet! Corrigeer dit meteen door je kindje ‘los te koppelen’ en opnieuw aan te leggen. En bedenk dat het om borstvoeding gaat, niet om tepelvoeding.

Hoe vaak een baby aan de borst moet drinken, laten we het liefst aan de baby over. Voeden ‘op verzoek’ noemen we dat. De eerste uren na een normale zwangerschap en bevalling is een gezonde baby zeer wakker en is de zuigbehoefte goed. Hij heeft voldoende reserves voor de eerste dagen. De baby heeft direct na de geboorte nog een heel klein maagje, ter grootte van een knikker. Daar past nog niet veel voeding tegelijk in, anders zou hij buikpijn krijgen. Je baby zal daarom vaak kleine beetjes willen en moeten drinken. Soms moet je hem daar de eerste dag voor wakker maken, want dan zijn het soms echte slaapkopjes. Maar meestal melden ze zichzelf, zeker na de eerste dag.

Zorg daarom dat je je baby altijd in je nabijheid en gezichtsveld hebt, dan kun je meteen inspringen op de vroege ‘hongersignalen’. Wacht je tot hij gaat huilen dan ben je vaak te laat om je baby nog goed aan te kunnen leggen. Soms moet je hem dan eerst troosten, voor hij goed wil drinken. Voorbeelden van vroege hongersignalen zijn smakgeluidjes, op z’n vuistjes sabbelen of ‘zoeken’: je baby beweegt z’n hoofd opzij met een open mondje. Als je mee gaat in zijn behoefte wordt de aanmaak van de melk goed gestimuleerd. Na twee weken zal de productie dan goed op gang zijn.

Hou de eerste dagen goed in de gaten of de baby vaak genoeg aan de borst drinkt, ook ’s nachts. Het advies is minimaal acht keer. Als hij tien of twintig keer wil, is dat ook goed. Probeer niet teveel op de klok te letten. Een ritme zit er voorlopig nog niet in, probeer dat dus los te laten. Neem de tijd en de rust om elkaar goed te leren kennen.

Ook hier is een eenduidig antwoord moeilijk te geven. Het ene kind drinkt snel, het andere kind langzaam. De duur van een voeding zegt dus niets over hoe goed of veel je baby drinkt. Je kunt wel goed letten op ‘effectief drinkgedrag’: zolang je baby goed door zuigt, minstens een keer of zes achter elkaar, dan even een paar seconden pauze neemt en vervolgens weer een reeks goede teugen neemt en je hem na iedere teug hoort slikken, kun je ervan uit gaan dat hij goed drinkt.
Worden de zuigreeksen korter en de pauzes langer, dan is het niet meer effectief. Meestal betekent dit dat je kindje genoeg heeft gehad. Heb je het gevoel dat de borst niet leger aanvoelt na de voeding of viel hij naar jouw idee te snel in slaap? Kijk dan of hij weer actiever gaat drinken als jij ‘compressie’ geeft door met een vlakke hand druk uit te oefenen op het borstweefsel. Zo niet, dan bied je hem de andere borst nog aan. Zo nodig pas je ‘wisselvoeding’ toe, je wisselt dan vaker van borst tijdens één voeding. Eventueel kun je hem tussendoor verschonen, zodat hij weer een beetje wakker wordt.

Je kunt ervan uitgaan dat hij voldoende binnenkrijgt als je baby genoeg plast en poept, tevreden is en alert en zelf wakker wordt voor een voeding. Bovendien houdt de kraamverzorgster het gewicht goed in de gaten. En wat dat gewicht betreft: het is normaal dat een pasgeborene de eerste dagen afvalt, dit mag echter niet meer dan 10% zijn. Na vier dagen zal hij weer gaan groeien.

Voor wie nog meer cijfers wil: 150 tot 200g gewichtstoename per week is normaal, dit is gemiddeld 20 tot 30g per dag. De ene dag kan dat uiteraard wat meer zijn en de andere wat minder. Ook hangt dit af van het geboortegewicht. De meeste kinderen zijn twee weken na de geboorte weer op hun geboortegewicht, sommigen doen er iets langer over. Na drie maanden is het normaal dat aan de borst gevoede kinderen minder hard gaan groeien. Zet je hun groei in de gangbare curve, gebaseerd op kinderen die overwegend met kunstvoeding zijn gevoed, dan zal die afbuigen. Neem dus wel de goede groeicurve, de groeicurve van de World Health Organisation, WHO.

Moedermelk kan alle kleuren van de regenboog hebben. De eerste moedermelk, het colostrum, is geel, na de eerste dagen wordt het lichtgeel tot wit. Soms kan er een blauwige, rozige of groenige waas doorschemeren. Dit zegt niets over de kwaliteit van de melk, maar is afhankelijk van wat jij gegeten hebt en of het de eerste melk of de laatste druppel van een voeding is. Gedurende een voeding is de samenstelling van moedermelk namelijk verschillend. Zo is de melk die het eerste uit de borst komt, ook wel de voormelk genoemd, vaak glazig en wateriger, een prima dorstlesser. De melk die later tijdens het voeden loskomt, de achtermelk, is romiger van kleur. Deze melk bevat meer vet en zorgt voor een vol gevoel. Hoe leger de borst, hoe vetter de melk. Zowel in de voor- als in de achtermelk zitten waardevolle voedingsstoffen.

Borstvoeding kun je in verschillende houdingen geven. Ieder heeft zo zijn of haar voorkeur. Sommige houdingen lenen zich beter in bepaalde situaties dan andere. Kijk vooral wat bij jou past en wat voor jullie (situatie) op dat moment prettig is.

  • De klassieke houding wordt ook wel de madonnahouding genoemd, dit is de houding die de meeste moeders wel kennen en waarin het voeden vaak wordt aangeleerd. Hierbij zit jij en ondersteun je je baby met je linkerarm als je hem aan de linkerborst laat drinken en met de rechterarm aan de rechterborst.
  • Bij de doorgeschoven madonnahouding ondersteun je de baby juist met je rechterarm als hij aan de linkerborst drinkt. Hierbij heb je goed zicht op wat de baby doet en kan je hem makkelijker manoeuvreren.
  • Ook vaak gebruikt in de kraamtijd is de liggende houding, waarbij jij op je zij ligt en je baby met zijn buik tegen jouw buik aan, ook op zijn zij.
  • Daarnaast wordt de rugby-houding regelmatig gebruikt. Hierbij heb jij je kind onder de arm (als een rugbybal), onder de rechterarm als je rechts voedt en andersom.
  • Op dit moment nog minder bekend is biological nurturing, ofwel ‘instinctief voeden’. Hierbij ‘hang’ jij onderuitgezakt, half-liggend op je rug en ligt je baby op zijn buik op jouw buik. Dit is een fijne houding voor onrustige kinderen, omdat ze meer ondergrond hebben voor hun handjes. Daarnaast stimuleert het optimaal de natuurlijke reflexen van de baby. Ook prettig als de melk wat hard stroomt.
  • Wat betreft dat laatste kan de liggende of Australische houding ook prettig zijn, omdat de melk tegen de zwaartekracht in uit de borst stroomt.
  • Verder kun je nog staand, hangend over je schouder, voor je liggend, ondersteund en twee kinderen tegelijkertijd (van dezelfde of verschillende leeftijd) voeden.
Soms is het nodig om bij te voeden. De meest voorkomende reden om bij te voeden is als je baby teveel is afgevallen en / of als de melkproductie (nog) niet goed op gang is. Uiteraard is het belangrijk goed te kijken naar de oorzaak en deze tegelijkertijd aan te pakken.

Bijvoeden doen we met moedermelk. Alleen als dit (nog) niet voorradig is, gebruiken we kunstvoeding. Je kunt op verschillende manieren bijvoeden: aan de borst met een borstvoedingshulpset of een sondeslangetje, met een lepeltje, een cupje, d.m.v. vingervoeden of met een fles.

Ga je bijvoeden met een fles, pas dan op voor tepel-speen-verwarring, oftewel: de baby moet eerst goed aan de borst kunnen drinken voordat hij aan de fles mag. Maar soms ontkom je er niet aan, bijvoorbeeld als je vaker per dag grote hoeveelheden moet bijvoeden. Je kunt dan het beste ‘therapeutisch flesvoeden’.

Dit gaat als volgt: je gebruikt een lange, ronde speen met een trage flow. Je voedt de baby in verticale positie of in zijligging, met de fles horizontaal. Je houdt de baby zo dicht mogelijk tegen je (borst) aan. Prop de speen niet in de mond, maar biedt hem aan door zachtjes over de lipjes te strijken en breng de speen pas in de mond als de baby zijn mond opent. Als je merkt dat hij even op adem moet komen, trek je de speen terug, om hem later weer op dezelfde manier aan te bieden.

Ga niet op eigen houtje met bijvoeding aan de slag, overleg met ons of met de kraamverzorgster hoeveel, hoe vaak en waarmee. Als je baby moet worden bijgevoed betekent dit bijna altijd dat jij moet kolven. En dat lees je onder het kopje ‘Kolven’.

Kolven kan op verschillende manieren: met de hand, met een handkolf of met een elektrische kolf, enkel- of dubbelzijdig. De meeste kraamverzorgsters beheersen de techniek van het kolven met de hand en kunnen het je goed aanleren. Het is een methode die kosteloos is en goed werkt als je er eenmaal handigheid in hebt. In menu Bevalbieb vind je bij weblinks enkele websites met duidelijk instructies.

Electrische kolf

Lukt het niet met de hand of gebruik je liever een apparaat, kies in de kraamtijd dan voor een elektrische kolf. Of je enkelzijdig of dubbelzijdig moet gaan kolven, is afhankelijk van hoeveel en hoe vaak je moet kolven. Een enkelvoudige kolf volstaat prima als het voor een beperkte tijd en hoeveelheid is. Bijvoorbeeld als je inschat dat je kindje een paar dagen wat bijvoeding nodig heeft. Moet je langer en vaker kolven, bijvoorbeeld als je kindje in het ziekenhuis ligt of als je een tweeling hebt, ga dan dubbelzijdig kolven, dat scheelt tijd en energie.

Handkolf

Een andkolf is niet altijd subtiel genoeg voor de eerste dagen en kan soms wat te sterk zijn voor je tepels die nog aan het wennen zijn. Later kun je die prima gebruiken en kan het een handige en goedkope optie zijn.

Het kolven zelf kost meestal zo’n tien tot vijftien minuten per borst, in het begin zal de melk druppelen, zodra het toeschiet zal het er in straaltjes uitkomen. Zodra de melkstroom weer druppelend wordt, kolf je nog twee minuutjes door voor je stopt. Zo vang je de laatste kostbare vette druppels nog op. Als je tijdens het kolven je borst ondersteunt of compressie geeft zie je vaak dat de melk (weer) harder gaat stromen.

Ben je alleen op kolven aangewezen, bijvoorbeeld omdat je je baby (nog) niet live aan de borst mag of kan voeden? Zorg dan voor een dagproductie van minimaal 500 ml. Met 750 ml zit je helemaal save, 350 ml of minder is te weinig voor de productie op lange termijn. Ook als je kind op dat moment minder nodig heeft, moet je dus toch meer kolven. Met een handkolf kun je in de regel de productie niet op gang brengen, hiervoor heb je echt een elektrische kolf nodig.

Goed om te weten:

als je veel melk afkolft betekent dit dat je veel melk produceert. Andersom geldt dit niet, dus ga niet kolven om er achter te komen hoeveel je produceert. Een kind kan de borst meestal veel efficiënter legen dan een apparaat.

Er zijn heel veel verschillende merken kolven op de markt. De kwaliteit en met name de prijs zijn zeer verschillend. Vraag altijd advies voor je een kolf aanschaft. Wij raden het gebruik van een tweedehands kolf af. Voor tijdelijk gebruik kun je ook een kolf huren via ons, de kraamzorg of de thuiszorg.

Soms wil de melk minder goed toeschieten tijdens het kolven. Besteed hier dan extra aandacht aan, door je borsten vóór het kolven lekker warm en soepel te maken met warme doeken en voorzichtig te masseren met kleine ronddraaiende bewegingen. Wat ook helpt om de melk te laten toeschieten: houd je kind of een foto of iets anders van je kind bij je in de buurt als je kolft. Of als het mogelijk is, houd tijdens het kolven je kind, het liefst bloot, tegen je aan. Lukt het dan nog niet, dan kun via ons of via de huisarts een recept voor een neusspray krijgen die het toeschietreflex opwekt.

Kamertemperatuur (20°C) Koelkast (5 °C) Vriezer (-15 °C) Diepvries (-20°C) Na opwarmen
Verse melk 5-10 uur 5 dagen 3 maanden 3-6 maanden 1 uur
Ontdooide melk 1 uur 24 uur 1 uur

 

Als je moedermelk langer bewaart, sluit het dan goed af en schrijf de datum en de hoeveelheid op de verpakking. Je kunt melk van verschillende kolfbeurten van dezelfde dag bij elkaar in bewaren. Hoe minder de melk is bewerkt door koeling of verwarming, hoe meer kostbare voedingsstoffen bewaard blijven. Dus als je de melk snel gaat gebruiken, bewaar het dan niet in de koelkast, maar gewoon op kamertemperatuur.

Voor je baby is melk op kamertemperatuur meestal goed genoeg, verwarmen is dus overbodig. Komt de melk uit de vriezer, laat het dan eerst ontdooien in de koelkast. Melk uit de koelkast kan verwarmd worden onder een lauwwarme kraan, au bain-marie of met de flessenwarmer. Zorg dat het water om de melk te verwarmen maximaal 35 °C is, sneller en warmer betekent verlies van voedingsstoffen. Verwarmen in de magnetron op het laagste vermogen (ca. 200W) kan, maar moet heel zorgvuldig gebeuren.

Omdat een magnetron de melk van binnenuit verwarmt, kunnen in de melk zogenaamde hotspots ontstaan, waaraan je baby zich ernstig kan verbranden. Wil je het toch op deze manier verwarmen, doe het dan zo kort mogelijk, zwenk de melk tussendoor en nogmaals voordat je het geeft. Restjes opgewarmde melk kun je niet bewaren, gooi deze weg. Verwarm daarom liever twee keer een beetje, dan teveel in één keer. Je hebt allerlei verschillende bewaarsystemen: zakjes, flesjes, staafjes. Kijk wat voor jou handig en betaalbaar is.

Na een dag of drie, vier merk je dat je borsten voller en groter worden, wat een gespannen gevoel kan geven. Dit wordt stuwing genoemd. Hoe vaker je in het begin aanlegt, hoe sneller en beter de melkproductie op gang komt en hoe minder last je hebt van de stuwing, omdat die op tijd wordt weggedronken. Meestal verdwijnt de stuwing vanzelf na een paar dagen.

Het kan voorkomen dat de stuwing langer aanhoudt of pijnlijk is. Dan kun je voor verlichting zorgen door wat spanning van je borsten af te kolven. Als je dit doet binnen het uur nadat je baby aan de borst heeft gedronken, hoort het voor je lichaam bij dezelfde voeding en wordt de melkproductie niet extra gestimuleerd, zodat het niet voor extra stuwing zal zorgen. Je borsten koelen na de voeding kan prettig zijn, maar zorg dat ze voor de volgende voeding tijdig weer lekker warm zijn, anders stroomt de melk niet goed door.

Lukt het je baby niet om goed aan te happen door de stuwing, dan kun je juist vóór het aanleggen even wat afkolven, zodat je borst wat soepeler wordt en het aanleggen makkelijker zal gaan. Doe dit niet langer dan een paar minuutjes.

Een tepelhoedje is een soort dun hoesje van siliconen voor om je tepel.
Reden om een speciaal stukje over het tepelhoedje te schrijven is dat de meningen over het gebruik ervan zo enorm verschillend zijn. Tepelhoedjes worden te kust en te keur gebruikt, vaak als lapmiddel, bijvoorbeeld bij zere tepels. Soms kunnen tepelhoedjes echter ook een echt hulpmiddel of zelfs laatste redmiddel zijn. In het kader van: beter borstvoeding mét tepelhoedje, dan geen borstvoeding bespreken we hieronder een aantal goede indicaties voor het gebruik er van.

Wanneer is een tepelhoedje handig

Kinderen die te vroeg geboren zijn kunnen het tepelhoedje gebruiken als richtpunt, waardoor ze makkelijker kunnen aanhappen. Dit geldt ook voor kinderen die geboren zijn met een hoog gehemelte of een kort tongriempje of andere problemen zoals een lage spierspanning, wat kinderen met het syndroom van Down hebben.

Heb je vlakke of ingetrokken tepels, heb je het al in alle andere houdingen geprobeerd en lukt het ondanks het voorvormen van je tepel nog steeds niet om je baby goed aan te laten happen, dan kan een tepelhoedje uitkomst bieden. Ook bij teveel melk of een te sterke toeschietreflex kan het tepelhoedje tijdelijk een goed hulpmiddel zijn. Het hoedje tempert de melkstroom waardoor je kind makkelijker en rustiger kan doordrinken. Een tepelhoedje kan tevens worden ingezet bij de overgang van fles naar borst.

Vaak kun je na een tijdje het gebruik van het tepelhoedje weer afbouwen. Dat is een kwestie van af en toe proberen en in de loop van de voeding als de melk al is toegeschoten, het hoedje er eens afhalen. Wat ook kan: eerst even een beetje kolven, waardoor de borst wat soepeler en plooibaarder is om te oefenen zónder. Soms krijg je het advies er steeds een stukje af te knippen totdat er niets meer van het hoedje over is gebleven. Dit raden wij af, omdat er dan scherpe randjes kunnen ontstaan, waardoor de tepel kan beschadigen.

Hoe gebruik je het tepelhoedje

Ook tepelhoedjes zijn in verschillende vormen, maten en prijzen verkrijgbaar. Wij geven de voorkeur aan een tepelhoedje met een uitsparing voor de neus, zodat je baby jou ruikt in plaats van plastic.
Maak het tepelhoedje voor het plaatsen een beetje nat zodat het goed op de huid blijft plakken. Zorg dat de tepel precies in het midden zit. Je kunt het hoedje ook bijna binnenstebuiten klappen en dan plaatsen, waarna je de tepel er in manoeuvreert door hem voorzichtig heen en weer te bewegen zonder het vacuüm te verbreken. Op deze manier zal een groter gedeelte van de tepel in het hoedje komen, waardoor hij steviger blijft zitten.

Houd het tepelhoedje goed schoon door het na elke voeding onder lauwwarm stromend water af te spoelen. Uitkoken hoeft niet, tenzij er sprake is van een candida-infectie. Meer over infecties lees je hieronder.

Als borstvoeding gevende moeder hoef je niet voor twee te eten, maar je moet er wel rekening mee houden dat er iemand met je mee eet. Je zult dus, net als in je zwangerschap, verantwoord moeten eten en drinken. Borstvoeding geven kost energie, hiervoor heeft je lichaam een extra voorraadje vet aangelegd in de zwangerschap. Een mooie bijkomstigheid van borstvoeding geven, is dat je die extra kilo’s makkelijk weer kwijt raakt en soms zelfs een beetje meer.

Zorg er wel voor dat je niet teveel afvalt, anders voel je je snel moe en futloos. Lijnen tijdens de borstvoedingsperiode is niet verstandig. Eet dus regelmatig en gezond en zorg voor inname van voldoende calorieën. Luister goed naar je eigen honger- en dorstgevoel. Ben je vegetariër, let dan extra op de inname van vitamine B12. Als hiervan te weinig in je voeding zit, kan je moedermelk ook te weinig bevatten. Je kunt je dieet aanpassen of een vitaminepreparaat slikken om ervoor te zorgen dat je kind geen tekort krijgt.

Tijdens de borstvoeding moet je voorzichtig zijn met het gebruik van medicijnen. Vertel altijd dat je borstvoeding geeft als medicijnen koopt of voorgeschreven krijgt, zodat daar rekening mee kan worden gehouden. Kijk onder ‘weblinks’ voor een goede, betrouwbare site voor meer informatie over borstvoeding en medicijnen.

Ten slotte: besef dat alcohol, nicotine en drugs via je bloed in de moedermelk terecht komen. Deze gifstoffen krijgt je baby dus ook binnen. Het kleine lichaam, met name de lever en nieren, is nog niet groot en rijp genoeg om deze producten goed te kunnen verwerken, waardoor ze vele malen schadelijker zijn voor je baby dan voor jou.

Als je baby wat ouder is, kun je best af en toe een glaasje alcohol drinken. Houd het dan bij één glas, want als je meer glazen achterelkaar drinkt, gaat de alcohol stapelen. Hierdoor duurt het langer voor de alcohol weer uit je bloed, en dus uit de melk, is. Zorg dat er minstens twee uren zitten tussen het laatste slokje van dat ene glaasje en het moment dat je weer gaat voeden.

Zo gaat het met regeldagen

Als je baby een groeispurt doormaakt, zal hij vaker willen drinken. Voed je op verzoek dan kom je dus tegemoet aan de wens van je kind om vaker te mogen drinken. Je melkproductie zal zich automatisch aanpassen aan de nieuwe behoefte van je kind. Meestal duurt het een paar dagen voor jullie weer op elkaar zijn afgestemd. Deze dagen worden ook wel regeldagen genoemd. Wanneer en of deze regeldagen zullen optreden is bij iedereen anders.

Tijdens deze dagen voelen je borsten vaak veel slapper dan je gewend bent, ze krijgen immers niet de tijd zich weer helemaal te vullen. Twijfel niet aan jezelf of aan je productie: dit is normaal en trekt na een paar dagen vanzelf weer bij.

Als je weer gaat werken; wennen aan het flesje

Sommige vrouwen kunnen het zo regelen dat ze minstens een half jaar na de geboorte niet hoeven te werken, bijvoorbeeld door hun ouderschapsverlof in één keer op te nemen. Hun kinderen hoeven niet te wennen aan de fles en kunnen gelijk uit een beker drinken als hun moeder aan het werk is. De meeste Nederlandse moeders hebben na de bevalling echter maar tien tot twaalf weken verlof. Zij moeten een oplossing bedenken voor de borstvoeding tijdens het werk.

Totdat je kind negen maanden oud is, heb je het recht om een kwart van je werktijd te gebruiken voor de borstvoeding, dus om te kolven of om live te voeden. Jij kan naar je kind gaan of je kind kan naar jou worden gebracht. Maak hier van te voren goede afspraken over met je werkgever en degene die voor je kind zorgt als jij werkt.

Lukt het niet om live te voeden tijdens je werk, dan moet je minimaal één keer per dag kolven. Dit om je borsten te ontlasten, de productie op gang te houden en je kind van moedermelk te kunnen blijven voorzien. Je kunt het beste net zo vaak kolven als je je baby zou hebben gevoed.

Daarnaast moet je kind leren drinken uit een fles. Het is handig hem of haar op tijd kennis te laten maken met de fles en de speen. Als je kind na een paar weken goed weet hoe hij aan de borst moet drinken, kun je hiermee beginnen. Je verwacht dan geen tepel-speen-verwarring meer. Start in ieder geval voordat hij zes weken oud is en blijf dit een aantal keer per week herhalen, dan heb je de minste kans dat hij het weer verleert. Gebruik hiervoor een rechte speen met een trage flow, deze bootst het best het drinken aan de borst na.

Afbouwen

Het meest natuurlijke is als de borstvoeding langzamerhand vanzelf stopt vanuit ‘gezamenlijk initiatief’. Dit kan een proces van maanden tot jaren zijn. De natuurlijke speenleeftijd ligt immers tussen de 4 en de 5 jaar. Wil of moet je eerder stoppen, dan is de manier waarop afhankelijk van de leeftijd van je kind.

Bouw je de borstvoeding binnen een halfjaar na de geboorte af, neem hier dan goed de tijd voor om borstontsteking te voorkomen.

Het beste doe je dit heel geleidelijk en vervang je één borstvoeding per keer voor kunstvoeding. Kies de borstvoeding die het minst goed loopt. Je borsten zullen wat meer gestuwd raken, maar een beetje stuwing is juist goed bij het afbouwen: het vermindert de productie. Meestal gaat de stuwing na een paar dagen tot een week vanzelf over. Is de stuwing te erg of te pijnlijk, leg je kind dan toch even aan of kolf een beetje af totdat je borsten weer soepel aanvoelen.

Voelen je borsten weer soepel aan, dan kun je de volgende borstvoeding vervangen. Zorg dat deze niet direct voor of na de eerder overgeslagen voeding ligt. Zo ga je door tot alle voedingen vervangen zijn door kunstvoeding. Houd als laatste borstvoeding het leukste voedingsmoment over. Als je na een halfjaar afbouwt dan vervang je, net als in het eerste halfjaar, geleidelijk steeds een borstvoeding voor een kunstvoeding. Het verschil is dat je daarnaast ook begint met de introductie van vast voedsel. Ook nu kun je wat meer last van stuwing krijgen door het wegvallen van een borstvoeding. Is die stuwing weer over is, kun je de volgende borstvoeding vervangen, enzovoort.

Vanaf negen maanden mag je ook één borstvoeding vervangen door volle yoghurt. De andere borstvoedingen moet je alsnog vervangen door kunstvoeding tot je kindje een jaar oud is. Daarna volstaat gewone melk. Kijk op de verpakking van de kunstvoeding wat gangbaar is voor de leeftijd van je kind. Houd je hier strikt aan, geef niet meer dan voorgeschreven en doe zéker niet een extra schepje melkpoeder in de fles. Dat is echt niet nodig, je kindje wordt er onnodig dik van en kan er buikpijn van krijgen. Na een jaar zal het afbouwen vaak soepeler verlopen, al is het afscheid nemen van de borst tegen die tijd voor beide wellicht moeilijker.

Een andere manier van afbouwen is door middel van kolven. Je kunt dan elke voeding steeds een beetje minder afkolven. Neem hiervoor bijvoorbeeld stapjes van 30ml per keer. Ook nu bouw je af op je gevoel. Zijn je borsten gewend aan 30ml minder en niet meer gestuwd tussentijds, dan kun je weer 30ml minder afkolven, tot er uiteindelijk (bijna) niets meer uitkomt.
Houd er rekening mee dat je borsten na de laatste keer kolven of voeden nog een aantal weken af en toe wat melk kunnen lekken.

Er bestaan verschillende ziekten en afwijkingen waardoor een baby niet goed aan de borst kan drinken. Uiteraard moet je dan zoeken naar een passende (medische) oplossing. Voor het gemak en voor de duidelijkheid richten wij ons hier op gezonde pasgeborenen. Ook gezonde baby’s kunnen moeite hebben om goed aan de borst te drinken. Ze kunnen te sloom zijn of juist te ongeduldig. Soms snappen ze gewoon nog niet wat de bedoeling is.

Een goed begin is het halve werk.

Houd je kind dicht bij je in de buurt en reageer op vroege hongersignalen. Zorg voor veel huid-op-huid-contact. Hierdoor worden de reflexen van je baby optimaal gestimuleerd, niet alleen direct na de geboorte maar ook in de dagen en weken daarna. Dit werkt bovendien stimulerend voor de aanmaak van melk. Zorg daarbij voor voldoende rust, warmte en ontspanning, vooral tijdens het oefenen.

Als je baby snel in slaap valt tijdens het drinken, kan dat betekenen dat hij te weinig energie heeft. Zorg er in ieder geval voor dat hij het warm genoeg heeft, zodat hij geen energie hoeft te verbruiken om zichzelf op temperatuur te houden. Dus muts op en kruik in de wieg. Laat het badderen een paar dagen achterwege: één keer in bad kost de energie van één voeding.

Het kan ook zijn dat de melk niet meer zo goed of helemaal niet meer stroomt. Om dit te verbeteren kun je compressie en wisselvoedingen toepassen. Blijf het steeds proberen en maak hem wakker voor de voedingen. Zorg dat hij voldoende binnenkrijgt, zodat hij sterker wordt. Het liefst live aan de borst natuurlijk, maar als dit niet lukt dan via bijvoeding. Met veel tijd, liefde en geduld komt het in de meeste gevallen uiteindelijk vanzelf goed.

Is je baby juist te ongeduldig, dan kan het zijn dat je zijn vroege hongersignalen hebt gemist. Leg hem dan meer in je gezichtsveld of draag hem in een draagdoek bij je. Het kan ook het temperament van je baby zijn of dat de melk niet snel genoeg toeschiet. Dit laatste kun je bevorderen door vóór het voeden het toeschietreflex te stimuleren door je borsten te masseren en te verwarmen. Eventueel kun je even wat voorkolven of een neusspray gebruiken.

Zorg ervoor dat je baby niet teveel overstuur raakt, daar raak je zelf ook gespannen en gefrustreerd van. Forceer het aanleggen in geen geval door hem met het achterhoofd tegen de borst aan te duwen, dit geeft hem het gevoel dat ie geen uitweg heeft en kan averechts werken, zelfs tot het weigeren van de borst aan toe. Als het na een paar minuten proberen niet lukt, troost hem dan even en geef wat afgekolfde melk op een andere manier, zoals je kunt lezen onder het kopje ‘bijvoeden’. Zodra hij weer rustig is, probeer je het nog een keer.

Wil het dan weer niet, dan hebben jullie genoeg geoefend voor deze keer en geef je de rest van de voeding op een andere manier. De volgende keer begin je weer met frisse moed. De meeste kinderen krijgen het vroeg of laat wel door.

Pijn bij het voeden; tepelkloven

In het begin zullen je tepels vast en zeker moeten wennen aan de zuigkracht van je baby. Dit mag best even gevoelig zijn, maar pijn is niet normaal en helemaal niet als het de hele voeding door pijn blijft doen.

De grootste oorzaak van pijn bij het voeden is verkeerd aanleggen. De beste behandeling van tepelkloven is het voorkomen er van.

Onder het kopje ‘Zo leg je aan’ lees je waar je op moet letten bij het aanleggen van je baby. Let er goed op: je tepel hoort er rond in te gaan en er rond weer uit te komen. Een afgeplatte tepel betekent dat hij in de verdrukking is geraakt tijdens het voeden. Dit kan behalve pijn ook tepelkloven veroorzaken. Vraag bij pijnklachten je kraamverzorgster of een van ons om eens goed mee te kijken tijdens een voeding, dan kunnen we je helpen het aanleggen te verbeteren. Vaak gaat het met een paar kleine aanwijzingen en subtiele veranderingen al een stuk beter.

Soms is er wat anders aan de hand, zoals een (schimmel)infectie, eczeem of vaatkramp, ook wel vasospasme genoemd. Eczeem behoeft goede behandeling en zeer goede begeleiding bij het aanleggen om problemen te voorkomen. Is de tepel niet open, houd hem dan vet met een goede zalf (pure lanoline). Is de tepel wel open, ga dan naar je huisarts voor behandeling. Het kan zijn dat je een hormoonzalf voorgeschreven krijgt. Dit is geen probleem in combinatie met borstvoeding, zolang je maar een dun laagje aanbrengt.

Vaatkrampen

Vaatkrampen kunnen worden veroorzaakt door pijn, een infectie, beschadiging of afklemming van de tepel. Ook een onderliggende aandoening, het fenomeen van Raynaud, kan de boosdoener zijn. Bij Raynaud heb je vaak ook last van wintervingers en wintertenen, je kunt dan zelfs in de zwangerschap al last van je tepels hebben. Van kou, spanning en nicotine kunnen de klachten erger worden.

Verkeerd aanleggen kan dus ook vaatkrampen veroorzaken. De tepel wordt afgekneld waardoor de bloedtoevoer wordt belemmerd. Dit kan een brandende pijn geven. Ook het terugstromen van het bloed kan een felle, kloppende pijn veroorzaken tot wel meer dan een uur na het voeden. Behandeling van vaatkrampen begint bij het verbeteren van de aanlegtechniek. Zorg dan voor warmte: een warme omgeving, doe een sjaal om en sokken aan voor een warm lijf en zorg met wollen zoogcompressen voor warme tepels. Laat je tepels niet drogen aan de lucht en smeer er geen drupje borstvoeding op, maar dep ze na de voeding droog en pak ze meteen in. Bedek ook na het douchen meteen je borsten met een warme handdoek. Door het gebruik van ibuprofen en vitamine B6 kunnen de klachten verminderen. Ook ontspanningsoefeningen kunnen helpen. Soms is behandeling met een bloeddrukverlagend middel nodig om de vaten te verwijden. Dit kan je huisarts je voorschrijven, eventueel na overleg met een lactatiekundige.

Pijn bij het voeden; tepelkloven – meer oorzaken

De oorzaak van tepelkloven kan ook bij het kind liggen. Bijvoorbeeld als je kind een te kort tongriempje heeft. In een aantal gevallen zal het helpen om bij een te kort tongriempje in een andere houding te voeden. Soms kan het echter beter zijn om het riempje te laten doorknippen. Dit kun je in het ziekenhuis laten doen, maar wij kunnen dit ook bij jullie thuis doen. Het is een simpele ingreep waar de baby veel minder last van heeft dan de ouders. Het bloedt nauwelijks. Direct na het knippen kan hij aan de borst en is hij alles weer vergeten.

Overige problemen bij het kind kunnen ook tepelklachten of pijn bij het voeden veroorzaken, bijvoorbeeld te weinig zuigkracht, een teruggeweken kinnetje, een te hoog of een gespleten gehemelte. Laat de beoordeling hiervan aan een lactatiekundige over.

Behalve het aanpakken van de oorzaak, moeten pijnlijke tepels natuurlijk ook goed worden verzorgd om te kunnen genezen. Als pleister op de wonde kan een hydrogel-pad uitkomst bieden. Ook een goede zalf kan heilzaam werken. Wij raden hiervoor pure lanoline/wolvet aan. Soms is de pijn zo hevig dat het beter is om even een paar dagen aanlegpauze in te lassen. Je tepels krijgen dan meer rust en beter de gelegenheid om te genezen. Je gaat dan (elektrisch) kolven en geeft de afgekolfde moedermelk op een andere manier.

‘Ik had te weinig melk’, is een van de meest gehoorde redenen waarom vrouwen stoppen met borstvoeding. Vaak is de productie dan niet goed gestimuleerd, zelden ligt er een medische reden aan ten grondslag.

Om een goede melkproductie te bereiken en te garanderen voor de korte maar zeker ook voor de langere termijn, is het nodig je borsten in het begin vaak te stimuleren. Hoe vaker ze worden gestimuleerd, hoe meer hormonen er worden aangemaakt en hoe beter de melkproductie op gang komt. De eerste week tot twee weken na de geboorte is het dus van groot belang je baby regelmatig aan te leggen, ook ’s nachts, minimaal acht maal per etmaal. Als dit niet lukt, kun je de productie op gang brengen of extra stimuleren met kolven.

Na de eerste twee weken wordt het in stand houden van de melkproductie geregeld door het legen van de borst. Oftewel het vraag- en aanbodsysteem: hoe meer en hoe vaker de borst geleegd wordt, hoe meer en hoe vaker er nieuwe melk wordt aangemaakt.

Normaal zal je kind de eerste dagen na de geboorte niet meer dan 10% afvallen om na vier dagen weer te gaan groeien. Na een week heeft hij dagelijks minstens vijf goede plasluiers en drie gele poepluiers. Wat betreft de poepluiers: na een week of zes hoeft dit niet meer dagelijks bij borstvoeding, dan is eens per week ook goed, bij kunstvoeding blijft één keer per dag wel normaal.

Als er te weinig melk is, merk je dit meestal aan je kind, bijvoorbeeld tijdens de controles. Hij zal teveel afvallen of niet voldoende groeien. Daarbij is hij meestal niet tevreden na een voeding: hij blijft zoeken of hij meldt zich snel weer. Ook heeft hij onvoldoende poep- en plasluiers. Vaak zie je dat de ontlasting na vier dagen nog niet is veranderd van donkergroen naar geel en / of een dag wordt overgeslagen. Er kunnen uraten in de urine zitten. Dit lijkt op bloed, maar als je goed kijkt zijn het kleine rode korreltjes, net paprikapoeder. Dit zijn urinekristallen, ontstaan door concentratie van urine.

Te weinig melk: aanpak

Te weinig melkproductie moet van twee kanten worden aangepakt: de kant van het kind en de kant van de moeder.

Kind: leg hem vaker aan de borst, laat hem de eerste borst helemaal leegdrinken. Biedt daarna de andere borst aan. Wissel eventueel vaker van borst en geef compressie om het effectief drinken te stimuleren. Let niet teveel op de klok, houd je baby bij je in de buurt, zodat je kunt reageren op vroege hongersignalen en sus hem niet met een pink of een speen. Ondertussen moet je baby meestal worden bijgevoed. Hoe dat gaat lees je onder het kopje ‘Bijvoeden’.

Moeder: de melkproductie moet extra worden gestimuleerd. Dit kan door na het aanleggen te kolven. Of nog beter: door een uur na de borstvoeding te kolven, zodat het voor je lichaam een extra voedingsmoment is en er meer hormonen en dus meer melk worden aangemaakt. De productie kan verder worden verhoogd door in het begin een aantal keer per dag met de hand na te kolven.

Er zijn ook borstvoedingstimulerende middeltjes verkrijgbaar. Deze ‘galactogogen’ zijn er bijvoorbeeld in de vorm van capsules, tinctuur of thee waarin kruiden zijn verwerkt zoals fenegriek, gezegende distel of anijs. Wanneer niets helpt, kun je Domperidon gaan gebruiken. Dit is een medicijn voor maagklachten en misselijkheid met als bijwerking dat het de melkproductie stimuleert. Dit is op recept via je huisarts te verkrijgen. Veel huisartsen zijn hier niet van op de hoogte, een lactatiekundige kan hierin bemiddelen en weet ook welke dosering goed is voor jou.

Verder is het natuurlijk belangrijk om zelf goed te eten, goed te drinken en vooral om goed rust te nemen. Soms moet je gewoon een paar dagen de boel de boel laten of aan iemand anders overdragen, zodat jij je met je baby kunt terugtrekken en tot rust komen totdat de productie weer is teruggekeerd.

Teveel melk klinkt als een luxe probleem, maar is het alles behalve. Vooral in de eerste weken kan het een groot probleem zijn voor moeder en kind en kan het jullie plezier in het voeden behoorlijk in de weg staan. Een overproductie kenmerkt zich door één of meer van de volgende symptomen: blijvende stuwing na de eerste week en snel na de voeding; een onrustig drinkende baby die steeds loslaat, klakt, boert, spuugt; een baby die ontevreden is na de voeding, vaak weer wil drinken en snel weer honger heeft; veel, waterige, groene of schuimende ontlasting; melk die met kracht uit de borst spuit aan het begin van een voeding en blijft lekken tussendoor.

Bij erge stuwing kun je je borsten een keer helemaal leegkolven. Dit helpt niet tegen overproductie, maar kan wel heel prettig aanvoelen. Doe dit niet te vaak, zeker niet vaker dan één keer per dag. Geef één borst per keer. Soms moet je er eerst een beetje spanning van af kolven voordat je de baby aanlegt. Dan krijgt hij niet alleen voormelk, maar komt hij ook aan de achtermelk toe. Bovendien spuit de melk dan niet zo hard in zijn mondje. Een (half)liggende voedingshouding kan dit ook helpen voorkomen.

Je kunt ook gaan ‘blokvoeden’: bied dan over een periode van drie uren steeds dezelfde borst aan, bij de andere borst kolf je alleen zo nodig de ergste druk af, verder blijf je er van af. Je kunt de blokken steeds wat langer maken.

Overproductie gaat vaak samen met een sterke toeschietreflex. Om de baby op adem te laten komen kun je de voedingsstroom tussendoor even onderbreken. Druk hiertoe een schone katoenen doek stevig tegen je borst tot de stroom is afgezwakt. Soms kan een tepelhoedje helpen, de melk spuit dan niet rechtstreeks in de mond van de baby, zodat hij het wat beter kan doseren.

Blijf te allen tijde wel goed letten op het aanhappen: de baby hoeft bij zo’n makkelijke stroom minder moeite te doen en kan, ondanks een slechte drinktechniek, al veel melk binnen krijgen. Later is deze verkeerde techniek moeilijk bij te sturen. Natuurlijke producten die de productie verminderen zijn saliethee en Phytolacca, een homeopathisch middel.

Ten slotte:

Als niets helpt, is het goed te weten dat de melkproductie rond zes weken na de geboorte stabiliseert. Dan zal er geen sprake meer zijn van overproductie of in elk geval veel minder. Verder drinkt de baby steeds meer en beter naarmate hij ouder wordt en kan hij meer melk ineens in zijn mondholte kwijt en verwerken. Wanneer ondanks al het voorgaande de borstvoeding een strijd blijft, kun je overwegen een poosje alleen te kolven en de moedermelk per fles te geven. Je kunt dan het beste therapeutisch flesvoeden. Hoe dat werkt, lees je onder het kopje ‘Bijvoeden’.

Bij een verstopt melkkanaaltje heb je een pijnlijke, gezwollen harde plek in de borst. De huid rondom de verstopping is vaak rood. Soms is een verstopt melkkanaaltje moeilijk te onderscheiden van een borstontsteking. Echter, bij een verstopping is meestal geen koorts en ook geen ontsteking, dus is behandeling met antibiotica niet nodig.

Een verstopt melkkanaaltje verdwijnt bijna altijd spontaan na 24 tot 48 uur zonder behandeling. Soms is je baby wat onrustiger aan deze borst, omdat de melktoevoer langzamer is dan gewoonlijk. Dit komt waarschijnlijk omdat de druk van de harde plek andere kanaaltjes vernauwt. Blijf je baby aan de aangedane borst aanleggen, probeer borstcompressie te geven en constante druk uit te oefenen terwijl de baby drinkt, als dit allemaal niet te pijnlijk is. Zorg daarbij voor een warme, rustige omgeving en houd je borst zelf ook warm met warme doeken of een kruikje.

Is de verstopping na 48 uur niet verdwenen dan kan de aangedane plek worden behandeld met geluidsgolven of trillingen. Hiervoor hebben sommige fysiotherapeuten of lactatiekundigen een oscillator, maar je kunt het thuis ook zelf proberen met de achterkant van een elektrische tandenborstel. Helpt dit niet na een paar keer, dan heeft ermee doorgaan geen zin.

De laatste tijd wordt steeds meer bekend over het gebruik van lecithine bij verstoppingen. Dit voedingssupplement maakt dat de melk minder dik wordt. Het middel is vrij verkrijgbaar en kan veilig worden gebruikt.

Als door de verstopping een melkblaar is ontstaan, kun je deze het beste doorprikken met een steriele naald. Doe het zelf of laat het doen, als dit beter voor je voelt. Maak twee gaatjes tegenover elkaar dicht bij de rand van de blaar en laat hem leeglopen. Soms loopt er een dikke witte vloeistof uit, waarna de verstopping opgelost kan zijn. In sommige gevallen kan een verstopt melkkanaaltje een borstontsteking veroorzaken.

Een borstontsteking wordt gekenmerkt door een harde, rode, warme, pijnlijke plek in de borst en is meestal enkelzijdig. Borstontsteking gaat vrijwel altijd gepaard met koorts. Je kunt bij de eerste symptomen proberen het tij te keren door te zorgen dat de borsten goed worden geleegd. Leg de baby dus vaak aan, vooral aan de aangedane kant. Als dit te pijnlijk is, kun je beginnen met aanleggen aan de andere kant en wisselen zodra de melk is toegeschoten. Daarna kolf je de ontstoken kant na, zodat hij zo leeg mogelijk is.

Warmte voelt prettig en zorgt voor een goede melkdoorstroming. Pijnstilling in de vorm van ibuprofen of paracetamol mag altijd. Rust is ook nu een goed medicijn, dus kruip lekker onder de wol. Treedt met deze maatregelen binnen 24 uur verbetering op, dan zal de ontsteking waarschijnlijk vanzelf overgaan. Word je in de loop van de 24 uur steeds zieker, vraag dan aan je huisarts een recept antibiotica. Gangbaar is Flucloxacilline of Augmentin. Maak de kuur helemaal af, ook al lijkt de ontsteking over. Blijf vooral doorgaan met de borstvoeding, de melk moet blijven stromen om te voorkomen dat de ontsteking weer terug komt.

Soms gebeurt het dat de harde plek blijft bestaan, ondanks behandeling. Er kan dan een ingekapselde ontsteking zijn ontstaan, een holte gevuld met pus die er niet vanzelf uit kan: een abces. Dit moet worden ontlast door een arts. Hij maakt dan een klein sneetje in je borst ter plaatse van het abces, waarna de pus er uit kan vloeien. De wond wordt daarna een paar dagen open gehouden met een gaasje. Meestal is het na een week genezen. Je kunt ondertussen gewoon door blijven voeden, zelfs aan de aangedane borst, zolang er maar geen pus in de mond van de baby komt.

Uiteraard is het van groot belang om te kijken naar de oorzaak van de ontsteking en deze aan te pakken. De meest voorkomende oorzaken zijn: overmatige stuwing, te veel melk, een verstopt melkkanaaltje, beschadigde tepels, een knellende bh, een borstoperatie in het verleden, vermoeidheid of stress. Een flinke stoot tegen je borst van bijvoorbeeld een elleboog van een ouder kind kan ook een oorzaak zijn. Soms merk je dat de melkproductie na een borstontsteking wat is afgenomen. Vaak is het voldoende om een paar dagen wat vaker aan te leggen om dit te herstellen.

Candida albicans is een schimmel die, in niet-ziekmakende vorm, voorkomt op je huid, in je maagdarmkanaal en in je baringskanaal. Normaal gesproken geeft het geen klachten. Bij verminderde weerstand, zwangerschap, bevalling, antibiotica- of hormoongebruik of suikerziekte kan de schimmel een ziekmakende vorm aannemen. De schimmel dringt dan het weefsel binnen waar het een ontstekingsreactie veroorzaakt.

Daarnaast kan ook besmetting met de ziekmakende vorm van buitenaf plaatsvinden, bijvoorbeeld doordat iemand je baby op zijn vinger laat zuigen. Moedermelk bevat veel melksuikers en is, net als de mondholte van je baby, een goede voedingsbodem voor deze schimmel.

Heb je rode of roze, glimmende tepels en een brandende, stekende pijn tijdens en na het voeden alsof er met spelden in je borst wordt geprikt, dan kan het heel goed zijn dat je een candida-infectie hebt. Je kind kan ook symptomen hebben, zoals onrustig drinken, steeds loslaten of klakken tijdens de voeding, een geïrriteerde mondholte met witte aanslag op zijn tong of slijmvliezen die er niet af te poetsen is. Als hij daarbij ook luieruitslag heeft kan het bijna niet missen. Je kind kan echter ook geen symptomen hebben. Laat de diagnose daarom altijd aan een professional over, want het kan ook wat anders dan een schimmelinfectie zijn, zoals een bacteriële infectie, Raynaud, een verstopt melkkanaaltje, beginnende borstontsteking of eczeem.

Behandeling

Een candida-infectie is meestal goed te behandelen. Over het algemeen worden moeder en kind tegelijkertijd behandeld om een pingpongeffect te voorkomen. Via je huisarts kun je een zalfje voor je tepels en een gel voor het mondje van je baby krijgen. Belangrijk is dat je nog minstens een week doorgaat met behandelen nadat de symptomen zijn verdwenen.

Je kunt ook alternatieve middelen gebruiken zoals gentiaanviolet of citruszaadextract. Sommige infecties zijn zo hardnekkig of komen steeds weer terug. Dan kan het raadzaam zijn de schimmel systemisch aan te pakken: je hele lichaam en niet alleen de aangedane plaats wordt dan behandeld. Dit kan met Fluconazole, alleen op recept verkrijgbaar via je huisarts. Je kunt daarbij te allen tijde ibuprofen of paracetamol tegen de pijn gebruiken.

Naast het behandelen van jou en je baby is het belangrijk om alles wat in aanraking is geweest met de schimmel grondig schoon te maken. Dit betekent dat je je kleding, bh’s, zoogcompressen op minstens 60 °C moet wassen. Kook eventuele flesjes, spenen en kolfspullen uit totdat de schimmel is verdwenen.
Heb je tijdens de laatste weken van je zwangerschap een vaginale schimmelinfectie, laat deze dan altijd behandelen om te voorkomen dat je baby tijdens de geboorte wordt besmet.

Een borstverkleining of -vergroting komen we in de praktijk steeds vaker tegen. Andere operaties aan de borst, zoals het verwijderen van een cyste, zien we minder vaak, maar verdienen net zo goed extra aandacht. Dit geldt ook voor vroegere ongelukken in het borstgebied. Denk aan auto-ongelukken waarbij de gordel plotseling strak trok, een trap van een paard of brandwonden.

Na een operatie of ongeluk kan schade aan zenuwen en bloedvaten zijn ontstaan. Dit kan in meer of mindere mate van invloed zijn op de borstvoeding. Vaak kun je van te voren geen voorspelling doen over de kans van slagen van de borstvoeding. Daarom gaan we altijd van het positieve uit. Wel zullen we extra goed letten op het op gang komen van de melkproductie en hier sneller actief mee aan de slag gaan.

Bovendien zullen we bij een borstvergroting extra alert zijn op het voorkomen van te veel stuwing. Er wordt namelijk door het implantaat van binnen uit al druk uitgeoefend op het klierweefsel, dus moet er worden gezorgd dat de druk aan de voorkant beperkt blijft, anders zouden er melkklieren beschadigd kunnen raken. Tijdens het reguliere spreekuur kunnen we kijken of het nodig is alvast een plan van aanpak te maken, zodat alle neuzen tijdens de kraamtijd in ieder geval dezelfde kant op staan.

Heeft je kindje een schisis dan kun je natuurlijk altijd moedermelk geven. Sterker nog: een kindje met schisis staat altijd één of meerder operatie te wachten, dus is het goed om hem de beste melk met de meeste afweerstoffen te geven, zodat ie zo groot en zo sterk mogelijk is ten tijde van de operatie. Live aan de borst voeden lukt meestal niet, omdat je kind geen vacuüm zal kunnen creëren; dit is echter afhankelijk van de mate van de schisis.

Alleen een lipspleet: wanneer je wat vollere borsten hebt, is het de moeite waard om het aanleggen eens te proberen. Je kunt het borstweefsel dan een beetje in de spleet ‘proppen’ om zo toch een vacuüm te creëren. Het kan zijn dat op deze manier het voeden aan de borst toch lukt. Niet geschoten is altijd mis.

Bij zowel een lipspleet als een kaak- en / of gehemeltespleet zal het live aan de borst voeden niet mogelijk zijn, laten we daar eerlijk over zijn. Je zult dan, zolang de schisis niet is hersteld, afgekolfde moedermelk kunnen geven via een fles. Meestal wordt in deze gevallen een ‘special-needs-feeder’ gebruikt: een fles met een verlengde speen waarin je kan knijpen om de melk er uit te drukken om zo je kind te helpen. Ook het voeden met een special-needs-feeder kan het beste therapeutisch. Zie ook onder het kopje ‘Bijvoeden’.

Wanneer er in de zwangerschap of na de bevalling een schisis bij je kindje wordt geconstateerd, dan zal meteen het schisisteam erbij worden betrokken. Dit is een multidisciplinair team met onder andere een kinderarts, een logopedist en een fysiotherapeut. Met hen kun je alle mogelijkheden bespreken. Wil je meer specifieke informatie over borstvoeding of kolven bij een kindje met schisis, dan kun je ook altijd contact zoeken met de vrijwilligers van LLL of VBN. Vooral LLL heeft een hele goede folder hierover. Kijk bij weblinks in het menu Bevalbieb. Natuurlijk kun je ook contact opnemen met een lactatiekundige.

Brandend maagzuur

Vooral in de laatste maanden van de zwangerschap kun je last hebben van brandend maagzuur. Het zijn zure oprispingen waarbij een brandend gevoel vanuit je maag via slokdarm naar je keel opstijgt. Dit komt dat de afsluiting van de slokdarm naar de maag verslapt onder invloed van zwangerschapshormonen.

Als je maag zich minder snel leegt en er de druk vanuit de buikholte neemt toe door de groeiende baarmoeder dan is het bijna logische dat het maagzuur makkelijker omhoog komen en de slokdarm ingaan.

Tips

  • Neem kleine maaltijden, meer verspreid over de dag.
  • Eet niet te vet en gekruid voedsel.
  • Drink niet teveel koffie, koolzuurhoudende dranken of sinaasappelsap.
  • Wat helpt wel? Probeer het met melk, vla, stukje brood, pepermuntje of toch met sinaasappelsap. Want gek genoeg lijkt dit bij sommige vrouwen juist weer te werken. Een kwestie van uitproberen dus.
  • Zet het hoofdeinde van je bed iets omhoog of gebruik een extra hoofdkussen in je bed.
  • Helpen deze tips niet, dan kun je bij de drogist of apotheek vragen naar een maagzuurbindend medicijn (Regla- pH, Maalox, Gaviscon). Meldt wel altijd dat je zwanger bent.

Cannabis

Cannabis beïnvloedt de vruchtbaarheid van jou en van je partner. Bij vrouwen wordt namelijk de menstruatiecyclus verstoord. Ook kan de embryo zich minder goed nestelen in de baarmoeder, waardoor de kans op een goede zwangerschap afneemt. Bij de man vermindert de zaadproductie en de kwaliteit van het zaad. De vruchtbaarheid herstelt zich nadat je bent gestopt met cannabis.

Heb je tijdens de zwangerschap cannabis gerookt? Dan is de kans groter dat je kindje een groeiachterstand oploopt. Ook de hoofdomtrek is kleiner. Dat maakt het kindje kwetsbaar, de kans op gezondheidsproblemen wordt groter. Ook bij borstvoeding wordt cannabisgebruik afgeraden. Cannabis blijft nog lang na het laatste gebruik in de moedermelk zitten, waardoor je kindje de cannabis ook binnenkrijgt.

Misschien merk je bij de kinderen in de babyperiode nog niet zoveel effecten van het blowen. Het zijn zoete baby’s en over het IQ van een baby valt nog niet zoveel te melden. Maar in de latere ontwikkeling, met name in de schoolperiode, zie je concentratieproblemen, impulsiviteit, angstklachten en moeite met ingewikkelde taken.

Het is niet bekend of er een veilige hoeveelheid cannabis bestaat, daarom wordt cannabisgebruik in de zwangerschap helemaal afgeraden. Mocht je partner blowen, dan is dit misschien een goed moment om te stoppen. Zorg in ieder geval dat er in huis niet wordt gerookt.

Bij het leefstijlgesprek wordt cannabisgebruik besproken. Er zijn diverse instanties waar je goede ondersteuning kunt krijgen om te stoppen met blowen.

Casemanager: jouw ‘regeltante’

In de praktijk Dochter & Zn werken we met meerdere verloskundigen en een kei van een praktijkassistente: Regina. Haar zie je vaak bij de balie en zal je veel aan de lijn krijgen. Op veel van je vragen heeft zij een antwoord en zo nodig speelt ze vragen door aan de verloskundigen.

In de praktijk heb je verder te maken met vijf vaste verloskundigen en vaak nog een waarneemster. We streven ernaar dat je ons allemaal hebt gesproken in de loop van je ongeveer vijftien controles, maar wees hier zelf ook attent op.

Ieder van ons draagt zorg voor een optimale begeleiding in je zwangerschap, zowel medisch als psychosociaal. Een vast contactpersoon is hierbij natuurlijk handig. Daarom krijg je bij ons ook een ‘case manager’, zoals dat in de zorg officieel heet. En omdat jij geen ‘case’ bent maar een vrouw van vlees en bloed, mag je ons ook ‘regeltante’ noemen.

Jouw casemanager, je regeltante dus, is één van onze verloskundigen die extra zorg heeft voor jou en je zwangerschap. Ze houdt iedereen op de hoogte en zorgt voor een goede schriftelijke en mondelinge overdracht tijdens ons wekelijkse overleg. Ze houdt ook in de gaten dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Denk aan een huisbezoek van de kraamzorg of dat ene, specifieke bloedonderzoek.

Mocht er iets zijn in de zwangerschap wat je juist met één persoon wilt bespreken, dan kun je bij je regeltante terecht. Moet je zwangerschap met derden moeten worden besproken, zoals gynaecoloog of huisarts? Dan regelt je casemanager dit, want zij is het vaste aanspreekpunt voor andere zorgverleners waarmee jij te maken krijgt.

Is er aan het begin van de zwangerschap een medische reden om bij de gynaecoloog onder controle te komen, dan is het voor zowel jou als de gynaecoloog handiger wanneer deze jouw casemanager is. Immers: als wij op afstand er tussen blijven zitten om zaken te coördineren dan werkt dat voor niemand handig. Kom je aan het eind van de zwangerschap onder controle bij de gynaecoloog, dan blijven we je regeltante. Doorgaans zijn de meeste actiepunten dan wel geregeld. De zorg voor je zwangerschap dragen we over aan de gynaecoloog maar op de achtergrond blijven we op de hoogte.

De eerste dagen voor jou als kraamvrouw

Jouw eerste dagen

Tijdens de bevalling roepen veel vrouwen: ‘Als het achter de rug is ga ik slapen!’. En vaak zitten ze zo vol adrenaline dat slapen eerst niet lukt. Verzet je daar niet tegen, maar accepteer dat de adrenaline nu eenmaal van een after party houdt. Probeer wel goed te rusten en ga ook gewoon op tijd naar bed, op een normaal tijdstip.

Zoals je weet is je baarmoeder een enorme spier en deze spier heeft goed werk geleverd tijdens de zwangerschap en bevalling. Maar ook nu hebben we hem weer nodig. Je baarmoeder moet weer zo klein worden als je vuist. Deze grootte neemt hij weer aan door goed samenknijpen door middel van kleine contracties en weeën.

Helaas gaat dit in de meeste gevallen wel weer samen met buikpijn. Met name bij een zeer snelle bevalling zijn flinke naweeën mogelijk. Paracetamol, maximaal zes per dag, maakt het een stuk draaglijker voor je. Hoe lang en heftig de naweeën zijn, is bij iedere vrouw en na iedere bevalling anders.

Op de plek waar de placenta in je buik zat, zit nu een wondbed. Deze wordt in elkaar gedrukt door de naweeën. De eerste uren na de bevalling kan je daarom soms veel bloed verliezen. Als je het gevoel hebt dat de kraan openstaat en je elk kwartier een doorweekt maandverband hebt, moet je gaan liggen en ons bellen.

Naast gewoon bloed kun je ook stolsels verliezen. Sommige stolsels zijn zo groot als een sinaasappel, daar kun je best van schrikken. De grootte van zo’n stolsel is oké, maar ook hier geldt: één of twee van dergelijke stolsels is acceptabel, maar meer van deze grootte is echt reden om te bellen.

Het bloedverlies en het vloeien nemen in de dagen en weken daarna af en het bloed verandert van kleur. Bij meer activiteit kan het bloedverlies weer toenemen, maar dat is normaal. Het bloedverlies kan gewoonlijk vier tot acht weken aanhouden, maar vaak is het al eerder gestopt.

Het is belangrijk dat je weer gewoon kunt plassen. Er is veel gebeurd in het bekkengebied. De bekkenbodemspieren en de plasbuis zijn aan de kant geduwd tijdens de bevalling en mogelijk ben je zelfs gekatheteriseerd. Bovendien heeft je blaas nu weer alle ruimte want de druk van de baarmoeder en je kindje is er nu vanaf.

Het is logisch dat je het nu minder goed voelt wanneer je moet plassen. Je nieren werken wel gewoon optimaal en juist bij ontzwangeren verlies je veel vocht. De blaas zal zich wel gewoon gaan vullen. Wij vinden het belangrijk dat je in de eerste zes uur na je bevalling hebt geplast. Lukt dit niet dan moet dan moet je ons dit laten weten. Ook de kraamverzorgster zal hier extra op letten.

Mogelijk ben je zonder kleerscheuren door de bevalling gekomen. Of was er sprake van een scheur of een knip. Hoe dan ook: er zullen daarnaast sowieso kleine schaafwondjes zijn die met name bij plassen aardig kunnen prikken. Je weet inmiddels dat goed plassen erg belangrijk is, dus laat de angst je hier niet van weerhouden. Tijdens het plassen goed spoelen verzacht wellicht iets en is sowieso belangrijk vanwege de hygiëne.

Als je aandrang voelt om te poepen, laat de angst je dan ook niet weerhouden. De associatie met persen is snel gemaakt en je voelt soms ook dezelfde druk op de bekkenbodem. Ga er rustig voor zitten en wees er gerust op, poepen geeft geen beschadiging aan de wond. Tegenhouden van ontlasting maakt de kans op obstipatie groter en dan wordt het nog lastiger. Weet dat het normaal is, dat de ontlasting na de bevalling zich pas na enkele dagen aandient.

De eerste dagen voel je de hechtingen. De onderkant zal anders aanvoelen dan normaal. Over het algemeen lossen alle hechtingen vanzelf op. Toch kan het aan het einde van de kraamweek verlichting geven als we de knoopjes en/of hechtingen verwijderen. Het trekkende of irriterende gevoel verdwijnt dan vaak en geeft plaats voor opluchting.

Bekkenbodemspieren

Je bekkenbodemspieren hebben behoorlijk moeten wijken om het kind erdoor te laten. Gelukkig zijn het spieren en kunnen ze weer getraind worden, maar dat gaat niet vanzelf. In het zorgplan van de kraamverzorgster staan oefeningen beschreven. Het is belangrijk dat je deze doet! Daarom is het goed een vast moment op de dag te kiezen voor de oefeningen, zodat je dit makkelijker onthoudt. Bijvoorbeeld tijdens het voeden. Het aanspannen van de spieren is net zo belangrijk als het goed ontspannen.

Urineverlies

Mocht je in de eerste zes weken na de bevalling nog wel eens urineverlies hebben, dan hoef je daar niet van te schrikken. Je lijf is nog volop aan het herstellen. Blijf naast de oefeningen voor je bekkenbodemspieren ook goed drinken en ga regelmatig naar het toilet.

Wanneer je na zes à acht weken nog ongewild urineverlies hebben, is het goed extra aandacht aan de oefeningen te besteden. Vind je dat je dat wel hebt gedaan, ga dan naar een fysiotherapeut met als specialisatie bekkenbodem. Deze kan je goed helpen en je hebt geen verwijzing van je huisarts nodig. Daarnaast zijn er cursussen om het herstel na de bevalling te bevorderen. Want urineverlies is dan niet meer te accepteren, ook niet bij een lach- of hoestbui. Kijk hiervoor bij weblinks in het menu Bevalbieb.

Menstruatie

Wanneer de eerste menstruatie na de bevalling zich aandient, is voor iedere vrouw en na elke zwangerschap anders. Heel snel kan, maar na een aantal weken of maanden kan ook. Geef je borstvoeding dan kan de menstruatie wegblijven, zolang je voedt. Geen menstruatie betekent overigens niet dat je nog niet vruchtbaar bent. Kijk hiervoor ook bij ‘anticonceptie’ in het menu Bevalbieb.

Het moederschap of ouderschap is niet altijd een roze wolk. Soms kan je dat lichamelijk en / of geestelijk wel tegenvallen. Het is normaal om dat te voelen. Je bent echt geen ontaarde moeder of vader als het je soms allemaal even teveel wordt. Het is juist eerlijk (en gezond!) om deze gevoelens, als je ze hebt, niet weg te stoppen. Herken je ze, vraag dan of iemand op je kindje wil letten en ga er even tussenuit.
Maak je je zorgen over of dat wat je denkt en voelt ‘nog wel normaal’ is? Bespreek dat met iemand. Hiervoor kun je altijd terecht bij ons, bij je huisarts of bij het consultatiebureau.

Dragen van je kindje

Negen maanden heeft je kindje, heerlijk geborgen, in je buik mee geschommeld. Na de geboorte lijkt dit voorrecht verdwenen te zijn. Of beperkt tot hooguit een aantal momenten op een dag. Natuurlijk doet dat iets met je kindje, want lichaamscontact blijft in die eerste maanden net zo belangrijk als eten en drinken: het geeft je kindje een veilig, warm en geborgen gevoel.

Bij lichaamscontact hoort je kindje jouw ademhaling en hartslag, geluiden die het ook in de baarmoeder hoorde. Het huidcontact tussen ouders en kind kan heel voedend werken. Zo blijken te vroeg geboren baby’s beter te groeien naarmate ze vaker bij de vader of moeder liggen. En voor baby’s zich niet prettig voelen of darmkrampen hebben, blijkt het bij je dragen een goede remedie.

Ook voldragen kinderen hebben baat bij veel lichaamscontact. Als ouders hun kindje dichtbij houden, maken zowel de ouders als het kindje het ‘gelukhormoon’ oxytocine aan, het is het hormoon van vertrouwen en waar je blij van wordt. En dat wil elk kind en elke ouder toch! Draagdoeken en draagzakken zijn dan een waardevolle uitkomst
Daarnaast is het dragen van het kindje in speciale doeken of draagzakken voor ouders ook heel praktisch. Als het voor jullie beide comfortabel zit, dan heb je je handen vrij voor allerlei andere zaken.

  • Zorg dat de draagdoek voldoende ondersteuning aan de nek biedt. Extra ondersteuning in de nek geef je door een doekje in de rand van je draagdoek te rollen. Zo maak je een zacht steuntje.
  • Zorg bij kleintjes voor een licht gebolde rug, zoals in de baarmoeder.
  • Het hoofdje hoort zo hoog te zitten dat er gemakkelijk een kus op kunt geven als je je hoofd buigt.
  • Het dragen kan soms te warm zijn voor je kindje: let daarom op alle vesten of jassen die je extra draagt, controleer in de nek van je kindje of het niet te warm is en zorg dat het gezichtje niet bedekt is.
  • Kijk bij weblinks in het menu Bevalbieb voor interessante websites over het dragen van baby’s.

Duizeligheid

In de zwangerschap kan het regelmatig voorkomen dat je je duizelig of niet fit voelt. Hiervoor zijn diverse mogelijke oorzaken aan te wijzen. Duizeligheid bij lang staan kan komen door een lage bloeddruk, omdat je bloedvaten verwijden. De oplossing is om dan te gaan zitten. Neem iets hartigs, zoals een dropje of een soepje.

Continue vermoeidheid in combinatie met duizeligheid kan duiden op bloedarmoede. Meld dit op het spreekuur. Let erop dat je in je zwangerschap regelmatig kleine beetjes verspreid over de dag eet. Je lichaam kan meer moeite hebben om de suikerspiegel in balans te houden, waardoor je je ook duizelig kunt voelen.

Aan het eind van de zwangerschap kun je je wel eens duizelig voelen wanneer je lang op de rug ligt. De zware baarmoeder drukt dan op de holle ader en daardoor wordt de bloeddoorstroming beperkt, het zogenaamde vena cava syndroom. Naast dat je je duizelig voelt, kun je gaan zweten en je paniekerig voelen. Door op je zij te gaan liggen of overeind te komen gaat de druk op de ader weg.

  • Blijf niet te lang in dezelfde houding zitten of staan.
  • Wanneer je merkt dat je duizelig wordt wanneer je plat op je rug ligt, kan je beter op je zij gaan liggen.
  • Drink voldoende: je hebt 2 tot 2,5 liter vocht per dag nodig.
  • Ga rustig zitten wanneer je klachten hebt, met je hoofd tussen je knieën.
  • Soms helpt het om even naar buiten te gaan of de ramen open te zetten.

Erkennen, aangifte, gezag, voogdij

Volgens de wet op het Nederlanderschap krijgt je kind na de geboorte niet automatisch het Nederlanderschap. Van belang is dat je je kind erkent. Veel mensen zijn hier niet van op de hoogte, waardoor ze achteraf te maken krijgen met veel extra moeite en hoge kosten.

Als je getrouwd bent, wordt de echtgenoot automatisch als vader erkend, ook als hij niet de biologische vader is. Dit geldt ook voor een geregistreerd partnerschap. Dit geldt niet automatisch voor lesbische en homostellen. Ook als je niet getrouwd bent maar samenwoont, dan is dit niet automatisch het geval. Je moet dan, als je dat wilt, zelf laten registreren wie de vader van het kind is.

Dit kan in het Stadskantoor in Leeuwarden. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt dan een akte van erkenning op. Dit kan al voor de geboorte. Erkenning kan ook plaatsvinden bij de notaris met een notariële akte. Vindt erkenning niet vóór de geboorte plaats, dan kan je partner het kind bij de geboorteaangifte erkennen, of op een later moment. Ook dit gebeurt meestal bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Het is echter aan te raden om je kind al wel vóór de geboorte te erkennen.

Let op:

Als een man en vrouw samenwonen en de man heeft het kind erkend, heeft de vader niet automatisch het ouderlijk gezag. Hiervoor is een apart verzoek nodig bij het kantongerecht.

Voor een rechtsgeldige erkenning geldt een aantal voorwaarden:

  • De man die het kind erkent, moet 16 jaar of ouder zijn.
  • De moeder moet vooraf schriftelijk toestemming geven.

Erkenning van een kind kan van belang zijn voor het erfrecht, de nationaliteit, het bepalen van het omgangsrecht en het ouderlijk gezag. Voogdij is een vorm van gezag door een niet-ouder. Dat kan een familielid of kennis zijn, maar de voogdij kan ook liggen bij een voogdijinstelling.
Wie gezag heeft over een kind, heeft een aantal rechten en plichten ten aanzien van de verzorging, opvoeding, het volgen van onderwijs et cetera. Met alleen erkennen is niet automatisch het ouderlijk gezag geregeld. Dit kan pas na de geboorte, via de rechtbank. Voor getrouwde stellen werkt het anders dan voor geregistreerde partners.
Er bestaan verschillende situaties rondom het ouderlijk gezag. Denk aan tienermoeders, wel of geen vader in het spel, moeders met een geestelijke beperking. Op de website van de rijksoverheid vind je hier meer informatie over. Kijk bij weblinks in het menu Bevalbieb.
Binnen drie dagen na de geboortedag moet de geboorte van je kind worden aangeven bij de gemeente waarin je kind is geboren. Voorheen waren dit drie werkdagen, maar dit is dus veranderd. Stel je bevalt op vrijdag, dan moet de aangifte op maandag gebeuren (3 dagen: zaterdag-zondag-maandag). Valt de derde dag in het weekend; houd er dan rekening mee dat je dan al voor het weekend aangifte moet doen.
Bij het doen van de aangifte ontvang je van de gemeente een geboorteakte. Neem dan altijd mee: een geldig identiteitsbewijs, trouwboekje en / of akte van erkenning van het ongeboren kind wanneer je dit bezit.
Informatie over de aangifte kun je op de website van de gemeente vinden. https://www.leeuwarden.nl/nl/trouwen-geboorte-en-overlijden/aangifte-geboorte

Flesvoeding

Met flesvoeding bedoelen we hier kunstvoeding, de poedermelk die je in de winkel koopt. Immers: de borstvoeding kun je ook in een flesje geven. Mocht je je kindje geen borstvoeding kunnen of willen geven, dan is flesvoeding het alternatief.

De in Nederland verkrijgbare flesvoedingsmerken bevatten voldoende voedingsstoffen. Ook ons water is veilig, schoon en altijd voorradig. Je kindje zal genoeg kunnen krijgen en hiervan voldoende groeien. Wat in flesvoeding ontbreekt, is de mega hoeveelheid afweerstoffen waarmee het kindje door borstvoeding wordt beschermd. Ook de opname van moedermelk door het prille spijsverteringskanaal van de baby zal beter verlopen dan met flesvoeding.

Hieronder vind je zaken waarop je moet letten bij flesvoeding. Kraamverzorgsters hebben ook vaak nog originele tips, zoals gekneusde koolbladeren op je borsten. Vraag ernaar. Praktische tips over de bereiding van flesvoeding, zoals het steriliseren van de flessen en de spenen leer je vooral van de kraamverzorgster. Kijk ook in de folder-pdf Flesvoeding / voedingscentrum in het menu Bevalbieb.

  • Zorg bij de bereiding voor goede hygiëne.
  • Houd je bij de bereiding exact aan de hoeveelheid en dosering, zoals vermeld op het pak.Overdaad schaadt.
  • Laat je kindje de fles rustig en in zijn eigen tempo leegdrinken. Let goed op zijn gedrag tijdens het drinken. Soms zal je de fles even moeten terugtrekken om je kindje op adem te laten komen of een boertje te laten doen. Zo verklein je de kans op verslikken, spugen en kramp. Ook als de fles leeg is zal hij vaak nog een boertje moeten doen.
  • Bij flesvoeding verwacht je na een paar dagen dat je kindje voldoende plasluiers heeft, zeker zes volle per dag en elke dag poept. Darmkrampen zijn jammer genoeg een verschijnsel wat bij flesvoeding vaker voor komt.
  • Bij flesvoeding is het advies om na één week elke dag vitamine D druppels te geven. Let daarbij goed op de voorgeschreven dosering op de verpakking.
  • Verander niet te snel van type en merk voeding. Mochten er problemen zijn, overleg dit dan met ons of later met het consultatiebureau.
  • Flesvoeding kan door iedereen worden gegeven. Maar zie het vooral ook als een extra contact moment tussen ouder en kind. Houd je kindje lekker bij je. Denk ook aan het huid-op-huidcontact. Het zijn jullie momenten om extra aandacht te geven en krijgen en elkaar ook goed te leren kennen.
  • Als je bevallen bent, worden je borsten door de verandering van de hormonen automatisch gestimuleerd om melk te maken. Je borsten zullen vaak voller, gespannen en warmer worden. Dat heet stuwing. Soms verlies je dan ook druppeltjes melk. Geef deze als extraatje vooral aan je kindje. Als je kindje niet drinkt aan je borst, zal de melkproductie en de stuwing na een paar dagen vanzelf stoppen. Soms blijven de druppeltjes melk nog iets langer komen.
  • Tips voor stuwing: trek een stevige (sport)bh aan voor dag en nacht. Ga niet te lang onder de warme douche en richt de straal niet op je borsten. Een koud kompres heeft een verkoelend effect.

Folders

Hier kun je folders in pdf formaat en de veiligheidskaart downloaden.

Folder ‘Bevallen
Folder ‘Bevalhouding’
Folder ‘Borstvoeding’
Folder ‘Flesvoeding’
Folder ‘Hielprik’
Folder ‘Kinderwens’
Folder ‘Miskraam’
Folder ‘Veilig slapen’
Folder ‘Werk en zwangerschap’
Folder ‘Zwanger!’
Veiligheidskaart

Foliumzuur

Foliumzuur, vitamine B11, zit in voedingsmiddelen, zoals verse groenten, fruit, aardappelen, volkoren producten en zuivel. Eet je gevarieerd dan krijg je er voldoende van binnen. Maar aan het begin van je zwangerschap heb je veel en veel meer foliumzuur nodig: met het eten van veel voedingsmiddelen red je het niet. Of je moet elke dag 50 bruine boterhammen of vijf kilo aardappelen willen eten.

Door vóór en tijdens je zwangerschap gezond te leven en foliumzuur te slikken vergroot je de kans op een gezond kind. Extra foliumzuur verkleint de kans op een aantal ernstige aandoeningen bij je kindje. Denk aan een open ruggetje of een open schedel, zogenaamde neurale-buisdefecten. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat extra foliumzuur de kans op een kind met hazenlip of een hartaandoening verkleint.

De kans is overigens klein dat je een kind krijgt met een neurale-buisdefect. In Nederland komt het bij zes op de 10.000 levend geboren kinderen voor. Toch is het verstandig altijd foliumzuur te slikken als je zwanger wilt worden, het maakt de kans nog kleiner. Begin dan dagelijks met één tabletje van 0,4-0,5 mg en doet dit tot in ieder geval tien weken zwangerschap. Foliumzuur is zonder recept te koop bij een drogist of apotheek.

Heb je een kindje gekregen met een neurale-buisdefect, dan heb je een grotere kans dat je volgende kindje deze aandoening ook krijgt. Gebruik dan 5 mg foliumzuur. Dit is alleen verkrijgbaar op recept, neem daarom altijd contact op met ons of met je huisarts als je weer zwanger wilt worden.

Gebruik je speciale multivitaminen voor zwangere vrouwen? Dan hoef je daarnaast geen foliumzuur tabletten te slikken. In sommige multivitaminen zit ook foliumzuur. Kijk wel altijd op de verpakking hoeveel multivitaminen je moet slikken om voldoende foliumzuur binnen te krijgen.

Gebit

“Elk kind kost een tand”, werd vroeger wel gezegd. Gelukkig is dat niet waar, maar… in de zwangerschap is het wel extra belangrijk je gebit goed te verzorgen. Door de hormonale veranderingen neemt al het slijmvlies in je lichaam in volume toe, dus ook het slijmvlies in je mond. Het tandvlees wordt dikker en bloedt makkelijker bij aanraking. Ondanks dat of juist daarom is het belangrijk hier extra zorg aan te besteden.

Poets goed met een zachte tandenborstel en let hierbij op de overgang tussen tanden en tandvlees. Verder: regelmatig flossen, stoken en spoelen. Zo voorkom je dat je tandvlees gaat ontsteken. Of nog erger: het vlies rondom je tanden en kiezen. Want dat kan allerlei complicaties met zich meebrengen, zoals hoge bloeddruk en zelfs vroeggeboorte.

Bezoek dus regelmatig de tandarts en / of mondhygiëniste en ga naar de reguliere controles. Meld je tandarts of mondhygiëniste meteen dat je zwanger bent of wilt worden, dan kunnen zij hier rekening mee houden. De meeste behandelingen kunnen tijdens de zwangerschap gewoon doorgaan, zelfs een wortelkanaalbehandeling, een verdoving en een foto. Bij het maken van een gebitsfoto krijg je dan een loodschort ter bescherming tegen de straling. Hele gebitsrenovaties kun je beter uitstellen tot na de zwangerschap. Neem bij twijfel over een behandeling altijd even contact op met je verloskundige.

Soms kun je tijdens een behandeling niet lekker worden. Dit komt omdat je doorgaans wat langer op je rug ligt. We noemen dit het vena cava syndroom: de zware baarmoeder drukt in die houding dan op de holle ader waardoor de bloeddoorstroming wordt beperkt. De symptomen hiervan, zoals duizeligheid, een paniekgevoel en zweten, sterretjes zien en/of flauwvallen, zijn simpel te verhelpen door op je zij te gaan liggen of omhoog te komen en je hoofd tussen je knieën te doen. Rondjes draaien met je voeten of even een stukje lopen zorgt ervoor dat je bloedsomloop weer goed gestimuleerd wordt en kan dus ook helpen.

Geboorteplan

Een geboorteplan gaat over persoonlijke wensen rondom de bevalling. In het plan leg je vast wat jij belangrijk vindt in de aanloop naar de bevalling, de bevalling zelf en de tijd erna. En dat kan van alles zijn!

Voor een goede bevalling is het belangrijk dat jij je op je gemak voelt, de touwtjes los kunt laten en vertrouwen vindt in jezelf en de mensen om je heen. Met je geboorteplan vertel je ons hoe wij hiervoor kunnen zorgen. Denk aan een bepaalde sfeer waarin je je op je gemak voelt en aan je wensen hoe we met elkaar omgaan en dingen bespreken.

Vertel ons je valkuilen en je talenten in het omgaan met pijn en waarop we moeten extra moeten letten om jou in je kracht te houden. Geef ook aan wie je er wel en niet bij wilt hebben en hoe het zit met eventuele oppas voor de andere kinderen, noem maar op. Kortom: jouw persoonlijke wensen en adviezen zijn vooraf al gezien en gehoord door ons, door de kraamverzorgende en, als dit aan de orde is, door andere zorgverleners, zoals een gynaecoloog of verpleegkundige.

Na ongeveer 30 weken nemen we het geboorteplan met je door om je verwachtingen te bespreken. Zo krijg je een realistisch beeld van de bevalling, voor zover mogelijk, en weet iedereen wat essentieel voor je is, mocht het anders lopen. Het plan blijft altijd flexibel: wil je iets veranderen of aanvullen, dan kan dat tot het laatste moment.

Je zult zien dat heel veel van je wensen voor ons heel vanzelfsprekend zijn. En als er medische of praktische bezwaren zijn, is er nog voldoende tijd om naar alternatieven te kijken. Ook als er ingrepen nodig zijn of je kindje moet worden opgenomen op de kinderafdeling, kun je aangeven wat je in dergelijke situaties belangrijk vindt. Weet je nu al dat je om medische redenen in het ziekenhuis gaat bevallen, bespreek je plan dan met je gynaecoloog.

Je begrijpt nu wat de gedachte achter het geboorteplan is: alles wat kan helpen zodat jij straks met vertrouwen en (veer)kracht het ‘moment suprême’ in gaat, kun je inzetten. Bovendien is het vaak fijn om je op deze manier al voor te bereiden op de bevalling. Betrek je partner daarom bij dit geboorteplan. Hij of zij zal z’n best doen om je rots in de branding te zijn, maar mogelijk heeft je partner ook dingen waar hij tegenop ziet of zich onzeker over voelt. Samen ideeën verzinnen, wederzijdse wensen uitspreken: het geboorteplan draagt er toe bij dat de zwangerschap en de bevalling, behalve van jou, ook iets van jullie samen wordt.

Ga je zonder partner de bevalling in, bedenk dan of je iemand die dicht bij je staat graag naast je wilt hebben bij de bevalling. Bespreek met hem of haar wat je verwachtingen zijn van zijn of haar aanwezigheid.

In de BevalBieb vind je titels van interessante bevalboeken en links naar websites met verschillende voorbeelden van geboorteplannen. Er is namelijk veel meer mogelijk dan je misschien zelf verwacht. Om je alvast op gang te helpen, vind je hier wat punten die we vaak terug zien in geboorteplannen. Hoe dan ook: maak er vooral jouw / jullie verhaal van!

Wil je een eigen geboorteplan opstellen? Download ons geboorteplan formulier dat je als opzet kunt gebruiken voor jou persoonlijke geboorteplan.

Gewichtstoename in de zwangerschap

Ben ik niet veel te dik? Die vraag horen we vaak tijdens het spreekuur. De groei van je buik zegt in eerste instantie niets over de grootte van je baby maar meer over het slapper worden van je buikspieren door de zwangerschapshormonen.

Maar dan is er nog de weegschaal. Er zijn slechts enkele indicaties waarbij we je gewicht willen weten: bij de intake, als je extreem misselijk bent en als je bijvoorbeeld heel veel vocht vasthoudt. Verder blijkt het bijhouden van het gewicht niet echt van toegevoegde waarde te zijn in de zwangerschap.

Ben je veel aangekomen en weet je dat dit komt door je zwangerschapslusten met vette of zoete uitstapjes, dan is de reden bekend. Is je voedingspatroon gezond, dan bepaalt je lichaam zelf de gewichtstoename tijdens de zwangerschap.

Gemiddeld kom je in de zwangerschap ongeveer zo’n 13 kilo aan, die als volgt zijn verdeeld: om en rondom de baarmoeder circa 7 kg: 3.5 kg kind, 0.5 kg placenta, 1 kg baarmoeder, 1 kg vruchtwater en 1 kg extra bloed van de moeder. De resterende kilo’s komen bij jou terecht: je hebt meer vetreserves en de laatste maanden van de zwangerschap hou je iets meer vocht vast. Dat vocht plas je in de kraamweek grotendeels weer uit. Zoals gezegd: deze getallen zijn gemiddelden, bij jou kan het dus anders zijn.
Vanwege de zwangerschapshormonen sla je in de zwangerschap makkelijker vet op. Zo maakt je lichaam een reservevoorraadje voor als je na de bevalling borstvoeding gaat geven.
Bij zwangere vrouwen die van zichzelf al een behoorlijk gewicht hebben, zie je vaak dat de gewichtstoename in de zwangerschap juist iets lager is.

Actief lijnen in de zwangerschap raden we af! Doorgaans betekent lijnen een eenzijdig voedingspatroon en te weinig calorieën. Hiermee doe je jezelf en je kindje echt te kort. Daarnaast kan het zelfs gevaarlijk zijn: in je vetweefsel liggen normaal gesproken ook giftige stoffen opgeslagen en deze kunnen bij extreme vetverbranding vrijkomen. Wacht dus met lijnen tot na de borstvoedingsperiode. Is het dikker zijn of dikker worden in de zwangerschap voor jou een lastig probleem, laat het ons weten.

Gynaecoloog of verloskundige?

Misschien zou je denken dat een zwangerschap en een bevalling voor ons, na zoveel jaren werkervaring, inmiddels gewoon zijn. Het tegendeel is waar: we vinden het nog steeds een prachtig wonder en een geschenk van het leven.
Wat wij als verloskundigen doen, is bekijken of dit wonder volgens het natuurlijk verloop wordt geschonken. En waar nodig geven we jou adviezen om dit nog beter te laten gebeuren.

Blijkt dat er andere zorg of onderzoek nodig is, dan doen we een beroep op de gynaecoloog. Een gynaecoloog heeft meer middelen ter beschikking om de situatie mee te beoordelen. En heeft de natuur een extra handje nodig, dan krijg je een medische indicatie en zorgt de gynaecoloog verder voor je.

Er is dus altijd extra zorg en aandacht voor een specifieke situatie of probleem. Maar onthoud ook dat je verder ‘gewoon zwanger’ bent. Dus dat je vooral die andere zaken ook gewoon bij de gynaecoloog terecht kunt. Naast de gynaecologen, zie je in het ziekenhuis ook vaak poli-medewerksters, arts-assistenten (al of niet in opleiding tot gynaecoloog), artsen met echoscopie als specialisme, verloskundigen in dienst van het ziekenhuis en verpleegkundigen.

Wij staan als verloskundigen dan even aan de zijlijn, en jij weet dat je nog steeds in professionele handen bent. Natuurlijk blijven we benieuwd hoe het met je gaat. Dus mocht je dat willen, wij vinden het fijn als je ons via mailcontact op de hoogte houdt.

Ben je bij de gynaecoloog onder controle dan heb je ook een medische indicatie om te bevallen in het ziekenhuis. Je bevalt in dezelfde (poli)klinische verloskamer, alleen zal de setting wat betreft personeel en te gebruiken apparatuur verschillen. Wanneer je in de kraamperiode weer thuis komt, nemen de kraamzorg en wij de zorg weer over.

Ten slotte dit. De afgelopen jaren werd in landelijke media aandacht besteed aan de minder goede verloskundezorg in Nederland, met name als het gaat om de samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen. In Leeuwarden herkennen we ons hier absoluut niet in. We hebben als verloskundigen en gynaecologen juist regelmatig contact: er wordt onderling overlegd over specifieke vragen en het maandelijks groepsoverleg. Hiermee krijgen we een nog beter beleid en nog betere organisatie in de verloskundezorg rondom en in het MCL. Onze gezamenlijke taak was, is en blijft dat jij en je kindje op dat moment kunnen vertrouwen op de beste zorg.

Harde buiken

Je baarmoeder is een ‘spierzak’. Prachtig, want zo kan deze mooi met je kindje meegroeien. Voor de bevalling is het de motor van je weeën. De baarmoederspier heeft altijd een bepaalde spanning, trekt zich regelmatig samen en wordt dan harder. Tijdens de zwangerschap ervaar je dit als een ‘harde buik’. Soms merk je het niet of nauwelijks, soms voelt het erg ongemakkelijk. Het kan geen kwaad voor jou en je kindje. Heb je bloedverlies en pijnlijke, regelmatig terugkerende harde buiken, neem dan wel contact met ons op.

De ene vrouw heeft meer last van harde buiken dan de andere. Daarvoor zijn diverse redenen: aanleg; rek van de baarmoeder door een groeispurt of slappere buikspieren; te strakke buikspieren; een beweeglijk kindje; eigen bewegingen, zoals veel bukken; overactiviteit: te hoog tempo of te lang in actie, denk aan werk of aan sport; stress; na orgasme of vrijen; volle blaas; gevoeligheid voor blaasontsteking.

Aan sommige oorzaken kun je niets veranderen, acceptatie is de enige oplossing. Voor andere oorzaken is wel een remedie.

  • Meer aandacht voor rust: van gewoon wat vaker en langer op de bank zitten tot echt een betere balans vinden in je activiteiten.
  • Minder hooi op je vork nemen en je verwachtingen bijstellen.
  • Warmte: douche of een warme kruik
  • Buikademhaling. Misschien kan yoga je hierbij helpen.
  • Buikband voor ondersteuning bij slappe buikspieren.
  • Kijk welke activiteiten in je werk bij jou harde buiken veroorzaken. Probeer deze te voorkomen of een oplossing voor te vinden. Bespreek dit met je baas of bedrijfsarts.
  • Kijk naar stressgevoelige situatie: kun je ze mijden of is er een oplossing voor te vinden, al of niet met hulp van anderen?
  • Bij twijfel over blaasontsteking: laat bij de huisarts je ochtendurine testen op blaasontsteking.

Hartkloppingen

Tijdens de zwangerschap wordt ongeveer anderhalf liter extra bloed aangemaakt in het lichaam van de vrouw. Daarnaast worden de wanden van de bloedvaten dunner en slapper door de zwangerschapshormonen. Het hart wordt daardoor extra belast tijdens de zwangerschap. Logisch dus dat je sneller last kunt krijgen van bijvoorbeeld hartkloppingen. Het kan hierbij lijken alsof je hart heel snel achter elkaar slaat, of juist een keer overslaat. Ook in rust kunnen deze klachten optreden.

Hartkloppingen tijdens de zwangerschap zijn niet schadelijk, maar ze kunnen je wel een angstig gevoel geven. Soms worden hartkloppingen veroorzaakt door bloedarmoede. Hierover lees je meer in het menu Bevalbieb.

Tips bij hartkloppingen

  • Heb je last van hartkloppingen, ga dan rustig zitten of liggen. Probeer hierbij rustig te blijven ademen.
  • Neem contact op met je huisarts wanneer je hartkloppingen hebt die langdurig aanhouden en / of als je last hebt van pijn op de borst, vermoeidheid of duizeligheid.

Later in de zwangerschap kan je soms een benauwd gevoel krijgen wanneer je te lang plat op je rug ligt. Dit is het zogenaamde vena cava syndroom. In dat geval worden de grote aderen naar je hart toe dichtgedrukt door het gewicht van de baarmoeder en kindje. Je voelt je niet lekker en zult vanzelf de goede oplossing vinden door een andere houding te gaan zoeken, bijvoorbeeld door op je zij te gaan liggen.

Huidkwalen

Er zijn diverse huidproblemen die tijdens de zwangerschap kunnen ontstaan. Hieronder bespreken we de meest voorkomende: jeukklachten, zwangerschapsmasker en striae, ook wel zwangerschapsstriemen genoemd. Klik op de kopjes voor meer info.

In de laatste maanden van de zwangerschap kun je last van jeuk krijgen. Het wordt meestal veroorzaakt door de zwangerschapshormonen en verdwijnt na de bevalling vanzelf. De jeuk zit dan vooral op de buik‚ de borsten en soms op de ledematen. In de meeste gevallen is er alleen jeuk, maar soms ontstaan er ook rode jeukende bultjes. Wanneer je erge jeuk krijgt op je handpalmen en voetzolen is dit een reden om contact met ons op te nemen. Dan zijn er andere onderzoeken noodzakelijk om de ernst van dit symptoom goed te kunnen inschatten.

Tips tegen jeuk

  • Neem een koude douche of gebruik koude kompressen tegen de jeuk.
  • Katoenen kleding is beter dan synthetische: synthetische kleding verergert de jeuk vaak.
  • Voorkom een droge huid. Ga bijvoorbeeld niet langdurig douchen met heet water en zeep.
  • Gebruik verkoelende mentholpoeder of mentholgel.

[expand]

[expand title="Zwangerschapsmasker"]
Door toename van een pigmenthormoon kun je in de zwangerschap sneller bruiner worden. Sproeten en moedervlekken kunnen tijdens de zwangerschap donkerder worden. Maar je ziet ook dat je tepels en tepelhof bruiner worden. Wanneer iemand tijdens de zwangerschap veel last van pigmentvlekken op het gezicht heeft, spreken we van een zwangerschapsmasker. Bij veel zwangere vrouwen ontstaat er in de loop van de zwangerschap een bruine streep die verticaal over de buik loopt. Een zwangerschapsmasker of zwangerschapsstreep op de buik verdwijnt langzaam weer na de zwangerschap.

Tips tegen zwangerschapsmasker en pigmentatie

  • Vermijd veel volle zon, probeer wat vaker de schaduw op te zoeken.
  • Ga je in de zon, gebruik dan voor je gezicht een zonnebrandcrème met hoge beschermingsfactor of draag een pet met zonneklep.
  • Pas op met de zonnebank: niet alle lichtbronnen zijn geschikt.
Wanneer de buik tijdens de zwangerschap snel groeit, kunnen er kleine scheurtjes ontstaan in het bindweefsel vlak onder de huid. Het lijkt of de huid het tempo van het rekken niet kan bijhouden. Deze scheurtjes zijn op de huid te zien als paarsrode strepen. Het ontstaan van zwangerschapsstriemen, ofwel striae, is niet pijnlijk. Soms kunnen ze, behalve op de buik, ook op bijvoorbeeld de borsten of benen ontstaan. De striemen zijn onschuldig, maar striae wordt vaak wel als een vervelende zwangerschapskwaal ervaren. Na de zwangerschap zal de paarsrode striae veranderen in kleine witte streepjes, die een stuk minder opvallen. Waarom de een wel en de ander geen striae krijgt is niet duidelijk, mogelijk is er ook sprake van een erfelijk factor.

Tips tegen striae

  • Je kunt niet zo veel aan doen om striae te voorkomen. Het masseren van de huid kan eventueel preventief werken voor het oprekkend vermogen van de huid.
  • Als je het fijn vindt je huid in te smeren met een lekkere crème, dan mag dit zeker. Maar zie het niet ter voorkoming van striae. Koop hiervoor geen dure smeersels.

Jong moeder of vader worden

Jong moeder of vader worden heeft zijn leuke kanten en er zullen ook tijden zijn waarin je wel wat steun kunt gebruiken. Soms mis je nu eenmaal je vrijheid en de onbezorgdheid van een leven zonder kind.

Je omgeving kan door de zwangerschap gaan veranderen. Hoe blij zijn jullie beide met de zwangerschap? Hoe ga je samen voorbereiden op de bevalling en ouderschap? Dit kan best wat stress opleveren. Daarnaast heeft je familie ook zorgen om jullie en jullie kindje. Mogelijk neemt je moeder ongevraagd verantwoordelijkheden op zich die eigenlijk van jou en / of je partner zijn.

In het belang van het kindje moet je je eigen leefstijl kritisch onder de loep nemen. Zwangerschap is het moment om je gedrag een gezondere draai te geven. In de zwangerschap is het goed alvast te bekijken of je na de geboorte je werk of studie op dezelfde manier kan voortzetten.

Verder spelen er financiële consequenties en kan huisvesting een issue worden: blijf je nog thuis wonen met je familie als ruggensteun? Of is dit hét moment om de stap te zetten voor een ‘eigen thuis’? Als jonge, onervaren ouder sta je met dit life event voor veel beslissingen. Logisch dus dat de meeste jonge ouders kwetsbaar zijn.

In de gemeente Leeuwarden is de afspraak dat alle zwangere vrouwen onder de 23 jaar laagdrempelig gebruik kunnen maken van maatschappelijke hulp, ofwel ‘Welzijn Centraal’. Bijvoorbeeld in de vorm van jonge moeder- of vader-groepen. In deze groepen kom je in contact met andere jongeren. Je kunt zo ervaringen uitwisselen en elkaar steunen bij lastige dingen waarmee je als jonge ouder te maken kunt krijgen.

Ook worden gezamenlijk leuke activiteiten ondernomen, kun je terecht voor een gratis, goede zwangerschapscursus en kun je even winkelen zonder portemonnee op de snuffelzolder van Welzijn Centraal. Je vindt veel spullen die zeker van pas komen bij je babyuitzet. Ook weet Welzijn Centraal bij specifieke problemen vaak welke wegen je dan het best kunt bewandelen.

Bij Dochter&Zn kun je ook een gratis leefstijlgesprek aanvragen. Misschien vind je daarin het zetje om bijvoorbeeld van het roken af te komen of kun je meer ondersteuning krijgen in de vorm van ‘stevig ouderschap’. Dit laatste houdt in: extra gesprekken met verpleegkundigen van het consultatiebureau om jullie te ondersteunen straks met vertrouwen de verzorging en opvoeding van je kindje op je te kunnen nemen.

De verloskundige zal jullie hierop in het begin van de zwangerschap attenderen. Samen nemen jullie de vragenlijst door voor Welzijn Centraal. Daarnaast is er in onze praktijk elke drie maanden een infomiddag. Je kunt dit mooi met een controlebezoekje aan de verloskundige combineren, om zelf met de betreffende medewerkers van de jonge moeder-groepen en stevig ouderschap in contact te komen. Zij kunnen je dan nog veel meer uitleggen.

Kinderwens

Denk je erover na om kinderen te krijgen, dan kan je vóór de zwangerschap al veel doen om er voor te zorgen dat het kindje een gezonde start krijgt. Gelukkig worden de meeste kinderen gezond geboren, maar een goede voorbereiding helpt de kans op een gezonde zwangerschap voor moeder en kind te vergroten. De belangrijkste tips vind je hieronder.

Een gezonde leefstijl is belangrijk tijdens de zwangerschap en heeft ook een positieve invloed op je vruchtbaarheid. Dat geldt ook voor je partner. Roken, meeroken, alcohol en drugs hebben een nadelige invloed op de vruchtbaarheid. Gezond en gevarieerd eten is belangrijk. Vermijd rauw-melkse producten en rauw vlees. Je verkleint de kans op infectieziekten als listeria en toxoplasmose door dit niet te eten.

Een gezond gewicht is beter voor je vruchtbaarheid. Wil je afvallen, doe dit dan ruim voordat je zwanger bent. Elke dag 30 minuten bewegen is belangrijk, om fit en gezond te blijven.

Slik voordat je zwanger wordt elke dag foliumzuur. Dit versterkt een goede ontwikkeling van je kindje. Kijk in bij Foliumzuur in het menu Bevalbieb voor meer info.

Sommige medicijnen kunnen invloed hebben op je vruchtbaarheid en op de gezondheid van het kindje. Ook medicijnen van de drogist. Vraag ons, je huisarts of apotheek daarom om advies over het gebruik van medicatie bij een kinderwens. Dit geldt ook voor je partner. Gebruik je langdurige medicatie, dan kan je behandelend arts jouw medicatie misschien aanpassen.

Heb je een langdurige of chronische ziekte, bijvoorbeeld een hoge bloeddruk, suikerziekte of epilepsie? Dan kan deze ziekte invloed hebben op je vruchtbaarheid, je zwangerschap, je eigen gezondheid en de gezondheid van je kindje. Vraag in dit geval altijd advies aan je behandelend arts.
Heb je een soa of twijfel je daarover, laat je dan vóór de zwangerschap controleren en zo nodig behandelen via de huisarts. Als je wacht tot je zwanger bent, blijkt behandelen van een soa lastiger.

Ook werk kan invloed hebben op de vruchtbaarheid van zowel man als vrouw. Denk aan het risico op een infectie of contact met schadelijke stoffen of straling. Bespreek met de bedrijfsarts de invloed van je werkomstandigheden op je kinderwens en een eventuele zwangerschap. Of overleg met ons, je huisarts of werkgever. Kijk ook bij Werk en verlof en Kinderziekten in het menu Bevalbieb.

Heb je eerder een gecompliceerde zwangerschap gehad, of al een aantal keren een miskraam gehad? Vraag dan advies aan ons, je gynaecoloog of je huisarts. Er bestaan behandelingen om in sommige gevallen complicaties te verkleinen in een volgende zwangerschap.

Heeft jullie kindje een risico op een erfelijke aandoening omdat er een aangeboren ziekte voorkomt in de familie? Of zijn jullie als aankomende ouders familie van elkaar? Meld dit ons of je huisarts. Is er meer kans op een erfelijke aandoening, dan kan je al vóór de zwangerschap onderzoek laten doen. Dat geeft je meer tijd en mogelijkheden om een keuze te maken waar je achter staat.

Tip:

Vul de zwangerwijzer in op zwangerwijzer.nl en kom erachter of er risico’s zijn voor je zwangerschap of kindje.

Kinderziekten

Vermoedelijk heb je alle kinderziektes al allemaal gehad of ben je in je jeugd gevaccineerd voor enkele ziektes. Waarom noemen we het hier dan?

Heel soms word je als volwassene toch nog besmet met een kinderziekte. Het verloop kan dan anders zijn dan in de kindertijd. Gebeurt dit tijdens je zwangerschap dan kan het kindje ook besmet worden. Dit risico is weliswaar wel lager, maar mocht dit het geval zijn, dan kan het een miskraam of ernstige aangeboren afwijkingen tot gevolg hebben.

Nederland kent een grondig vaccinatieprogramma waardoor de meeste vrouwen genoeg afweerstoffen hebben voor, bijvoorbeeld, rode hond. En als je in je jeugd alle kinderziektes hebt gehad, dan heb je nu het voordeel dat je genoeg afweerstoffen hebt.
Echter, in de praktijk is het niet altijd duidelijk of je bepaalde kinderziektes daadwerkelijk hebt gehad. Waren die rode vlekjes ziekte nu mazelen of toch rode hond? Waterpokken geven kenmerkende symptomen zoals jeukende blaasjes, je kan ervan uitgaan dat dit duidelijk genoeg is.
Lastig is ook dat bij kinderziektes de tijd voordat de ziekteverschijnselen optreden, de incubatietijd, grotendeels al de besmettingstijd is. Daarnaast worden de ziektekiemen makkelijk verspreid.

Ben je veel in contact met kinderen door je werk dan is de kans toch iets groter dat je een kinderziekte kan krijgen tijdens je zwangerschap. Aan de andere kant kan het ook betekenen dat, wanneer je al enkele jaren in het vak zit, juist jij de meeste afweerstoffen hebt.

Wat we je aanraden is dat je achterhaalt wat je status is met betrekking tot afweerstoffen van bepaalde kinderziekten. Zo kan er in de zwangerschap extra getest worden of je al afweerstoffen bezit tegen rode hond, waterpokken of de vijfde ziekte. Het kan zijn dat je moet betalen voor deze bloedtesten. Mocht je het niet weten of nog onbeschermd zijn voor deze ziektes, wees dan extra alert. En gaat er een ‘rode vlekjes ziekte’ heersen op je werkplek, kijk dan of je in een andere groep kunt werken. Overleg dit met je baas, bedrijfsarts of met ons.

Heb je zelf al kinderen en ben je zwanger? Wees extra alert op kinderziektes. De besmettingsbron woont dan bij je thuis en het valt natuurlijk niet mee om je moedergevoelens tijdelijk uit te schakelen.

Tips om besmetting te voorkomen

  • Wees je bewust van wat er in de omgeving heerst. Zit een besmet kind een kwartier dicht bij je op schoot, dan is dit genoeg kans op besmetting.
  • Wees extra hygiënisch: was handen, mijd speekselcontact zoals kusjes geven en het gebruik van dezelfde lepel en let extra op tijdens het verschonen van het zieke kind.
  • Kijk of er een andere persoon dan jij is, die het zieke kind kan troosten.
  • Vermijd ziekenbezoek bij de betreffende kinderen.
  • Neem geen zieke kinderen mee naar je zwangerschapscontroles. In de wachtkamer zitten ook andere zwangere vrouwen.

Heb je vragen of ben je ongerust, neem dan contact met ons op.

Koortslip

Een koortslip is een infectie van de huid op of vlakbij de lippen. De infectie wordt veroorzaakt door een herpes virus. Een koortslip begint met jeuk en een branderig gevoel. Daarna ontstaan er pijnlijke verdikkingen en blaasjes. Deze blaasjes zijn gevuld met vocht waarin het herpesvirus zich bevindt.
De blaasjes kunnen openbarsten of verdrogen en worden korstjes. In deze fase is de koortslip besmettelijk. Zijn de blaasjes en korstjes eenmaal verdwenen dan kan er geen virus meer worden overgedragen. Het duurt ongeveer twee weken voordat een koortslip is genezen.

Eén op de zes mensen draagt dit herpesvirus bij zich. Eenmaal besmet raak je het virus nooit meer kwijt. Dus als je een keer een koortslip hebt gehad, dan is de herhalingskans bij jou zeker aanwezig. Vooral bij stress, verminderde weerstand of bij bepaalde weersomstandigheden zoals zon of vrieskou. Mocht je in de zwangerschap een koortslip krijgen, dan is dit vervelend maar niet gevaarlijk voor jou of je kindje. Maar voorkomen is beter dan genezen, want zoals gezegd: je komt er nooit meer vanaf.

De eerste maanden na de geboorte is het afweersysteem van het kindje nog niet optimaal volgroeid. Dan moet je dus extra goed uitkijken. De kans bestaat dat het kindje na besmetting met het herpesvirus een ernstige infectie kan krijgen, zoals hersenvliesontsteking. Dit is een gevaarlijke infectie met kans op ernstige complicaties zoals blijvende verstandelijke beperking. In het ergste geval kan een kind hieraan overlijden. De herpesinfectie is dus een gevaarlijke infectie voor baby’s tot ongeveer één jaar.

Koortslip: let op het volgende

  • Als je als zwangere nog nooit een koortslip hebt gehad, voorkom de besmetting. Zoen niet met iemand met een koortslip.
  • Als je zelf, je partner of de kraamvisite een koortslip heeft, wees dan extra alert: vermijd zoenen en knuffelen zolang er blaasjes zijn. Dek, indien mogelijk, de plekjes af. Raak de koortslip niet aan en als het gebeurt, was je handen goed na aanraking. Deel op dat moment niet de handdoek met anderen.
  • Om een koortslip te voorkomen denk je goed aan je weerstand: voldoende rust, houd stress buiten de deur en zorg dat je goede voeding neemt. Zo nodig neem je in die periode extra vitaminepreparaten.
  • Bescherm je lippen bij droog weer, vorst en felle zon door ze vet te houden of in te smeren met een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.
  • Zonder behandeling gaat de koortslip binnen twee weken over. Met medicatie zoals Aciclovir of Zovirax gaat dit sneller voor wat betreft de antivirale en indrogende werking.

Kuitkrampen

Midden in de nacht wakker schiet met kramp in je kuit. Veel vrouwen hebben tijdens de zwangerschap last van kuitkrampen. Ze ontstaan doordat de afvoer van afvalstoffen in je bloedcirculatie tijdens de zwangerschap trager verloopt.

Tips tegen kuitkrampen

  • Houd je benen en voeten warm.
  • Zet het voeteneind van het bed iets hoger, door bijvoorbeeld een kussen onder het matras te leggen.
  • Laat je voeten masseren, hierdoor verbetert de doorbloeding in je voeten.
  • Stretch je kuitspieren, door je been te strekken en met je tenen naar je neus te wijzen.
  • Calciummagnesium preparaten kunnen helpen.

Leefstijl en leefstijlgesprek

Zwangerschap is geen ziekte! Je lichaam is erop gebouwd. Natuurlijk gebeurt er wel van alles met je en word je lichamelijk én geestelijk extra belast. Dat kost energie die naar jou én naar je baby moet gaan. Luister goed naar je lichaam, stel duidelijk je grenzen en haal je energie uit rust, voldoende drinken, goed en regelmatig eten.

In de bevalbieb vind je informatie over voeding, wel of geen extra vitamines gebruiken. Maar ook over roken, drinken, het gebruik van cannabis of medicijnen en ander gedrag dat invloed heeft of kan hebben op je ongeboren kind. Neem de tijd om dit te lezen, je weet welke belangen er op het spel staan.

Met een leefstijlconsult van Dochter&Zn krijg je inzicht in jouw huidige leefstijl en de invloed op je zwangerschap en je ongeboren kind. Ook als je besluit te stoppen met dat wat niet gezond is voor jou en je kind. Vraag ernaar en zéker ook als je met twijfels rondloopt.

Veel zwangere vrouwen lopen behalve hun zwanger buik ook met vragen rond, zoals: wat mag ik wel en niet eten tijdens mijn zwangerschap, mag ik mijn sport nog wel blijven beoefenen en hoe zit dat eigenlijk met een glaasje wijn op z’n tijd?

Voor deze vragen en adviezen over je leefstijl hebben we het leefstijlgesprek bedacht. Na het eerste afspraak met de verloskundige krijg je bij onze praktijk de mogelijkheid een gesprek te plannen met een leefstijlconsulente. Zij is gespecialiseerd in voorlichting en preventie op het gebied van gezondheid en zwangerschap en werkt nauw met ons samen.

Tijdens dit gesprek komen alle onderwerpen aan bod die betrekking hebben op leefstijl. Denk aan bewegen, roken, alcohol, voeding, ontspanning, werk en hoe je je voelt. Doel is een gezonde zwangerschap en een gezonde start van jullie baby.
Je partner is van harte welkom, deze heeft hierin immers een grote rol. Er is alle ruimte voor je vragen, zorgen, onzekerheden en problemen. Twijfel niet en schrijf je vragen op, zo kom je voorbereid naar het gesprek.

Leven voelen

Schopje, porretje, de hik, schuiven, blubje, een fikse trap: allemaal termen waarmee het bewegen van het kind wordt aangegeven. Elke vrouw ervaart het anders, elk kind is anders. Ook hoe jij je kindje zult voelen bewegen zal in elke zwangerschap anders zijn.

Doorgaans voel je het in je eerste zwangerschap later dan bij de volgende zwangerschappen. Je herkent het een volgende keer eerder, je weet wat je moet voelen. Hoewel je het bij de eerste zwangerschap ergens tussen de 18 een 22 weken voor het eerst voelt, kan het ook best tot 24 weken duren. En bij een tweede voel je het kindje misschien al bij 16 weken. Ook kan het in deze eerste periode mogelijk zijn dat je de bewegingen heel wisselend voelt. Zo kan het een aantal dagen duidelijk aanwezig zijn, terwijl je het daarna soms een paar dagen niet voelt.

Rond 26 weken zullen de bewegingen van het kindje feller worden. Het kindje groeit, de spieren worden sterker en er is nog steeds genoeg ruimte om te bewegen. Waarschijnlijk zal de buitenwereld nu ook de bewegingen zien of voelen. Je zult merken aan het bewegingspatroon, dat je kindje nog geen dag- en nachtritme heeft. Ook midden in de nacht kan een kind speelkwartier hebben! Zodra het kindje kan slikken en vruchtwater kan drinken, kan het ook de hik krijgen. We vinden dit al een mooie ontwikkeling in de reflexontwikkeling van het kindje.

Het kan zijn dat aan het einde van de zwangerschap de bewegingen rustiger voelen: misschien niet meer fikse trappen. Maar vaak voel je dan nog wel porretjes, verschuivingen en soms weer die hik. Als je er voor gaat zitten, merk je dat je het kindje de laatste weken vaak meer dan tien keer per dag voelt.

Het bewegen is jullie contact. Probeer in je zwangerschap daar dus echt de tijd voor te nemen. Leer elkaar kennen en vertrouw vanuit je eigen ervaring op wat bij je kindje past bij en goed is.
Voor je partner is het voelen van jullie kindje ook een bijzondere belevenis. Heb nog niet de illusie dat de eerste bewegingen die jij voelt aan de buitenkant ook al te voelen zijn. Vaak voelt je partner dat pas veel later. Wat helpt is dat je partner langere tijd je hand op je buik legt. Ook dan gaat hij of zij de bewegingen in je buik herkennen.

Elke zwangere schrikt wel eens omdat ze beseft dat ze het kindje al een tijdje niet heeft voelen bewegen. Meestal is er een simpele oorzaak voor: je was druk met andere zaken, was gestrest of je bent gevoelig voor harde buiken. Neem de komende uren dan extra rust om weer contact te krijgen met je kindje. Wil je tips? Ga op je favoriete zij liggen of ga op de bank ‘uitbuiken’: zet je onderbuik op met behulp van diepe ademhaling om weer ruimte te krijgen. Aai je buik, zet je favoriete muziek op, neem een douche of bad. Soms helpt het dat je partner een vertrouwde, warme hand op de buik legt. Een enkele keer kan het ook zijn dat jij het kindje niet voelt bewegen maar je partner wel.

Maar voorop staat: heb je na 26 weken je kindje de afgelopen 24 uur niet zoals gewoonlijk goed gevoeld of ben je hierover ongerust, neem dan contact met ons op.

Kan een kindje ook teveel bewegen? Sommige kinderen hebben wel een heel actief speelkwartier of laten moeder schrikken door opeens heel fel te bewegen. Wij vinden dit positieve activiteiten: een kindje dat het niet goed heeft, beweegt meestal niet heel veel. Zo’n kindje houdt zich eerder iets te rustig. Daarom: we weten dat leven voelen een subjectieve ervaring is, maar wel een belangrijke ervaring.

Met de angelsound kun je zelf thuis het hartje van je kind horen. Het is te vergelijken met de doptone die we met de zwangerschapscontrole gebruiken, maar van een mindere kwaliteit. Daardoor kun je de harttonen van het kindje soms niet vinden en dat maakt je onnodig onrustig. We raden het gebruik van de angelsound vooral af om een tegengestelde reden: soms word je door het apparaat onterecht gerustgesteld als je het hartje hebt horen kloppen! Daarom ons uitdrukkelijke advies: maak je je zorgen over wat je wel of niet voelt, laat het ons dan weten.

Medicatie

Gebruik je medicijnen? Op recept of van de drogist? Besef dan dat deze ook effect kunnen hebben op je kind. Al vanaf de kinderwens tot de laatste druppel borstvoeding! Vroeg in de zwangerschap hebben sommige medicijnen een schadelijke invloed op de ontwikkeling en kunnen ze aangeboren afwijkingen veroorzaken. Later in de zwangerschap, bij de bevalling en bij het geven van borstvoeding heeft medicatie vooral invloed op het gedrag van het kindje.

Ons advies bij klachten

Probeer bij klachten de oorzaak in eerste instantie zonder medicatie te verhelpen. Of, als het een onschuldige kwaal is, dit te accepteren. Soms kun je deze afweging moeilijk alleen maken. Overleg dan met ons of je huisarts. Soms is een geneesmiddel echt noodzakelijk. Huisartsen, specialisten en apothekers weten welke medicijnen je in de zwangerschap voorgeschreven kunnen worden en welke niet.

Ook wij zullen je in bepaalde situaties medicatie aanraden, zoals paracetamol bij hoge koorts. Als pijnbestrijder en koortswerend middel is alleen paracetamol het veiligste geneesmiddel in de zwangerschap.

Gebruik je medicatie vanwege een chronische aandoening zoals hoge bloeddruk of depressiviteit, dan is het bij een zwangerschapswens het raadzaam deze medicijnen kritisch te bekijken. Bespreek dit dus met je behandelende huisarts of specialist. Je kunt een verloskundige ook vragen naar een pre-conceptioneel advies. Wanneer je zwanger bent informeer dan altijd je apotheker, huisarts en/of behandelend specialist.

Kortom:

zomaar een medicijn gebruiken wordt afgeraden. Lees bij voorgeschreven medicatie en bij (homeopatische) middelen in de vrije verkoop sowieso altijd de bijsluiter. Geeft dit jou geen duidelijkheid, overleg het dan met je huisarts, apotheek of met ons.

Miskraam

De eerste zestien weken van de zwangerschap kan er nog een miskraam optreden. De kans hierop wordt kleiner naarmate de weken vorderen. Gemiddeld eindigt één op de zeven zwangerschappen in een miskraam.

Een miskraam is voor veel vrouwen een wrede verstoring van een mooie droom. Je was net gewend aan het idee dat je zwanger bent, keek al uit naar je aanstaande kindje en in eens valt die droom in duigen. Het is een emotionele gebeurtenis die met veel gevoelens gepaard kan gaan. Wat de reden ook is, je schuldig voelen is onterecht.

Dreigt er een miskraam dan kun je daar niets tegen doen. Je zult merken dat wanneer je in deze periode gevoelens kunt delen met anderen, er veel mensen zijn met dezelfde ervaring van een miskraam. Dit kan je steun geven.

In 95% van alle gevallen gaat het bij een miskraam om een fout in de ontwikkeling of celdeling. Er is bijvoorbeeld geen vruchtje gegroeid of er is sprake van een chromosomale of andere aangeboren afwijking die niet met het leven verenigbaar is. In 5% van de gevallen gaat het om een niet goed verlopen innesteling, een infectie, een afwijkende baarmoedervorm, een vleesboom of een onbekende oorzaak. Vaak is een miskraam een natuurlijke selectie en daarom vaak niet te voorkomen.

Misschien heb je al bloedverlies, misschien merk je op dit moment nog helemaal niets en is er bij het maken van de echo verteld dat er wel een vruchtje te zien, maar geen kloppend hartje. Of er is geen kindje gezien terwijl dat volgens het aantal weken wel zou moeten. Bij 40% van de vrouwen zet een miskraam binnen een week door. Mits alles goed is en je dit zelf ook wilt, kun je gerust langer wachten.

Noteer wat er gebeurt

Een miskraam verloopt meestal als een flinke menstruatie. Een dergelijke miskraam kun je rustig thuis afwachten. Noteer wel wat er gebeurt. Dit is én goed voor de verwerking én van belang mocht je toch hulp nodig hebben. Bovendien vragen wij bij een eventuele volgende zwangerschap altijd hoe een miskraam bij je verlopen is. Als je ongerust bent of vragen hebt, kun je ons altijd bellen.

In het begin verlies je er waarschijnlijk een paar dagen een beetje bloed. Zet de miskraam door dan varieert het bloedverlies zoals je het kent van een normale tot erg heftige menstruatie. Soms is het zinvol te bekijken of de miskraam helemaal compleet verlopen is. Je kunt als je dat wilt, bloedstolsels of weefselrestjes bewaren.

De buikpijn die je voelt, lijkt op heftige menstruatiepijn. Het komt in golven, houdt een tijdje aan en gaat dan weer weg. Het lijken bijna weeën. Je voelt in feite knijpbewegingen die, alles wat er in de baarmoeder zit, naar buiten brengt. Zo maakt je lichaam de baarmoeder schoon. Meestal zakt de pijn af als het vruchtje uit je baarmoeder is gekomen.

Wat zie je, wat merk je

Ten tijde van de miskraam zie je ruim helderrood bloed met stolsels. Soms wordt het vruchtje compleet geboren. Dan ziet je een rood gekleurd ballonnetje, soms alleen gevuld met water en soms met water en een klein vruchtje. Verlies je de zwangerschap compleet in één keer, dan is je baarmoeder helemaal leeg.

Soms gebeurt het dat je alleen stolsels verliest en niets van een zwangerschap herkent. Maar is de buikpijn zo goed als over en neemt het bloedverlies af tot een normale menstruatie, dan mag je aannemen dat de miskraam goed is verlopen en je baarmoeder leeg is.
Hoe een miskraam verloopt, kan enorm verschillen. Wat je vaak wel merkt is hoe langer je zwanger bent, hoe heftiger de miskraam kan verlopen, zowel wat betreft de buikpijn of weeënpijn als het bloedverlies.

Als de baarmoeder leeg is, wordt het bloedverlies minder en gaat de buikpijn over in een zeurderige pijn. De dag na de miskraam verlies je evenveel bloed als tijdens je menstruatie. De buikpijn is zo goed als over. Je kan nog ongeveer twee weken bloed verliezen. Net als bij een menstruatie wordt het wel geleidelijk minder.

Het kan ook zijn dat het bloedverlies iets langer aanhoudt, alleen wordt het wel steeds minder. Je buik kan nog wel gevoelig zijn en dat kan nog een paar dagen aanhouden.
Is de zwangerschap verder dan tien weken en je bent resusnegatief, dan krijg je een injectie met anti resus D.

Tips bij een miskraam:

  • Neem gerust pijnstilling. Paracetamol mag, neem hiervan 1000 mg tegelijk. Dit mag 3x daags.
  • Warmte in de vorm van een kruik of douche kan verlichtend werken.
  • Zorg dat je grote kraamverbanden in huis hebt. Deze zijn soms echt nodig. Het gebruik van tampons in deze periode raden we af vanwege het infectierisico.

Ben je ongerust, heb je nog vragen of wil je je verhaal kwijt dan kun je ons gewoon bellen. Blijft het bloed stromen, neemt je buikpijn niet af, ben je duizelig of heb je koorts? Bel dan altijd en direct en ga direct liggen bij veel bloedverlies.

Komt de miskraam niet vanzelf op gang of verloopt deze niet zoals verwacht, dan sturen we je door naar de gynaecoloog. Deze maakt meestal nog een echo. Afhankelijk hiervan wordt samen met jou besloten wat de beste manier is om de zwangerschap te beëindigen. Opties zijn met behulp van medicatie of curettage. Bij twijfel of de zwangerschap compleet geboren is, wordt ter controle soms een echo gemaakt.
Naast het afnemend bloedverlies, ben je de eerste periode nog moe. De meeste vrouwen zeggen dat niet alleen hun lichaam leeg voelt maar ook hun hoofd. Het verwerken van een miskraam is een rouwproces. Het is afscheid nemen van een mooie en reële droom. Gedachtes van ‘had ik maar’, verdriet en moedeloosheid kosten tijd. Je kunt je behoorlijk in de steek gelaten voelen door je lichaam. Geef je lichaam én je ziel tijd om te herstellen. Plan je agenda niet te vol, probeer wat vaker te rusten en misschien is met zijn tweeën op vakantie gaan ook een goede actie.

Na verloop van tijd pak je het normale leven vanzelf weer op. Elke vrouw doet dit op haar eigen manier en in haar eigen tempo. Voel je niet bezwaard hier de tijd voor te nemen en praat er vooral over als je die behoefte voelt. Wil je er met één van ons over praten? Dat kan altijd, bel maar.

Veel vrouwen willen na een miskraam snel weer zwanger worden en in principe kan dat ook. Maar zoals gezegd: gun jezelf de tijd om bij te komen, lichamelijk én emotioneel. Ons advies is om in ieder geval één menstruatie af te wachten voordat je weer probeert zwanger te worden. De kans op een herhaling van een miskraam is niet groter dan normaal. Mocht je toch een tweede miskraam krijgen dan is de kans op herhaling wel groter.

Als je na een miskraam zwanger raakt, dan zal je hier misschien minder onbevangen in staan. Vaak is het ‘eerst zien en dan geloven’. Wil je daarom eerder op controle komen of eerder een echo, dan hebben we daar begrip voor en maken we ruimte voor je. Besef wel dat een vroege echo helaas geen garantie is. Uit ervaring weten we dat de teleurstelling extra groot is, wanneer, na een goede maar vroege echo, er later toch sprake is van een miskraam. Een goede echo na tien weken geeft wat dat betreft een betere garantie.

Misselijkheid

Voel je je misselijk in het begin van de zwangerschap? Dan ben je niet de enige. Door het zwangerschapshormoon HCG hebben veel vrouwen in die periode hier last van. Meestal is dit ’s ochtends maar de misselijkheid kan ook in de loop van de dag ontstaan of verergeren gedurende de dag.

Ook kan het zijn dat je bepaalde luchtjes opeens niet meer verdraagt. Door de misselijkheid kun je wat afvallen. Meestal is dat geen reden tot ongerustheid. Na de eerste drie tot vier maanden is de misselijkheid meestal over.

  • …langer dan een dag helemaal niets binnen kunt houden, zelfs geen water of thee.
  • …een dag niet geplast hebt.
  • …ongerust bent.

Klachten van extreme en langdurige misselijkheid kunnen soms worden onderdrukt door medicatie die een arts kan voorschrijven. Soms veroorzaakt de misselijkheid uitdroging waardoor je moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Bij deze, hopelijk korte, opname wordt je vochthuishouding weer op peil gebracht middels een infuus.

Wanneer je later in de zwangerschap last krijgt van misselijkheid of braken en je hebt ook nog hoofdpijnklachten of andere klachten passend bij een hoge bloeddruk, neem dan contact met ons op. Kijk ook bij Bloeddruk in het menu Bevalbieb.

  • Sta niet meteen op, maar drink en eet meteen na het wakker worden een droog beschuitje of cracker met een kopje thee. Vraag bijvoorbeeld je partner om ontbijt op bed te brengen, of zet ´s avonds alvast iets klaar bij je bed.
  • Eet en drink vaker op een dag kleine hoeveelheden, zodat je maag niet leeg raakt. Op die manier kun je de misselijkheid een beetje tegengaan.
  • Probeer steeds voldoende water of thee te blijven drinken‚ zeker als de misselijkheid gepaard gaat met braken.
  • Drink geen koolzuurhoudende dranken.
  • Eet niet te vet of te gekruid.
  • Probeer te eten wat je nog lekker vindt en binnen houdt.
  • Probeer de voedingsstoffen aan te vullen met vitaminepreparaten voor zwangere vrouwen.
  • Kom niet plotseling overeind.
  • Mocht je nog zin hebben, zorg er dan voor dat je iets om handen hebt, maar plan je agenda niet te vol.
  • Mijd stresssituaties.
  • Misschien is het met het werk en je baas te regelen dat je iets later kunt beginnen. Zo maak je een rustigere start van de dag.
  • Visualiseer je baby, bijvoorbeeld met een echofoto, zodat je niet alleen zwanger bent maar ook beseft dat je een kindje krijgt. Het kindje zal trouwens weinig merken van jouw zwangerschapslasten: de baarmoeder is nog steeds de VIP-room.

Obstipatie

In het normale leven kan verstopping, ook wel obstipatie genoemd, verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld te weinig drinken, eenzijdig voedsel, vezelarme voeding en / of weinig beweging. In de zwangerschap worden door de zwangerschapshormonen de spieren in je darmen slapper.

Doordat je darmen hierdoor trager kunnen gaan werken, kun je last krijgen van obstipatie en buikpijn. Daarnaast kunnen ijzertabletten die vanwege bloedarmoede moeten worden ingenomen ook leiden tot obstipatieklachten. Obstipatie kan ook een oorzaak zijn van aambeien.

  • Stimuleer je darmen door het eten van vezelrijke voeding zoals groenten (met name rauwkost) en fruit (met name kiwi, pruimen, abrikozen), volkorenproducten en peulvruchten.
  • Drink dagelijks 2 tot 2,5 liter water.
  • Eet regelmatig en begin de dag met een ontbijt. Start ook met een glas water.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging.
  • Drink eventueel Roosvicee Laxo, dit is verkrijgbaar bij de supermarkt.
  • Ga gelijk naar het toilet zodra je aandrang voelt en neem er de tijd voor. Hoe langer je wacht, hoe harder de ontlasting wordt.

Als je bevallen bent, kan het best een aantal dagen duren voordat de ontlasting weer gaat komen. We kunnen het voorstellen dat dit je, na het persen en met je hechtingen, een angstig gevoel kan geven. Toch: als je aandrang voelt, ga wel naar het toilet en ga er rustig voor zitten. In de meeste gevallen valt het mee.

Tijdens de borstvoeding wordt extra vocht van je lichaam gevraagd. Mocht je het extra drinken vergeten, dan kan dit een oorzaak zijn van obstipatie. Let bij borstvoeding dus extra goed op voldoende vochtinname.

Oedeem

Bijna iedere zwangere houdt door de zwangerschapshormonen meer vocht vast.
Bijvoorbeeld in de handen, de voeten of in het gezicht. We spreken dan van ‘oedeemvorming’. Vooral in de laatste maand van de zwangerschap of tijdens de zomermaanden kun je hier last van hebben.

Wanneer je lang in dezelfde houding op je benen hebt gestaan, merk je soms dat je meer vocht vasthoudt in je voeten of je enkels. Zolang je bloeddruk mooi blijft, is het vasthouden van vocht normaal en kan het in principe geen kwaad. Iedere keer wanneer je voor controle bij ons komt, zullen wij standaard je bloeddruk meten.

Het is belangrijk contact met ons op te nemen wanneer het vocht plotseling erg toeneemt, of wanneer je naast het vasthouden van vocht ook last krijgt van klachten, zoals misselijkheid, braken, duizeligheid (sterretjes zien), erge hoofdpijn of het gevoel alsof er een strakke band om je bovenbuik getrokken wordt. Dit kunnen signalen van een verhoogde bloeddruk zijn. Na de bevalling plas je al dit extra vocht weer uit en ben je vaak binnen een week van deze zwangerschapskwaal verlost.

Een andere klacht van vocht vasthouden, kan tintelende vingers zijn, ofwel het carpale tunnelsyndroom. In dat geval drukt het extra vocht op de zenuwen die aan de binnenkant van je pols lopen. Deze zenuwen lopen door een soort tunnel van je arm naar je vingers. Door de druk van het vocht kunnen ze bekneld raken, waardoor je last kunt krijgen van prikkelende, tintelende of zelfs pijnlijke vingers.

Hoewel het verder geen kwaad kan, voelt het vervelend wanneer je ’s nachts wakker wordt met slapende of gevoelloze handen. Je kunt in dat geval het beste even rechtop gaan zitten en je armen bewegen of uitstrekken. Vaak komt het gevoel in je vingers dan snel weer terug. Wanneer je hier ’s nachts veel last van hebt, kan het helpen je polsen te spalken. Dit is eenvoudig te doen door bijvoorbeeld skeelerhandschoenen om te doen wanneer je gaat slapen. Doordat je je polsen dan niet kunt buigen, blijft de afknelling van de zenuwen in je polsen beperkt.

Tips om vocht vasthouden tegen te gaan:

  • Voldoende drinken is sowieso belangrijk tijdens de zwangerschap, maar zeker wanneer veel vocht vasthoudt, is het goed veel water te drinken.
  • Het kan soms helpen om te gaan zitten met de benen omhoog. Tijdens de zwangerschap heb je dan ook een goede reden om je voeten op tafel te leggen!
  • Leg een kussen onder het voeteneinde van je bed of zet, indien mogelijk, het voeteneinde van je bed iets omhoog. Hierdoor kan je ook in bed je benen iets omhoog houden.
  • Wanneer het warm weer is, kan een koud voetbad verlichting geven. Het kan ook helpen om na het douchen je armen en benen even koud na te spoelen.
  • Bij extra vocht in je handen en vingers is het aan te raden tijdig je ringen van je vingers te doen. Ringen kunnen al snel te strak zitten en dat belemmert de bloedtoevoer naar je vingers.
  • Helemaal zoutloos eten hoeft niet, maar door zuinig om te gaan met zout in je eten, voorkom je dat de klachten van het vocht onnodig worden verergerd. Door het eten van pizza of chips kan je tijdelijk veel meer vocht vasthouden.

Onderzoeken op een rij

Hieronder vond je alle informatie over bloedprikken, over diverse echo’s en over de onderzoeken op verzoek

Bij de eerste zwangerschapscontrole krijg je van ons formulieren mee om je bloed te laten testen bij het priklaboratorium van het MCL. Dit zijn onderzoeken die we alle zwangere vrouwen adviseren om te laten testen. Enerzijds is het om oog te hebben op je eigen conditie, anderzijds is het voor je kindje belangrijk dat we deze gegevens hebben. Er wordt op vijf punten getest. Heb je moeite met een van deze standaardtesten, bespreek dit dan met je verloskundige.
Je hebt vier types: O, A, B en AB. Geen enkel type is beter of slechter. Het is gewoon een van de vele kenmerken van de rode bloedcel. Dat we dit willen weten heeft met name te maken met uitzonderlijke situaties waarbij bloedtransfusie nodig is.
Net als de bloedgroep-types geeft de rhesusfactor ook een kenmerk aan van de rode bloedcel. Er wordt nu getest op rhesus D en c. Behalve dat het handig is dit te weten bij een eventuele bloedtransfusie, is het ook in het belang van het kindje om jouw rhesusfactor te weten. Als je rhesus negatief bent, kan er een kans zijn dat er antistoffen worden gemaakt. Kijk bij Rhesus in het menu Bevalbieb voor meer informatie.

Er wordt getest op bepaalde kenmerk van de rode bloedcel: irregulaire erytrocyten antistoffen.
De reden hiervoor is dat je ooit in je leven antistoffen zou kunnen hebben gevormd tegen een bepaald kenmerk van de rode bloedcel. Daar kun je nooit last van hebben gehad, maar in de zwangerschap is het goed dit te weten. Zo kun je er bij een bloedtransfusie extra alert op zijn. Ook kan het net een antistof zijn waarvan het kindje schade kan krijgen.

In de zwangerschap zou je dan antistoffen kunnen maken voor de rode bloedcel van het kindje. Mocht er sprake zijn van deze antistoffen, dan worden we door het UMCG (in de volksmond nog steeds Academisch Ziekenhuis Groningen genoemd) geadviseerd wat het verdere beleid is: dat zijn van ‘niets doen’ omdat het betreffende antistof niet bij het kindje kan komen, tot zeer specialistische hulp.

Van alle infectieziekten wordt er bij zwangeren alleen getest op hepatitis B, Syfilis en HIV. Hepatitis B is een infectieziekte van de lever, Syfilis of lues is een soa en HIV is het virus dat aids veroorzaakt. Alle drie infectieziekten hebben natuurlijk invloed op je eigen gezondheid, maar er bestaat ook een grote kans dat je kindje wordt besmet.

De effecten van deze besmetting kunnen voor het kindje zeer schadelijk zijn. Mocht je een van deze ziekten onder de leden hebben, is de behandeling gericht om je eigen gezondheid te verbeteren en om je kindje zoveel mogelijk te beschermen tegen deze infecties.

Soms krijg je van de verloskundige het advies je extra te laten testen op kinderziekten zoals waterpokken en de 5e ziekte, parvo. Dit geldt met name voor de groep zwangeren die veel met kinderen werkt. Bij deze tests is het juist belangrijk te weten of je deze kinderziekte gehad hebt. Dan ben je namelijk beschermd in de zwangerschap en kunnen jij en je kindje niet besmet raken. Kijk in menu bevalbieb bij kinderziekten voor meer informatie.

Misschien verwacht je vanwege je vermoeidheid dat je aan bloedarmoede lijdt. Maar meestal is bloedarmoede niet de oorzaak van de vermoeidheid in het begin van de zwangerschap. Er wordt getest op een aantal aspecten van de rode bloedcel, zoals het hemoglobinegehalte. Dit is om een goede uitgangswaarde te hebben voor latere testen. In de loop van de zwangerschap zie je meestal dat deze waarde daalt en dan ligt bloedarmoede eerder op de loer.
Bij het eerste onderzoek hoort een glucosetest. We beseffen dat dit een momentopname is, toch is het handig te weten als er afwijkende uitslagen komen. Voor deze test hoef je niet nuchter te zijn, wel adviseren we je zoet eten en drinken vlak vóór het bloedonderzoek te laten staan. Mocht er een afwijkende waarde zijn, doen we later nog een glucosetest en dan moet je wel nuchter zijn.

[expand title="De uitslag"]
Alle uitslagen ontvangen we vaak binnen twee weken. Een afwijkende uitslag bespreken we met je tijdens de volgende controle. Bij een ernstige uitslag zullen we je eerder benaderen. In principe geldt dus ‘geen bericht goed bericht’. Mocht je niet zolang willen wachten, mail onze praktijk dan voor de uitslag.

Tijdens de zwangerschap kunnen er verschillende redenen zijn waarom een echo noodzakelijk is. Bij Dochter&Zn maken we geen echo’s, dit besteden we uit aan Sicht en Piepklein, de echocentra in de buurt. Daar ben je zeker van de juiste kwaliteit en bekwaamheid. Soms zijn er redenen om een echo bij de gynaecoloog te laten maken. Echo’s met een verwijzing worden doorgaans vergoed door de verzekeraar. Mocht je geen verwijzing hebben en wél een echo willen, dan weet je dat deze vanuit je verzekering waarschijnlijk niet wordt vergoed.
In het begin van de zwangerschap stellen we de uitgerekende datum vast met een termijnecho. Het kindje wordt hierbij van billen tot hoofd opgemeten. Dit heet de CRL, oftewel crown-rump lengte. Omdat alle kinderen in de eerste veertien weken gelijk groeien, kan heel nauwkeurig worden vastgesteld hoe ver de zwangerschap is en wat de uitgerekende datum op basis van 40 weken zwangerschap. Deze datum moet zo betrouwbaar mogelijk zijn om goed te kunnen aangeven in welke periode je kan bevallen.

Een goede en zekere termijnbepaling kan gedaan worden tussen de achtenhalf en dertien weken. Uit onderzoek is gebleken dat rond de tiende week de termijnecho het meest betrouwbaar is. Uit ons landelijk protocol blijkt dat een termijnecho vóór de tiende week alleen een vaginale, dus inwendige, echo als betrouwbaar mag worden afgegeven. Vanaf de tiende week kan dit via de buikwand. Het advies is dan wel mét volle blaas, voor een duidelijk en dus betrouwbaar beeld.

Niet op iedere termijnecho is evenveel te zien. Dit komt doordat je baby zich de eerste weken enorm ontwikkelt. Een echo vóór week 10 geeft aan dat de zwangerschap op dat moment goed zit, verder is er doorgaans voor de leek weinig meer te zien dan een klein ‘boontje’. Na de tiende week herken je echt je baby, met ledematen. Soms zie je ook bewegingen. In de fotoalbums op deze site zie je wat voorbeelden.
Misschien wil je voor je eigen gevoel graag bevestiging van een vroege termijnecho. Wees je dan bewust dat dit geen garantie geeft voor het voorkomen van een miskraam. Uit onderzoek blijkt dat de kans op een miskraam na tien weken ook iets afneemt.

De groei-echo is een echo op indicatie. Bijvoorbeeld als we twijfelen over de groei, bij zwangerschapssuiker of wanneer je eerder bevallen bent van een (te) klein kindje. Een groei-echo wordt vooral gemaakt in de tweede helft van de zwangerschap. Soms eenmalig, soms meerdere keren gedurende een periode.

Het is geen standaard echo en wordt alleen op verzoek uitgevoerd en vergoed. Bij de groei-echo worden hoofdomtrek, buikomtrek en het bovenbeentje gemeten. Deze drie factoren geven een goede indicatie van de groei van je kindje in vergelijking met de gemiddelde groei bij die termijn.
Hoewel alle metingen nauwkeurig worden uitgevoerd, wees je ook hier bewust dat alles zijn beperkingen kent, dus ook een groei-echo.

Wanneer je de 36 weken voorbij bent, neemt de voorspellende waarde en de betrouwbaarheid van de groei-echo af. Vaak zit je baby al met het hoofdje ingedaald en is deze nog lastig op te meten.

Wanneer wij bij 36 weken twijfelen over de ligging zullen we je verwijzen voor een echo. Ook deze echo wordt vergoed. Bij een liggingsecho zie je al in een paar tellen hoe het kindje op dat moment in je buik ligt.
Een echo kan een prachtig plaatje van je kindje geven. Een kijkje naar je kindje, wie wil dat niet! Maar wees je hierbij wel van een aantal zaken bewust: voor de verloskunde zorg blijft een echo een medisch onderzoek. Er wordt iets met reden gecontroleerd. En ook al is dit onderzoek nauwkeurig, het blijft mensenwerk. Zaken kunnen óók niet herkend of gezien worden. Vooral als er niet met die indicatie is gekeken en gemeten. Een echo biedt dus geen garanties: niet in het begin en ook niet later in de zwangerschap.

Heb je zin in een fotoshoot van je kindje dan kun je bij veel echocentra ook terecht voor een pretecho. Dit levert leuke en fotogenieke plaatjes op, het medische deel wordt hier achterwege gelaten.

Naast informatie over de termijnecho en het standaard bloedonderzoek krijg je bij je eerste bezoek aan de verloskundige als je dit wilt ook informatie over twee andere onderzoeken. Dit zijn onderzoeken op verzoek: je kunt ze laten doen, het hoeft niet. De combinatietest en de screeningsecho, ook wel 20 weken echo genoemd.

Deze onderzoeken horen bij de prenatale screening, het zijn kans-bepalende onderzoeken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een vlokkentest of vruchtwaterpunctie geven ze géén definitieve diagnose. Maar eenmaal in het screeningscircuit kom je soms voor keuzes te staan waarover je van te voren nog niet had nagedacht. Daarover lees je hieronder ook meer. Let op: informeer vooraf goed bij je zorgverzekeraar of de kosten van deze beide onderzoeken vergoed worden.

In het begin van de zwangerschap is er de keuze om screening naar bepaalde chromosoomafwijkingen bij je kindje te laten doen. Het gaat hier over down-, edwards- en patausyndroom. Dit zijn alle drie trisomieën; er zijn drie chromosomen aanwezig in de plaats van twee. Op welke locatie dit derde chromosoom aanwezig is maakt of het om down-, edwards- of patausyndroom gaat.

Downsyndroom is een aangeboren aandoening en kan niet worden genezen. Mensen met downsyndroom hebben een verstandelijke beperking, maar de mate hiervan verschilt per persoon en is vooraf niet te voorspellen. Ook hebben mensen met downsyndroom vaker medische problemen, welke tegenwoordig bijna altijd goed te behandelen zijn. De gemiddelde levensverwachting is 60 jaar.

Edwards- en patausyndroom zijn zeer ernstige aangeboren aandoeningen en kunnen ook niet worden genezen. De meeste kinderen overlijden tijdens de zwangerschap of kort na de geboorte. Een kindje met een van deze aandoeningen dat levend wordt geboren wordt vaak niet ouder dan 1 jaar. Edwards- en patausyndroom komen veel minder vaak voor dan downsyndroom.

Je bent niet verplicht om onderzoek naar deze chromosoomafwijkingen te doen. Bedenk je daarom goed of je dit wilt doen en wat je zou beslissen bij een afwijkende uitslag. De screening geeft nog geen diagnose; met andere woorden een ‘foute’  uitslag bij de eerste testen wil nog niet zeggen dat je kindje daadwerkelijk een chromosoomafwijking heeft. Dit kan veel stress en onzekerheid veroorzaken. En aan de andere kant krijg je ook bij een ‘goede’  uitslag nooit de garantie dat je kindje gezond is.

Vanaf april 2017 zijn er twee manieren van screenen: de combinatietest en de NIPT.

Combinatietest

Dit is een combinatie van twee onderzoeken: een bloedonderzoek en een echo-nekplooimeting.  Met dit onderzoek wordt de kans berekend in deze zwangerschap op het krijgen van een kind met een van de genoemde chromosoomafwijkingen.

Voor het bloedonderzoek wordt tussen week 9 en 14, het liefst rond elf weken, een buisje bloed afgenomen bij de zwangere vrouw. In het bloed worden twee stoffen gemeten, die samen één van de factoren vormen voor de kansberekening. Bij de echo wordt de nekplooi gemeten. Alle ongeboren kinderen hebben bij de zwangerschapsduur van tien tot veertien weken zo’n laagje vocht in hun nek. Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans dat de baby het syndroom van Down heeft. Een goede periode voor een optimale meting is rond de twaalf weken.

Vindt het bloedonderzoek ruim voor de nekplooimeting plaats, dan hoor je de uitslag direct na de nekplooimeting. De uitslag is een kansberekening, het onderzoek geeft dus geen 100% zekerheid. Een verhoogde kans is een kans van 1 op 200(0,5%) of een grotere kans. Blijkt de uitslag dat je een verhoogde kans hebt op een kind met het Down- syndroom, dan wordt op korte termijn een afspraak gemaakt met je verloskundige voor een vervolggesprek. Je kunt dan bepalen of je vervolgonderzoek wilt laten doen.

NIPT

NIPT staat voor niet invasieve prenatale test, dit is een bloedonderzoek bij de zwangere en geeft geen risico op een miskraam. In het bloed van de zwangere zit ook een klein beetje erfelijk materiaal(DNA) van de placenta. Dit DNA is bijna altijd hetzelfde als dat van het kindje. Hierdoor kan het laboratorium onderzoeken of het kindje mogelijk een van de chromosoomafwijkingen heeft.

Bloedafname voor de NIPT kan vanaf 11 weken zwangerschap in het priklab van het MCL.

De uitslag krijg je via je verloskundige, ongeveer 10 weken na het bloedprikken. De uitslag kan zijn dat je waarschijnlijke niet zwanger bent van een kindje met een van de chromosoomafwijkingen of dat je waarschijnlijk wel zwanger bent van een kindje met een van de chromosoomafwijkingen. Deze test geeft dus ook geen 100% zekerheid, maar de NIPT ontdekt wel meer kinderen met down-, edwards- en patausyndroom en de uitslag van de NIPT klopt vaker dan de uitslag van de combinatietest. Wanneer de uitslag niet goed is, wordt er een afspraak gemaakt om over eventueel vervolg onderzoek te praten.

De NIPT kan je op dit moment alleen doen als je ook mee doet aan het wetenschappelijke onderzoek naar de NIPT, de TRIDENT-2 studie.

Vervolgonderzoek

Na een verhoogde kans bij de combinatietest kan vervolg onderzoek bestaan uit: de NIPT, een vlokkentest, een vruchtwaterpunctie of een geavanceerde echo. Als de NIPT aantoont dat je waarschijnlijk zwanger bent van een kindje met down-, edwards- of patausyndroom dan bestaat vervolg onderzoek uit een vlokkentest of vruchtwaterpunctie.

Bij de vlokkentest wordt een stukje weefsel van de placenta weggenomen en onderzocht. Bij een vruchtwaterpunctie wordt wat vruchtwater afgenomen en onderzocht. Met deze testen kan met meer zekerheid worden vastgesteld of er sprake is van een van de chromosoomafwijkingen. Beide testen noemen ze ‘invasieve’ onderzoeken: door het uitvoeren van deze testen is er een kans op het ontstaan van een miskraam. Dit gebeurt bij 3 tot 4 op de 1000 onderzoeken. De kans hierop is gemiddeld iets groter bij de vlokkentest dan bij de vruchtwaterpunctie.

Wanneer bij de combinatietest sprake was van een dermate verdikte nekplooi bij de baby dan wordt er een geavanceerd ultrageluid onderzoek aangeboden, kortweg een GUO. Dit is een geavanceerd echo onderzoek die bepaalde structurele afwijkingen kan opsporen, want een grote afwijkende bevinding van de nekplooi kan ook passen bij structurele afwijkingen van het kindje.

Je bent uiteraard niet verplicht om vervolg onderzoek te doen.

Meer info?

Kijk voor meer informatie op:

www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl

www.meerovernipt.nl

De screeningsecho vindt plaats tussen 18 en 22 weken zwangerschap. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een speciaal hiervoor opgeleide echoscopist. Er worden verschillende orgaansystemen bekeken en beoordeeld, bijvoorbeeld het skelet, de hersenen, het hart, de buikwand, de nieren en urinewegen.
Daarnaast wordt de hoeveelheid vruchtwater en de plaats van de placenta beoordeeld en wordt de grootte van de baby vastgesteld. Meestal kan het geslacht worden gezien. Je leest het: zo’n 20 weken echo lijkt een beetje op de keuringsdienst van waren.
Bij ongeveer 3% van de zwangerschappen wordt voor of na de geboorte een aandoening vastgesteld. Deze aandoening kan variëren van zeer mild tot zeer ernstig. Niet alle aandoeningen zijn met behulp van echo op te sporen. Is er sprake van een afwijkende bevinding, dan vindt in overleg met hierin gespecialiseerde gynaecologen van het MCL meestal vervolgonderzoek plaats.

Bij dit geavanceerd ultrasound onderzoek, oftewel GUO, zal in een aantal gevallen uiteindelijk blijken dat er niets aan de hand is. Indien er wel een aandoening of afwijking is gezien, kan het vervolgonderzoek van groot belang zijn.

Door voorkennis kun jij je voorbereiden op de extra zorg die je kind na de bevalling nodig heeft. In een enkel geval wordt geadviseerd in een universitair medisch centrum te bevallen, omdat daar intensieve zorg voor pasgeborenen mogelijk is. Soms is de afwijking zo ernstig, dat de levensverwachting van het kindje ter sprake komt. In Nederland is het mogelijk om tot 24 weken de zwangerschap te laten afbreken.

Als bij de screeningsecho geen afwijkingen worden gevonden, is dit nog geen garantie dat er geen afwijkingen bij je kind aanwezig zijn. Sommige aandoeningen zijn namelijk niet in deze zwangerschapsduur aantoonbaar, bijvoorbeeld chromosomale afwijkingen zoals het syndroom van Down.
Daarnaast zijn andere aandoeningen moeilijk zichtbaar bij echoscopisch onderzoek. Voor aandoeningen van de neurale buis (open ruggetje), nieraandoeningen en buikwanddefecten geldt dat een getrainde echoscopist deze in ongeveer 90% van de gevallen ziet. Hartafwijkingen worden in ongeveer 50% van de gevallen opgespoord.
Zoals gezegd: het is niet verplicht een combinatietest of screeningsecho te laten doen. De keuze dit wel of niet te laten doen, kan veel gevolgen hebben. Deze keuze moet je zelf maken. Een gunstige uitslag kan je geruststellen
en besef dat de uitslag ook ongunstig kan
zijn. Dan kom je voor moeilijke keuzes te staan. Daarnaast wordt op een echo soms iets gezien,
waarvan ook na vervolgonderzoek onduidelijk is of
het iets betekent. Meestal blijkt het dan toch een
gezond kind te zijn en heb je achteraf een zwangerschap vol onnodige zorgen gehad.

Beide onderzoeken kunnen ook tot gevolg hebben dat je voor het dilemma komt te staan om de zwangerschap voort te zetten dan wel af te breken. Dit zijn zeer moeilijke keuzes, waarbij je echt de hulp van een gynaecoloog en andere professionals nodig hebt.
Het is dus belangrijk dat je vooraf goed informeert over deze onderzoeken en het mogelijke vervolg daarop. Eenmaal begonnen is het traject vaak moeilijk te stoppen. Veel aanstaande ouders ervaren het vervolgtraject na het vaststellen van een aandoening als fysiek en psychisch zeer belastend.

Bij de gynaecoloog kun je terecht voor bepaalde onderzoeken waarvoor een indicatie nodig is. Zo is er de GUO, het geavanceerd ultrasound onderzoek, waarbij
de gynaecoloog met gespecialiseerde echoapparatuur gericht kijkt naar een bepaalde afwijking die eerder is gezien op de screeningsecho of die
in de directe familie voorkomt.
De noodzaak voor deze GUO wordt samen met de betreffende gynaecoloog overlegd en bepaald. Daarnaast kan in het MCL de vlokkentest en vruchtwaterpunctie worden verricht. Dit gebeurt in samenwerking met de klinische genetica van het UMCG.
Een pretecho is ook op verzoek, maar het uitgangspunt is niet onderzoek. Een pretecho is puur bedoeld om plaatjes te kijken. Ook kun je antwoord krijgen op de vraag of je een dochter of een zoon krijgt. De echo/dvd wordt ook gemaakt vanuit commercieel en fotogeniek oogpunt.
Allemaal heel leuk natuurlijk, en besef dat ook bij deze echo per toeval iets gezien kan worden en dit, gewenst of ongewenst, jullie kan worden verteld.

Over tijd

Een natuurlijke bevalling is niet in te plannen, de baby komt wanneer hij of zij er zelf klaar voor is om geboren te worden. De uitgerekende datum is berekend bij 40 weken van de zwangerschap. Beval je vóór 37 weken dan heet het prematuur of ‘te vroeg’, ben je 42 weken of langer zwanger dan heet dit serotiniteit, beter bekend als ‘over tijd’.

Vanaf 37 weken tot aan het moment dat je gaat bevallen, kom je iedere week bij ons op controle. Vaak merken we dat bij of na de uitgerekende datum de behoefte bestaat om te bespreken ‘hoe nu verder’. Misschien vind je het moeilijk als de baby langer op zich laat wachten. Bijvoorbeeld wanneer je veel klachten hebt of het erg spannend vindt. In die gevallen kun je na 41 weken worden ingeleid als je dit graag wilt. Als verloskundigen geven we de voorkeur aan om af te wachten, mits alle controles van jou en je kindje goed zijn. Wat we jou kunnen bieden, is dat je tegen die tijd wat vaker op controle komt of dat je na 41 weken de mogelijkheid hebt om te strippen.

Ben je voorbij de uitgerekende datum en wil je het liefst het spontane beloop afwachten maar wel worden ingeleid, dan kunnen we proberen de bevalling op gang te brengen door te ‘strippen’. Dit doen we middels een inwendig onderzoek, waarbij we voorzichtig met twee vingers de baarmoedermond opzoeken. Als de baarmoedermond toegankelijk is, dan proberen we de vliezen van de baarmoederwand los te wrijven. Hierdoor kan er een stofje vrijkomen dat het bevalproces in gang zet. Strippen is alleen mogelijk wanneer de baarmoedermond al wat rijper aanvoelt en toegankelijk is. We strippen je in principe pas wanneer je 41 weken of verder bent.
Met een goede strippoging geven we je zeker meer dan 50 % een kans om te bevallen. Echter, we weten niet hoe rijp de spierlaag van de baarmoeder is om daadwerkelijk al weeën te kunnen produceren. Mocht je binnen 24 uur geen weeën hebben gekregen, dan heeft deze strippoging niet het gewenste effect gehad. Aangezien je weefsels van elkaar wrijft, kan strippen gepaard gaan met een beetje helder bloedverlies. Mits dit niet te veel is en te lang duurt, hoort dit erbij.

Het inleiden van een bevalling kan op verschillende manieren: door het kunstmatig breken van de vliezen, door het rijpen of oprekken van de baarmoedermond met een katheter en / of met een infuus.

Het kunstmatig breken van de vliezen kan ook door de verloskundigen worden gedaan. Deze interventie is een enkele keer mogelijk, de voorwaarden hiervoor zijn strikt en het breken van de vliezen gaat altijd in overleg met de gynaecoloog. Het is de enige manier van inleiden waarna je nog thuis of poliklinisch met ons kunt bevallen. Voor de overige methoden verwijzen we je naar de gynaecoloog en zul je onder zijn of haar leiding in het ziekenhuis bevallen. Wij nemen de controles weer over zodra jullie weer thuis zijn.

Het rijpen of oprekken van de baarmoedermond wordt in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog gedaan als de baarmoedermond nog niet rijp is en / of er nog geen ontsluiting is. Dit wordt gedaan middels het vaginaal inbrengen van gel of met een ballonnetje, de ‘foleycatheter’. Deze laatste methode wordt tegenwoordig het vaakst toegepast. Het balonnetje wordt meestal ’s avonds ingebracht, waarna je in het ziekenhuis blijft slapen. Soms is het rijpen of oprekken van de baarmoedermond alleen voldoende om de bevalling in gang te zetten, maar meestal zal daarna alsnog een infuus worden ingebracht om de weeën verder op te wekken of te versterken. Soms moet het rijpen of oprekken worden herhaald, omdat het niet voldoende resultaat heeft opgeleverd.

Mocht de baarmoeder, al of niet na katheter, wel rijp zijn, dan kan de inleiding worden gestart middels een infuus met het weeënopwekkende hormoon oxytocine. Daarnaast zullen je vliezen gebroken worden. Met het CTG worden de hartslag en de conditie van het kindje gecontroleerd. Daarnaast meet het de weeënactiviteit. De hoeveelheid oxytocine die je met het infuus krijgt, wordt steeds afgestemd op je weeënactiviteit en het CTG.

Dit begint met een lage dosering oxytocine en die regelmatig wordt verhoogd. Misschien is dit op een gegeven moment niet meer nodig omdat je lichaam tijdens de bevalling zelf natuurlijk ook oxytocine produceert. Een zich zelf versterkend proces. Maar het blijft het afwachten hoe je baarmoeder reageert. Als de weeën eenmaal goed op gang gekomen zijn, verloopt de bevalling in principe niet anders dan anders.

Partner, oftewel: samen in verwachting

In een relatie ben je niet de enige die een kindje krijgt. Want achter, of beter gezegd: náást je, staat een partner. Je bent samen in verwachting en samen kun je groeien in je rol als aanstaande ouder. Daarnaast heeft de partner een waardevolle rol in de zwangerschapsmaanden, het moment suprême en de tijd daarna. Voor hem is dit stuk hieronder bedoeld, maar lees vooral mee! Overal waar ‘hij’ of ‘hem’ staat kunt je natuurlijk ook ‘zij’ of ‘haar’ lezen.

Hoe jullie de komende maanden gaan invullen, is heel persoonlijk. De zwangerschapscursus, de babykamer inrichten, de babyspullen kopen of bij elkaar scharrelen, samen naar de controles en de echo’s ….veel stellen vinden dit leuk om samen te doen. Door ‘samen’ in verwachting zijn, kunnen jullie daarnaast elkaar ook ‘voeden’ en zo elkaar nog beter leren kennen in een nieuwe rol.

Samen in verwachting zijn, betekent ook die verwachtingen aan elkaar duidelijk maken. Wat stel je je voor van de komende periode, hoe kijk je aan tegen die negen maanden om de zwangerschap tot iets van jullie samen te maken, al doet zij natuurlijk het zware werk!
Net zoals elke vrouw de zwangerschap anders beleeft, beleeft ook elke partner deze tijd anders. De ene persoon staat meteen te springen met de behangrollen en de verfkwast in de hand. Mooi, de praktische zaken moeten ook gedaan. Andere partners hebben meer tijd nodig om te wennen aan het idee van vaderschap. Vinden het misschien net zo spannend als hun vrouw, maar nog niet zo gemakkelijk om dit aan zichzelf toe te geven, laat staan dit hardop te zeggen. Door er samen over te praten, zorg je er voor dat je samen ‘in dezelfde film’ zit. Dat het een belevenis van jullie samen wordt en blijft.

Het kan ook soms zo zijn dat je merkt dat je beide in een andere film zit. Zoals gezegd: wederzijdse verwachtingen kunnen verschillen, maar ook emotioneel kan je zwangere vrouw anders reageren dan je gewend was. Meestal ligt dit toch aan de hormonen, het lontje wordt soms korter in de zwangerschap. De zwangerschap maakt vrouwen ook kwetsbaar: de fysieke verantwoordelijkheid voor jullie kindje, haar eigen lichamelijke veranderingen inclusief de bijbehorende lasten én straks het moederschap dat mogelijk het verloop van studie of carrière gaat beïnvloeden. Dit kan de roze wolk ook donkerder kleuren. Het is fijn dat je als partner een luisterend oor kunt zijn. Ook voor haar kan een goed gesprek hierover lucht geven. Mocht je beide zorgen maken over deze ‘donkere wolk’, laat het dan weten aan de verloskundige. Het is voor iedereen prettig dat jij dan meekomt naar het spreekuur, omdat jij degene bent die je vriendin / vrouw het best kent en mee kan helpen het probleem te verduidelijken.

Laten we ook vooral de praktische en verzorgende kant niet vergeten. Je kunt je vrouw of vriendin letterlijk bijstaan, bijvoorbeeld door haar huishoudelijke en andere klusjes uit handen te nemen die haar steeds minder makkelijk afgaan. Als je van je werk thuis komt de andere kinderen onder je hoede neemt. Ontbijtjes op bed als ze vaak last heeft van misselijkheid, haar een beetje temperen als ze actiever blijft dan goed voor haar is, verwennen met ontspannende massage… die dingen waar je uit jezelf misschien niet meteen opkomt en haar erg gaan helpen. Laat haar benoemen wat ze nodig heeft, dit is voor haar prettig en voor jou ook. Je kunt het tenslotte niet ruiken!
Samen in verwachting zijn is ook beide dromen over jullie kindje. Ieder van jullie heeft daar een eigen beeld van en daarover praat je vermoedelijk veel samen. Natuurlijk weet je pas écht weet hoe het ‘krijgen’ en ‘hebben’ van een kind is áls het zover is. Toch kun je daarover al samen ‘fantaseren’ en praten over hoe jij het ziet en hoe zij het ziet. Hoe denken jullie bijvoorbeeld over de verzorging en later de opvoeding.

In de laatste maanden groei je beide toe naar de bevalling. Zoals goed teamwork betaamt heb je daarvoor natuurlijk al wat voorwerk gedaan: je ingelezen, niet teveel ‘horrorverhalen’ opgeslagen, samen voorlichtingsavonden en / of een cursus gevolgd. Samen vorm je zo een beeld hoe je de bevalling in zult gaan. Wil je daarbij concrete ondersteuning, denk dan aan het samenstellen van het geboorteplan, waarover je in het menu Bevalbieb kunt lezen. Ook bij het geboorteplan merk je dat het vooral gaat om het duidelijk krijgen van verwachtingen: wat verwacht je van de bevalling, wat verwacht je vrouw of vriendin van jou, wat verwachten jullie van de verloskundige en hoe maak je dit concreet in vaak praktische zaken. Jouw rol is niet ‘in het veld’, die klus gaat je vrouw klaren. Maar een gouden team presteert nóg beter met een rotsvaste en meelevende coach.

En dan ben je opeens vader! Jullie kindje waartegen je al bij de buik hebt gepraat, kun je nu in de ogen kijken. Die eerste hechtuurtjes na de bevalling zijn niet alleen voor je vrouw en je kindje bedoeld, neem ook zelf je tijd om je kindje goed te voelen en je kindje jou.
Vooral als je voor de eerste keer papa wordt, zullen de eerste weken best tropenweken zijn. Enerzijds is er de euforie, anderzijds de vermoeidheid van je continu afvragen of je het goed doet en het chronisch slaaptekort. Het eerste kun je oplossen door je goed te laten voorlichten over de verzorging van je kindje door de kraamverzorgster. Zodat je zelf, wanneer alle hulptroepen weg zijn, je weg hierin weet te vinden. Bij het chronisch slaaptekort is het vooral handig de dagen niet te vol (met visite) te plannen en samen rustuurtjes te nemen.

Al met al zijn het enerverende gebeurtenissen die enorm veel indruk maken en je een leven lang bij blijven. Hoe meer je dit écht samen hebt beleefd, hoe meer je ook daarna kunt genieten van de jullie gezamenlijke herinneringen. Samen dezelfde film terugkijken, waarmee jij een Oscar hebt verdiend voor je rol als de beste partner die je vrouw of vriendin zich kan wensen!

Party drugs

Als een zwangere vrouw drugs rookt, snuift, slikt of spuit, dan gaan die stoffen via de placenta en de navelstreng naar de baby. Het kindje krijgt die stoffen dus al vóór de geboorte in het lichaam. De gevolgen voor het kindje hangen af van welke drugs is gebruikt, hoeveel drugs en hoe vaak.

Van veel middelen is nog niet bekend welke schade het gebruik van drugs toebrengt aan het (ongeboren) kind. Maar dat het geen gunstig effect zal hebben, is duidelijk! Om het risico op schade zo veel mogelijk te beperken wordt aangeraden nul-komma-nul drugs te gebruiken als je zwanger wilt worden, zwanger bent of borstvoeding geeft.

Drugsgebruik kan verslavend zijn en je ervan afhankelijk maken. Je leven draait om ‘gebruiken’ en dat heeft een negatieve invloed op de keuzes die je maakt en de opvoeding van je kinderen. Je gedrag kan ook sterk veranderen door drugsgebruik, voor kinderen kan dat erg verwarrend en misschien wel traumatisch zijn.

Lees hieronder meer over de gevolgen twee veelgebruikte party drugs, XTC en cocaïne, op de zwangerschap en op de gezondheid van het kindje.

XTConderdrukt gevoelens van vermoeidheid en honger, het dag- en nachtritme kan worden verstoord. Regelmatig gebruik van XTC kan leiden tot vermoeidheid en gewichtsverlies. Je kindje krijgt dan te weinig voedingsstoffen binnen om zich goed te ontwikkelen.
Het gebruik van XTC in de eerste drie maanden geeft een groter risico op aangeboren afwijkingen bij het kindje. Denk aan hartafwijkingen en afwijkingen aan armen of benen of zelfs het ontbreken van armen of benen. Wanneer de moeder tijdens de zwangerschap XTC heeft gebruikt, heeft een kind vaker last van leer- en geheugenproblemen. XTC komt via de borstvoeding rechtstreeks in het lichaam van het kindje. Gebruik van XTC wordt ook na de geboorte sterk afgeraden.

Cocaïnegebruik in de zwangerschap brengt grote risico’s met zich mee. Zo kan de placenta vroegtijdig loslaten. Normaal gesproken laat de placenta los na de geboorte van het kind. Bij het vroegtijdig loslaten gebeurt dat voor de geboorte. Gevolg: het ongeboren kindje krijgt geen zuurstof meer en de kans op sterfte is erg groot.

De kans dat het kindje te vroeg geboren wordt, voor de 37e week, is groter. Te vroeg geboren kinderen hebben vaak een moeilijke start doordat de organen nog niet volledig ontwikkeld zijn.
Kinderen die tijdens de zwangerschap al cocaïne in hun lichaam krijgen zijn vaak kleiner en lichter. Dit maakt ze kwetsbaar, die groeiachterstand kan enkele jaren blijven bestaan. Ook kunnen deze kinderen rillerig en prikkelbaar zijn na de geboorte: ze zijn aan het afkicken en dat kan enkele maanden duren.

Onderzoek wijst uit dat bij cocaïnegebruik door de zwangere vrouw, het kindje hier nog jarenlang last van kan hebben. Ze kunnen concentratie- en leerproblemen hebben, maar ook moeite met zelfbeheersing. Om de kans op schade zoveel mogelijk te beperken wordt cocaïne sterk afgeraden. Bij cocaïnegebruik in de zwangerschap wordt de zwangerschap gecontroleerd door de gynaecoloog en zal het kindje ook na de geboorte opgenomen worden op de couveuseafdeling.

Pijn

Een bevalling is spannend. Ook al weet je het een en ander over het breken van de vliezen, ontsluitingsweeën en persweeën, elke bevalling is een nieuw verhaal. Ook voor ons als verloskundigen. Want elke vrouw bevalt op haar eigen manier en ‘schrijft’ zo haar eigen verhaal.

Een bevalling is spannend. Ook al weet je het een en ander over het breken van de vliezen, ontsluitingsweeën en persweeën, elke bevalling is een nieuw verhaal. Ook voor ons als verloskundigen. Want elke vrouw bevalt op haar eigen manier en ‘schrijft’ zo haar eigen verhaal.

Hoe voelen weeen?

Bij een wee wordt de baarmoeder super hard, zoals een gespannen spierbal. De baringspijn die je met name in de eerste periode van de ontsluiting voelt, kun je vergelijken met golven van zware menstruatiepijn. Dit zware gevoel voel je in de onderbuik, je onderrug en soms in je bovenbenen. De golf komt vrij snel op, piekt en zakt dan weer langzaam af.

In het algemeen is deze periode redelijk op te vangen, omdat je ook nog voldoende pauzes krijgt. Bedenk dat je in één uur weeën van ongeveer een minuut om de 4 à 5 minuten nog zeker 40 minuten in dat uur over hebt voor rust. Is het glas half vol of half leeg? Focus je op de pijn of op de tijd dat de pijn er niet is? Het gaat er in de periode vooral om dat je je hieraan rustig over geeft, zodat je lichaam en je gevoel tussen de weeën makkelijker kunnen herstellen.

Naarmate de bevalling doorzet, worden de pauzes korter en de weeën heftiger. De pieken zijn hoger en ze duren langer. Daarbij komt dat het kindje vaak dieper in je bekken wordt gedrukt, dus deze druk kan je ook meer voelen. De laatste centimeters ontsluiting vormen de moeilijkste momenten. De term ‘barensnood’ is hier wel van toepassing: je ziet het niet meer zitten, vraagt je af of er ooit een einde aan komt en of je nog wel de controle houdt. Controleverlies is er zeker: je lichaam is overgeleverd aan een hormonenvloed. Iedereen om je heen zal je steunen. En we weten dat het eind echt in zicht is, het zal echt niet lang meer duren.

Persen

Als je dan gaat persen voelt dit vaak heel anders. Hoewel de pauzes tussen de weeën weer wat langer zijn, schrik je in het begin van de persdrang. Dat is een reflex. Een reflex van je baarmoeder om het kindje naar buiten te duwen. Later voelt vooral het oprekken van de bekkenbodem en is de druk op je anus onaangenaam. Als het kindje echt veel dieper is gekomen, voelt het vooral branderig. Dat is het verder oprekken van de vagina en de huid van je onderkant.

Deze ‘ring of fire’ is het sterkst bij de geboorte van het hoofdje. Maar is het kindje er, dan voel je nauwelijks iets meer, met uitzondering van het schrijnen van de onderkant. De daadwerkelijke weefselschade zoals het inscheuren van de huid of spieren, heb je waarschijnlijk niet eens specifiek gevoeld. Want je hebt immers je kindje in handen, jouw trofee! Door deze euforie raak je op een ander level, waardoor je de restpijn écht anders ervaart. Het is en blijft bijzonder, maar zo werkt het wel!

Waar jij jouw weeën gaat voelen valt dus doorgaans niet te zeggen. Maar hoe jij je weeën gaat ervaren, daarop heb je wel degelijk invloed! Het lichaam kent een ingenieus pijnsysteem waarvan we, als je er meer van weet, slim gebruik van kunt maken met de bevalling. En dan bedoelen we niet alleen de pijnprikkel die via de zenuwuitlopers via je ruggenmerg naar je hersens wordt getransporteerd, maar vooral je bewustzijn: hoe je de bevalpijn daadwerkelijk ervaart.

Je kunt je pijnsysteem activeren als je stress en angst hebt: je zult dan meer pijn ervaren. Dat geldt ook als je negatieve verwachtingen hebt of letterlijk heel gespannen bent. De andere kant is net zo waar: je pijnsysteem wordt verlaagd door positieve gedachten en vertrouwen. Je zult minder pijn ervaren.

Bekijk daarom vóór of bij de bevalling wat mogelijk is om je pijnsysteem op een gunstige manier te beïnvloeden. Bijzonder hierbij is ook dat ‘vertrouwen’ en ‘rust’ van invloed zijn op het stimuleren van de hormonen oxytocine en endorfine, die de bevalling doen bespoedigen. Oxytocine is het hormoon dat de weeën activeert en dit hormoon wordt beter door je lichaam geproduceerd in een rustige, ontspannen sfeer. Datzelfde geldt ook voor endorfine: het maakt je bewustzijn anders, alsof je een beetje in trance bent en de pijnprikkels als minder heftig ervaart.

Waar ligt jouw kracht

Daarom is het goed om te bekijken en te voelen waar jouw kracht ligt. Dat is niet direct boven tafel te krijgen, want ontspannen doe je niet op commando. Probeer bij jezelf te blijven en te kijken wat jouw sterke en zwakke punten zijn in het opvangen van de weeën. Voel je je het slachtoffer van moeder natuur of zie je de bevalling als een uitdaging van moeder natuur om haar nog beter te leren kennen. Probeer heel bewust je irreële angst te deleten. Sla niet alle horrorverhalen op, maar voed je vooral met objectieve en gedegen kennis. Zorg dat je handvatten krijgt om met de weeën om te gaan. Er zijn heel veel goede zwangerschapscursussen die jou en je partner hierin kunnen ondersteunen.

Positieve verwachtingen zijn niet zo moeilijk te kweken met de bevalling: de geboorte van je kind komt eraan. Visualiseer dit, leg de mooiste kleertjes alvast in het zicht of noem zijn/haar naam als een soort mantra tijdens de weeën.

Een prettige omgeving

Waar jij en je partner ook veel invloed op hebben is de omgeving: in een gestreste omgeving krijg je doorgaans minder sterke weeën dan als de situatie rustig en ontspannen is. Dat kan komen door bijvoorbeeld het gedempte licht, de prettige geluiden en de aangename temperatuur van de ruimte, maar ook door de mensen in je omgeving. Wil je naast je partner anderen bij de bevalling hebben? Bekijk dan samen goed wat ze voor jou bij de bevalling kunnen betekenen en bespreek dit ook van te voren met ze.

Voor de verloskundigen, kraamverzorgsters, en eventueel de gynaecoloog en verpleegkundigen is het ook prettig te weten wat bij jou werkt of juist niet. Dit soort dingen kun je allemaal kwijt in het geboorteplan dat je in de zwangerschap ook gaat bespreken met je verloskundige of gynaecoloog.

We wensen je een optimale bevalling toe. Wat je op je bordje krijgt valt van tevoren niet te zeggen, maar hoe jouw verhaal ook zal gaan, we hopen van harte dat het voor jullie een goede ervaring mag zijn. Een life event wat jou als vrouw en moeder ook gaat sterken. Een ervaring die weliswaar de nodige moeite heeft gekost, maar die je in je verdere leven vertrouwen en genoeg power zal geven.

Pijnbehandeling

Duizenden jaren hebben vrouwen bewezen dat ze kinderen kunnen baren. En hoewel dit onlosmakelijk verbonden is met baringspijn is het pas sinds tientallen jaren mogelijk om pijnbehandeling te krijgen. Is het in de Verenigde Staten de traditie om in het ziekenhuis standaard met een verdoving te bevallen, onze Nederlandse bevalcultuur is daarin anders.

Hebben de Nederlandse vrouwen dan een hogere pijndrempel? Nee, in onze bevalcultuur heerst de mening bij een overgrote deel van de zwangere vrouwen en professionals dat pijnbehandeling niet hoort bij de natuurlijke bevalling, maar bij bevallingen die moeizamer dan ‘gemiddeld’ verlopen.
Praten we daarom iedereen van de pijnbehandeling af? Nee. Maar: het blijven wel medische ingrepen die ook bijwerkingen en ongewenste neveneffecten kunnen hebben voor de baring, voor jou en voor je kindje. Daarom willen we dat je de keuze weloverwogen maakt. En we hopen ook dat, of de bevalling nu mét of zonder pijnbehandeling verloopt, het een goede ervaring is en je sterkt.
In Nederland is het sinds een paar jaar geregeld dat je pijnbehandeling op verzoek kunt krijgen, we spreken dan meestal over de ruggenprik. Hiermee is de baringspijn ook uit de taboesfeer gehaald. Er wordt meer over de verwachte baringspijn gesproken in het spreekuur. En vaak blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de pijnbehandelingsvraag ligt bij angst en controleverlies. Beide spelen een rol bij de bevalling en hoe je pijn zult gaan verdragen. Je leest meer over pijnbeleving bij ‘Pijn’ in het menu Bevalbieb.

Met angst zet je je eigen pijnsysteem op actief en zal je de weeën pijnlijker ervaren. Maar angst laat zich niet zomaar op zij zetten. De angst en het gedrag hoe we met pijn denken om te gaan is afhankelijk van veel omstandigheden, zoals ervaringen en persoonlijkheid. Daarom heeft een bevallingsverhaal op de ene vrouw een flinke impact terwijl het bij een andere vrouw nauwelijks blijft hangen. Wees eerlijk over je angsten en bespreek het met je partner en verloskundige. Mocht je hiervoor extra tijd nodig hebben in het spreekuur, dan kunnen we dit plannen. Het kan opluchten en soms ook verrassende inzichten geven.

Met name aan het einde van de ontsluitingsperiode speelt controleverlies een rol. Een barende die heel gecontroleerd wil bevallen, zal de bevalling niet versnellen. Bang voor controleverlies betekent bang om los te laten en dat geeft onzekerheid die weer van invloed is op het proces. We hopen dat je als barende wel het vertrouwen gaat voelen om te durven loslaten. Dat je vertrouwen hebt in de mensen die je steunen en in jezelf. Laat je partner en ons weten wat daarvoor nodig is. Soms is je vrouwenpower misschien iets verder weg en ondersteunen we je zodat je deze nog vóór de bevalling kunt hervinden. De wijze spreuk ‘De mens lijdt het meest voor het lijden dat hij vreest’ gaat hier echt op.

In sommige situaties is pijnbehandeling heel zinvol en ben je blij dat het in Nederland mogelijk is. Dit zijn bijvoorbeeld de bevallingen waarbij de ontsluiting niet vordert en de barende door de vermoeidheid nauwelijks de weeën meer kan opvangen. Of bij extreme angst. In dergelijke gevallen wegen de voordelen op tegen de nadelen.

In het MCL kent men twee vormen van ‘medicamenteuze’ pijnbehandeling de ruggenprik en de sedatie. In beide situaties word je overgedragen aan de gynaecoloog en zijn team, je krijgt een medische indicatie. Uiteindelijk is het aan de gynaecoloog om te bepalen welke vorm van pijnbehandeling je zult krijgen. Het stadium van de bevalling is een belangrijke factor bij het bepalen welke vorm van pijnbehandeling het meest geschikt is.

Sedatie, ofwel de pethidine injectie

De pethidine is een opiaat, een morfineachtige stof. Je raakt er door in een roes, het heeft dus invloed op je bewustzijn. Daardoor raak je ook in de weeënpauzes in diepere rust en ervaar je een wee wel, maar in mindere mate. Het lichaam kan op die manier weer op adem komen, zodat je na enkele uren, wanneer het middel is uitgewerkt, weer verder kunt. Daarnaast kan het je iets ontremmen: je controleknop wordt als het ware uitgezet waardoor de weeën vaak opeens wel doorzetten. Pethidine is geen echte pijnstiller, maar kan in bepaalde situaties prima werken.

Een voordeel van pethidine is dat het makkelijk is toe te dienen: nadat de conditie van het kindje middels een CTG is gecontroleerd en goed is bevonden, krijg je een injectie in je been. Dit gebeurt gewoon op de verloskamer. Vaak begint het effect van het middel al na een kwartier, mits het rustig is in de bevalkamer en je niet wordt afgeleid.

Een nadeel van pethidine is dat de baby het middel ook binnen kan krijgen en suf of slaperig wordt. Dat is geen probleem zolang het kindje in de baarmoeder zit, maar als het geboren wordt is het zeker nadelig omdat het daarmee opstartproblemen kan krijgen. De noodzakelijke ademhaling komt dan niet pittig op gang. Dit geeft dus met de geboorte conditieproblemen waar het kindje wel last van kan hebben. De artsen kunnen het kindje medicatie toedienen, die de werking van morfine tegen kan gaan. Een ander nadeel is dat je zelf door de medicatie suf wordt waardoor je je bepaalde delen van de bevalling niet meer kunt herinneren. En dat is best soms lastig of verdrietig.

De ruggenprik, ofwel epiduraal anaesthesie

Een ruggenprik is, als die goed zit, de meest effectieve pijnstiller voor baringspijn. Het is niet zomaar een pijnstiller en wordt alleen door een anesthesist geplaatst op de verkoeverkamer, een onderdeel van de OK. De anesthesist zet, na plaatselijke verdoving, een dun slangetje of katheter tussen twee wervels in de epiduraalruimte, de ruimte die het ruggenmerg, waar alle zenuwen doorheen lopen, omsluit. Het slangetje wordt op een pompje aangesloten wat voortdurend nieuwe verdovingsvloeistof afgeeft. Na vijftien minuten is je onderlichaam verdoofd. Het grote voordeel van de ruggenprik is dat het de meest effectieve vorm van pijnbehandeling is. Bovendien heeft de verdovingsvloeistof geen invloed op je eigen bewustzijn of dat van de baby.

De ruggenprik kent ook nadelen

  • Onze ervaring is dat bij een kwart van de vrouwen de ruggenprik onvoldoende effect heeft. Het kan zijn dat je nog pijn voelt of dat je aan één zijde van je onderlichaam niets voelt en de pijn nog wel aan de andere kant.
  • Je moet op bed blijven liggen, met name als je benen niet zo stevig voelen.
  • Op bed ben je, naast aan de epiduraal katheter, ook verbonden aan nogal wat snoeren en slangen; het infuus met extra vocht voor je bloedvaten en soms oxytocine om de weeën te stimuleren; een automatische bloeddrukmeter; de CTG voor de controle van de hartslag van het kindje en de wee-activiteit; een blaaskatheter omdat de blaas leeg moet en jij je plasdrang kwijt bent.
  • Het is mooi als de pijnbehandeling goed werkt, maar daarmee voel je niet de pijn die wel weefselschade met zich mee kan brengen.
  • Je hebt eerder kans op koorts omdat je de temperatuur van je onderlichaam niet goed kunt regelen.
  • Hoewel een infectie niet de oorzaak is, krijgen veel vrouwen dan wel antibiotica. Ook het kindje kan na de bevalling daarvoor, misschien onnodig, antibiotica krijgen en met ‘verdenking infectie’ worden opgenomen op de couveuseafdeling.
  • Ook pijnprikkels die je eigen oxytocineproductie, en daarmee de weeën en ontsluiting, juist bevorderen worden weggenomen. De kans is dus groot dat dit kunstmatig extra gestimuleerd wordt met een oxytocine infuus.
  • Bij volledige ontsluiting wordt de ruggenprik vaak uitgezet omdat de persdrang noodzakelijk is. Daar wordt op gewacht. Zo zijn er verhalen bekend, dat iemand in de ontsluitingsperiode twee uren profijt heeft gehad van de ruggenprik, maar vervolgens ook vier uren moest wachten op persdrang.
  • De kans op een kunstverlossing zoals een vacuümextractie of een tangverlossing is meer aanwezig, omdat het persen na een ruggenprik soms niet optimaal verloopt. En dit kan ook weer consequenties voor het kindje hebben.
  • 1% van de vrouwen met een ruggenprik kan na de bevalling last hebben van blijvende hoofdpijn, met name bij het zitten of staan. Deze hoofdpijn kan soms zelf verdwijnen, soms moet je er weer voor naar de anesthesist.
  • Angst voor blijvende verlamming bij een ruggenprik is bij veel mensen aanwezig, deze angst is echter niet terecht.

Zoals je ziet, is het niet zomaar even een prikje. Het beïnvloedt het verdere vervolg van je bevalling en kraamperiode. Fijn dat het er is, want er zijn genoeg situaties waar het de beste oplossing is. Dus: maak je zelf de keuze voor medicamenteuze pijnstilling, doe het dan weloverwogen.

Psychische beleving

Op psychisch vlak gebeurt er het één en ander tijdens je zwangerschap, de bevalling en nadien. Er verandert veel, de hormonen gieren door je lijf, je bent moe en voelt je soms onzeker. Alle reden dus om op z’n minst een beetje labiel te zijn.

Vergeet niet dat het krijgen van een kindje een life event is. Niet gek dat je je daar lichamelijk én geestelijk op moet voorbereiden en aan moet wennen. Alles is afhankelijk van je veerkracht: hoe flexibel ben jij om om te gaan deze grote veranderingen. En dat heeft weer te maken met je ‘bagage’, je voorgeschiedenis, de thuissituatie, je energie, je instelling en je aanpassingsvermogen.

De ene vrouw gaat dat makkelijker af dan de andere. De ene keer gaat het ook beter dan de andere keer. Gun jezelf de tijd en de rust om je aan te passen aan de nieuwe situatie. Met name in het kraambed is het van groot belang om goed te slapen, al zul je de gewenste acht uren per nacht echt niet meer halen met een baby. Dat hoeft gelukkig ook niet, maar probeer daarom wel zoveel mogelijk rust te pakken. Als je helemaal niet of nauwelijks meer slaapt, is dat wel een alarmsignaal.
Twijfels, angsten en nachtmerries komen vaak voor: ze horen er min of meer bij. Gaan ze overheersen, trek dan aan de bel! Bespreek je angsten en twijfels met je partner, je verloskundige en / of met iemand anders die je vertrouwt. Zo heb je een uitlaatklep en kom je er snel genoeg achter of het normaal is zoals jij je voelt, of dat het misschien beter is verdere hulp te zoeken.

Ben je bekend met psychische problemen van jezelf of in je directe familie, bespreek dit dan met ons. Dat geldt als je hiervoor medicatie en/of hulpverlening hebt of hebt gehad. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een (postnatale) depressie of een traumatische (beval-)ervaring in het verleden, bij jezelf of bij je moeder of zus. Wij kunnen dan samen met jou een plan maken voor de begeleiding tijdens en na je zwangerschap. In overleg met jou kunnen we je situatie voorleggen in het POP-team, een samenwerkingsverband tussen psychologen, psychiaters, gynaecologen, kinderartsen, verloskundigen en medewerkers van bureau jeugdzorg rondom het MCL. Samen kunnen we dan bekijken wat de beste zorg is voor jou en je kindje.

Er is een aantal goede boeken over verschenen, kijk hiervoor bij de boekenlijst in het menu Bevalbieb.

Rhesusfactor

Bij de tweede controle krijg je de uitslagen van het bloedonderzoek te horen. We merken dat de rhesusfactor vaak vragen oproept. Helemaal nu zwangere vrouwen sinds enige jaren op twee rhesusfactoren (D & c) worden getest.

De rhesusfactor is gekoppeld aan de rode bloedcel. Rode bloedcellen hebben diverse kenmerken. Daarmee wordt bijvoorbeeld bepaald welke type bloedgroep iemand heeft: O, A, B of AB. Een ander belangrijk kenmerk is de rhesusfactor. Deze is positief of negatief.

Ben je rhesuspositief dan worden je rode bloedcellen gekenmerkt door een soort eiwit. Hebben je rode bloedcellen dit eiwit niet, dan ben je dus rhesusnegatief. Iemand die rhesuspositief is kan prima bloed ontvangen van iemand die rhesusnegatief is: het lichaam herkent niet dat er iets aan de rode bloedcel ‘ontbreekt’.

Echter: als het lichaam van een rhesusnegatief persoon bloed ontvangt van een rhesuspositief iemand, dan wordt deze ‘lichaamsvreemde stof’ opgemerkt en gaat het lichaam uit bescherming antistoffen maken. Dit betekent uiteindelijk bloedafbraak, met afvalstoffen en bloedarmoede als gevolg.

De meeste zwangerschappen verlopen probleemloos, ook al hebben moeder en kind niet dezelfde rhesusfactor. Dit komt doordat de placenta een prachtige filterfunctie heeft. Het is een doorgeefluik voor alle bouw- en afvalstoffen tussen moeder en kind, maar vormt tegelijk een goede scheiding tussen de bloedcellen van de moeder en kind. Doorgaans zie je dan ook geen rode bloedcellen van de moeder bij het kindje en andersom ook niet. De rhesusnegatieve moeder maakt met deze bescherming geen antistoffen tegen het rhesuspositieve kind. Het verhaal wordt anders bij de bevalling. Immers, dan is de kans op uitwisseling van kinderlijk en moederlijk bloed groot. Maar als de moeder antistoffen gaat vormen, is de baby al geboren en zal deze hier geen last van hebben. Wat wel vervelend is dat het afweersysteem bij de moeder is geactiveerd, waardoor dit bij een volgende zwangerschap wel een grotere kans op problemen kan geven. Daarom is een preventief programma opgesteld zodat dit kan worden voorkomen.

Rhesus D

Ongeveer 15% van de mensen heeft het type rhesus D negatief. Bij deze zwangere vrouwen zal rond 27 weken bloed worden afgenomen voor een test. In deze test wordt gekeken of je al antistoffen hebt aangemaakt, wat hoogstwaarschijnlijk nog niet is gebeurd. Daarnaast kan in het moederlijk bloed uit de afvalstoffen van het kindje al worden bekeken of dit rhesusnegatief of rhesuspositief is. Is het kindje rhesus negatief dan wordt er niets gedaan. Met dezelfde rhesusfactor D is een reactie immers niet te verwachten. Is het kindje rhesuspositief, dan wordt bij 30 weken voor de laatste maanden nog een injectie gegeven met kunstmatige antistoffen voor rhesus D. Mocht er toch een verdwaalde rode bloedcel van het kind in het moederlijk bloed terechtkomen, dan wordt deze hiermee onklaar gemaakt. Het mooie hiervan is dat dit kunstmatig gebeurt: het natuurlijke, eigen afweersysteem van de moeder wordt dus niet geactiveerd. Na de bevalling wordt dit herhaald. Want ook dan is het belangrijk dat het afweersysteem van de moeder niet op gang wordt gebracht voor het verdere nageslacht.

Rhesus c

Sinds enkele jaren wordt ook dit kenmerk van de rode bloedcel getest. Ongeveer 18% van de mensen is rhesusnegatief. Bij deze zwangere vrouwen wordt bij 27 weken hierop getest: nu alleen óf er sprake is van antistoffen. Er wordt dus niet gekeken naar het rhesus c-factor van het kindje. Ook wordt geen prik met antistoffen gegeven, omdat bij antistoffen voor rhesus c de gevolgen voor het kindje minder ernstig zijn.

Worden in de zwangerschap antistoffen gevonden tegen beide rhesusfactoren, dan is verder en specifiek bloedonderzoek noodzakelijk en zal de conditie van het kindje extra in de gaten worden gehouden. Dat betekent dat de gynaecoloog je zwangerschap verder zal controleren.

Roken

Allereest: overal waar ‘roken’ staat kun je ook ‘meeroken’ lezen. Over roken kunnen we duidelijk zijn: stop hiermee. Jij hebt de keuze te stoppen, je kindje niet! We weten dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan, omdat het een verslaving is, maar juist de zwangerschap is een geschikt moment om dit te veranderen: meer dan ooit zijn vrouwen dan gemotiveerd omdat ze weten waarvoor ze het (nog méér) doen. Lukt het niet in je eentje, zoek gerust hulp bij anderen, die is er genoeg. Bijvoorbeeld het leefstijlgesprek bij ons op de praktijk, diverse cursussen en de stop-rook-poli.

Lees hieronder wat de gevolgen van roken kunnen zijn voor zwanger raken, de groei van je kindje in de buik, vroeggeboorte, loslaten van de placenta en andere nare complicaties.

Vrouwen die roken, worden minder snel zwanger en hebben meer kans op een miskraam dan vrouwen die niet roken. Ook mannen worden van roken minder vruchtbaar. Zij maken minder en afwijkende spermacellen aan.

Wanneer je rookt, krijgt de placenta minder bloed toegevoerd. De rode bloedcellen die anders zuurstof vervoeren, kunnen nu minder zuurstof vervoeren omdat die plaats wordt opgevuld door koolmonoxide, een afvalstof van het roken. Daarnaast ontwikkelen de bloedvaten van de baarmoeder en de placenta zich veel minder goed door nicotine.

Gevolg:

het ongeboren kind krijgt minder zuurstof en de groei wordt vertraagd. Bij de geboorte weegt een kindje dan al snel 200g minder. Hoe meer de moeder rookt, hoe lager het geboortegewicht. Dat maakt het kindje kwetsbaar en de kans op gezondheidsproblemen groter. Op latere leeftijd heeft het kind meer kans op gedragsproblemen.

Wil je eens voelen hoe het is om weinig zuurstof te krijgen:

adem een kwartier door een rietje. Daar word je knap benauwd van, dus kun je nagaan wat een kindje maanden en maanden te verduren heeft terwijl het zich gezond wil ontwikkelen.

Roken verdubbelt ook de kans op een vroeggeboorte, dat betekent dat de baby voor de 37e week geboren wordt. Kinderen die te vroeg worden geboren, hebben vaak een moeilijkere start doordat de organen nog niet volledig zijn ontwikkeld.

Een andere ernstige complicatie is het vroegtijdig loslaten van de placenta. Normaal gesproken laat de placenta los na de geboorte van het kind. Bij het vroegtijdig loslaten gebeurt dat vóór de geboorte. Hierdoor krijgt het ongeboren kindje geen zuurstof meer en is de kans op sterfte erg groot.

Als je rookt tijdens de zwangerschap dan heeft je kind meer kans op verschillende gezondheidsproblemen, zoals een hazenlip, ademhalingsproblemen en gedragsstoornissen.
Wiegendood is een term voor het plotseling overlijden van een gezonde baby tijdens het slapen. Er is meer kans op wiegendood wanneer de moeder tijdens de zwangerschap heeft gerookt, maar ook wanneer de baby meerookt na de bevalling. Dus ook na de bevalling is roken in huis absoluut not done!

  • Stel je een plaatje voor van je kindje, wanneer je trek hebt in een sigaret: leg een foto van de echo op de plek waar je anders je sigaretten zou hebben gelegd.
  • Doe op de lastige momenten iets anders. Vaak heeft het te maken met smaak en iets in je handen hebben: fruit schillen en opeten of tanden poetsen, blijkt voor veel mensen te werken.
  • Samen met je partner stoppen met roken, is natuurlijk veel beter. Gedeelde smart is halve smart. En jullie hebben een gezamenlijk doel: de gezondheid van jullie kindje.
  • Probeer voor de momenten dat je samen een sigaret zou roken een alternatief te vinden.
  • Bedenk hoeveel geld je bespaart en geef die uit aan iets anders leuks zoals iets mooi voor je kindje.
  • Vraag de omgeving niet te roken in jouw buurt.
  • Lees goede stop-met-roken boeken. Misschien valt na het lezen van je derde boek het kwartje wel, raak je gemotiveerd en gaat de knop om.
  • Nicotinepleisters kunnen ondersteunend zijn, maar bevatten nog steeds nicotine en daar zit je kindje, zoals je ondertussen duidelijk is, niet op te wachten.

Seksualiteit

Vrijen tijdens de zwangerschap kan gewoon. Vroeger werd wel gezegd dat dit niet mocht en dat dit risico’s gaf. Maar wanneer je een goede ongecompliceerde zwangerschap hebt, kan dit prima. Wees niet bang dat vrijen je baby kan beschadigen: deze zit veilig beschermd in je baarmoeder, de baarmoedermond is bijna verzegeld door de slijmprop. Natuurlijk kan de manier waarop jij en je partner het vrijen beleven wel veranderen als je zwanger bent. Heel af en toe raden we vrijen tijdens de zwangerschap af. Mocht dit voor jou gelden dan hoor je dit van ons.

Tijdens de zwangerschap verandert op het gebied van de seksualiteit wel het een en ander. Zowel voor de jou als voor je partner. Bij de een neemt de behoefte in vrijen af en bij de ander juist toe.

Je lijf verandert zichtbaar en onzichtbaar maar wel merkbaar. Grotere borsten, bredere heupen, een dikker wordende buik en vaker plassen door de druk op je blaas. Dit alles is onderhevig aan hormonen en juist die hormonen kunnen je ook anders laten voelen.

Vooral in het begin kun je je misselijk, lusteloos en vermoeid voelen. Hierdoor neemt het libido vaak af. Ook psychische factoren kunnen de behoefte aan vrijen remmen: je wordt moeder, bent gefocust op je toekomstige kindje of je hebt de neiging je kindje te willen beschermen. Voor je partner verandert er ook het een en ander. Je lichaam is ineens een moederlijf. Ook wordt wel gedacht dat het kind schade kan oplopen. En inmiddels weet je dat dit niet kan. Vormen van intimiteit als knuffelen, beschermen, bezorgdheid en het samen fijn willen hebben, nemen vaak toe.

Na de eerste drie maanden

Na de eerste drie maanden neemt de behoefte aan vrijen meestal weer toe. De eerste zwangerschapskwalen zijn weg, je buik is nog niet zo groot en de energie neemt vaak weer wat toe. Bovendien is alles hormonaal beter doorbloed waardoor het libido een enorme boost kan krijgen.
Soms kan deze extra doorbloeding ook gevoelig zijn doordat het vaginale gebied opzwelt.

Richting het einde van de zwangerschap gaat de buik in de weg zitten. Daarnaast zakt de baarmoeder dieper in het bekken en wordt de afstand van je vagina naar de baarmoedermond korter. Druk tegen de baarmoedermond kan leiden tot scherpe pijnen en niet iedere houding is langer prettig. Soms is het goed hiermee juist nu te gaan experimenteren. Probeer wat prettig is en wat juist niet.

Harde buiken na gemeenschap komt regelmatig voor. Deze harde buiken kunnen zelfs dusdanig zijn dat het bijna lijkt op weeën. Bij een orgasme komen hormonen vrij die ervoor zorgen dat je baarmoeder samentrekt. Je kunt hier best van schrikken maar dat hoeft in eerste instantie niet. Kijk wat er gebeurt wanneer je tot rust komt en je een warme kruik, een warme douche of een warm bad neemt: meestal zakken de harde buiken dan langzaam af. Soms kunnen deze harde buiken juist het zetje geven voor de echte weeën wanneer je richting of over de uitgerekende datum loopt.

Soms kan er een beetje bloedverlies ontstaan na het vrijen. Hormonaal is het gebied goed doorbloed, dus ook je baarmoedermond. Komt hier druk op dan kan deze soms vrij makkelijk bloeden. Er knapt dan een klein vaatje in de baarmoedermond, net zoals bij een bloedneus. Vrouwen en met name mannen schrikken hier vaak enorm van. Zoals gezegd, het is normaal, maar mocht je ruim bloed verliezen zo groot als een menstruatie, neem dan wel even contact met ons op.

Vrijen na een bevalling is voor jullie allebei spannend en alleen daardoor al voelt het anders dan normaal. Zo’n eerste keer komt vaak op een onverwacht moment. Voor de een is dit al vrij vlot na de bevalling, voor de andere na enkele weken, maar soms komt dit ook pas na enkele maanden. Het juiste moment voor ‘de eerste keer’ is wanneer jullie daar beide aan toe zijn. Wel is het advies dat de wond met hechtingen goed genezen moet zijn en het bloedverlies alweer iets afneemt.

Misschien is het goed eerst met de spiegel te kijken of te voelen of het (nog) pijnlijk is in dat gebied. Voor je gevoel is de wond vaak groter dan in werkelijkheid. Je hoeft er niet bang voor te zijn dat het litteken weer open zal gaan door het vrijen. Wel kan het litteken in de beginfase iets gevoelig zijn, mogelijk zelf even gevoelloos. Voel zelf wat prettig is en wat niet. Is er geen verbetering en blijft het voor langere tijd pijnlijk, neem dan contact op met ons of de huisarts.

Door mogelijke spanning kun je minder makkelijk vochtig worden. Ook een orgasme kan nog wel een maand of drie uitblijven vanwege alle hormonale veranderingen. Minder makkelijk vochtig worden zie je ook bij vrouwen die borstvoeding geven. Ook hier zijn hormonen de spelbrekers. Glijmiddel en de tijd ervoor nemen kunnen daarbij helpen.

Tot slot

Vaak zie je dat de eerste periode de vermoeidheid nog sterk aanwezig is. Niet alleen de bevalling heeft energie gekost, maar ook het verzorgen van de kleine en de gebroken nachten spelen hierbij een rol. Ook de rolverdeling moet soms even zijn weg vinden. Behalve kersverse ouders zijn jullie ook nog steeds partners van elkaar, de kunst is dit niet uit het oog te verliezen. Bedenk verder wel dat anticonceptie vaak ook weer gaat spelen als je weer gaat vrijen. We zien je graag terug voor een volgende zwangerschap, maar liever als je er zelf weer klaar voor bent!

Spataderen

De aderen in je benen verslappen door het zwangerschapshormoon progesteron. Bovendien moet het bloed uit de benen langs de vergrote baarmoeder terugstromen naar het hart en dat gaat moeizaam. Er ontstaat een verhoogde druk in de aderen van je benen en deze lijken ‘naar buiten’ te komen. Spataderen kunnen ook voorkomen in je schaamlippen. Na de bevalling verdwijnen de spataderen doorgaans, hoewel sommige vrouwen er wel gevoelig voor zullen blijven.

  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging. Denk aan zwemmen, fietsen of wandelen. Of doe regelmatig spieroefeningen. Dit heeft een gunstige uitwerking op de bloedsomloop.
  • Probeer langdurig staan te vermijden. Mocht dit niet lukken, breng dan afwisselend het gewicht van de hakken op de tenen. Bij deze beweging pompen de beenspieren het bloed beter naar het hart terug.
  • Ga niet met je benen over elkaar zitten en ga niet te lang op je knieën zitten.
  • Neem regelmatig rust met je benen omhoog, door bijvoorbeeld een kussen onder je matras te leggen of, indien mogelijk, je voeteneinde te verhogen.
  • Het kan prettig aanvoelen om je benen af te spoelen met koud water.
  • Draag geen afknellende kleding zoals kniekousjes.
  • Mocht het nodig zijn, dan kan een steunkous worden aangemeten. Overleg dit met je huisarts.
  • Sommige vrouwen hebben baat bij spatadertherapie of massage.
  • Bij spataderen in de schaamlippen kan het soms prettig zijn er een ijskompres tegen aan te leggen: gebruik hiervoor een maandverband met koud water uit de vriezer, omwikkeld met een doek of washand.

Sporten

Sporten als je zwanger bent is belangrijk. Je houdt je lichaam in conditie, voelt je fit en het geeft een goede ontspanning. Luister wel naar je lichaam en ken je grenzen. Je kunt eerder vermoeid raken of gevoeliger voor bandenpijn of bekkenpijn. Ook als je tijdens of na het sporten last hebt van harde buiken, is dit een teken om rustiger aan te doen. Ben je een fanatiek sporter, weet dan dat het is beter om op tijd geleidelijk te minderen dan opeens met alle activiteiten te moeten stoppen.

Check of jouw sport in combinatie met de zwangerschap wel veilig is. Denk aan sporten waarbij je het risico loopt om iets tegen je buik aan te krijgen of sporten waarbij je gemakkelijk tegen andere mensen botst of kunt vallen: zoals hockey, skiën, volleybal en voetbal.

Blijft er nog wel iets over, naast schaken en biljarten? Genoeg! Zwemmen, fietsen, wandelen en fitness zijn sporten die je tot op een bepaald niveau doorgaans nog goed tot het einde van de zwangerschap kunt beoefenen.

Thuis en ziekenhuis, wat zet je klaar?

Allereerst dit: beneden bevallen, bevalt het best.
Of, als dit niet lukt, de laagst mogelijke verdieping. Waarom? Stel je moet onverwacht met de ambulance naar het ziekenhuis, dan word je liggend vervoerd en een trap is dan een obstakel voor de brancard. Zorg verder dat de ruimte waarin je gaat bevallen goed kan worden verwarmd!

  • Verhoogd bed, te leen bij Het Friese Land. Of je bed met een stevige matras verhogen middels kratten of klossen. Klossen zijn eveneens te leen bij Het Friese Land.
  • Ondersteek, te leen bij Het Friese Land.
  • Twee emmers met vuilniszakken
  • Goede lamp, voor gericht licht bij eventueel hechten. Denk aan bureaulamp, bouwlamp of felle zaklamp.
  • Rol keukenpapier of wc-papier
  • Twee metalen kruiken met kruikenzakken
  • Koortsthermometer
  • Aankleedkussen
  • Stapeltje katoenen luiers

Kraampakket:

Dit krijg je óf gratis van je verzekeraar óf moet je zelf kopen. Het bevat tien celstofmatjes/onderleggers, een plastic zeil dat je eventueel kunt gebruiken voor onder de baarkruk, kraamverband in allerlei formaten, een net/stretchbroekje, een flesje alcohol (70%), een navelklem, steriele gazen in verschillende formaten, watten en soms een pakje wegwerphandschoenen en desinfecterende zeep.

Mocht je flesvoeding willen geven, dan is het handig dat je de benodigde kunstvoeding en reeds uitgekookte flessen al in huis hebt.

Wanneer je naar het ziekenhuis moet of wilt, is het bij zowel de thuis als de poliklinische bevalling het handig dat je een tas klaar hebt staan met:

Klaarzet-tas:

  • Fototoestel en/of videocamera. Let op volle batterij en een lege kaart met voldoende geheugen.
  • Je zwangerschapskaart / je draagboekje
  • Kraamzorgdossier
  • Voor de baby: babykleding (rompertjes, kleertjes, een warm jasje of vestje, mutsjes, sokjes) en omslagdoek. En misschien al de eerste knuffel. Voor het vervoer naar huis: de maxicosi
  • Voor jezelf: schone T-shirts / nachthemd, ondergoed, badjas, badslippers of pantoffels, warme sokken en toiletspullen. Denk ook aan eventueel druivensuiker voor de nodige energie en Labello, voor al dat gepuf…
  • Voor je partner: wat te eten en wellicht een schoon T-shirt.
  • Voor de sfeer: muziek en / of andere dingen waar je je goed bij voelt. Kaarsjes mogen niet in het ziekenhuis, een lampje wel.

Je hoeft geen disposables zoals kraamverband, luiers en flesjes voor flesvoeding mee te nemen. Dat is aanwezig op de kraamafdeling.

Ten slotte: heb je van de verloskundige een injectiepakketje gekregen voor de rhesusfactor?

Dan gaan we ervan uit dat deze je koelkast niet is uit geweest. Denk eraan dit mee te nemen als je naar het ziekenhuis vertrekt.

Thuisbevalling, wat zet je klaar?

Allereerst dit: beneden bevallen, bevalt het best.
Of, als dit niet lukt, de laagst mogelijke verdieping. Waarom? Stel je moet onverwacht met de ambulance naar het ziekenhuis, dan word je liggend vervoerd en een trap is dan een obstakel voor de brancard. Zorg verder dat de ruimte waarin je gaat bevallen goed kan worden verwarmd!

  • Verhoogd bed, te leen bij Het Friese Land. Of je bed met een stevige matras verhogen middels kratten of klossen. Klossen zijn eveneens te leen bij Het Friese Land.
  • Ondersteek, te leen bij Het Friese Land.
  • Twee emmers met vuilniszakken
  • Goede lamp, voor gericht licht bij eventueel hechten. Denk aan bureaulamp, bouwlamp of felle zaklamp.
  • Rol keukenpapier of wc-papier
  • Twee metalen kruiken met kruikenzakken
  • Koortsthermometer
  • Aankleedkussen
  • Stapeltje katoenen luiers

Kraampakket:

Dit krijg je óf gratis van je verzekeraar óf moet je zelf kopen. Het bevat tien celstofmatjes/onderleggers, een plastic zeil dat je eventueel kunt gebruiken voor onder de baarkruk, kraamverband in allerlei formaten, een net/stretchbroekje, een flesje alcohol (70%), een navelklem, steriele gazen in verschillende formaten, watten en soms een pakje wegwerphandschoenen en desinfecterende zeep.

Mocht je flesvoeding willen geven, dan is het handig dat je de benodigde kunstvoeding en reeds uitgekookte flessen al in huis hebt.

Ten slotte: heb je van de verloskundige een injectiepakketje gekregen voor de rhesusfactor?

Dan gaan we ervan uit dat deze je koelkast niet is uit geweest.

Uitstrijkje

In Nederland krijgen alle vrouwen tussen 30 en 60 jaar elke vijf jaar een oproep voor het  bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Baarmoederhalskanker komt veel voor bij deze leeftijdsgroep. Met dit gratis onderzoek, het uitstrijkje genoemd, haalt de huisarts met een borsteltje wat cellen van de baarmoederhals. Deze worden in het laboratorium onderzocht op afwijkende cellen.

Met dit onderzoek kan in vroeg worden ontdekt of iemand baarmoederhalskanker heeft of een voorstadium hiervan. Door behandeling in het voorstadium wordt baarmoederhalskanker vaak voorkomen. Mocht er daadwerkelijk baarmoederhalskanker worden geconstateerd, dan is bij een vroege ontdekking de kans op succesvolle behandeling groter.

Let op:

mocht je in je zwangerschap een oproep krijgen voor een uitstrijkje, dan is dit geen betrouwbare periode om deze test te laten doen. Vul op de achterkant van het oproepformulier in dat je in verband met zwangerschap nu niet mee kan doen met het onderzoek en stuur dit terug. Na de bevalling krijg je dan een nieuwe oproep. Vul je dit niet in, dan krijg je pas na vijf jaar weer een nieuwe oproep. Geef je borstvoeding dan kun je gewoon een uitstrijkje laten maken.

Onder ‘weblinks’ in de Bevalbieb vind je een website met meer informatie hierover.

Vaak plassen en blaasontsteking

Tijdens de zwangerschap is de spierwand van je blaas slapper dan normaal. Daarnaast drukt ook de baarmoeder tegen de blaas aan. Het is hierdoor normaal dat je tijdens de zwangerschap vaker moet plassen. In de laatste periode van je zwangerschap kun je soms zelfs ongewild urine verliezen.

Tips

  • Ga niet minder drinken, je hebt tijdens de zwangerschap echt je 2 tot 2,5 liter vocht nodig!
  • Ga naar het toilet als je aandrang voelt, probeer het niet op te houden.
  • Plas goed uit zodat de blaas goed leeg is. Let hierbij ook goed op je houding: probeer rechtop te zitten.

In de zwangerschap ben je gevoeliger voor een blaasontsteking. Let daar vooral op als je steeds een zeurende onderbuikspijn hebt al dan niet met harde buiken. Heb je het vermoeden van een blaasontsteking, neem dan contact op met je huisarts of de verloskundige. Mocht het daadwerkelijk zo zijn, dan zal de huisarts je een antibioticakuur voorschrijven. Een blaasontsteking in de zwangerschap moet je niet onderschatten: soms ligt hier de oorzaak van weeënactiviteit die kan leiden tot een vroeggeboorte.

Vaginale afscheiding

Tijdens de zwangerschap produceren baarmoeder en vagina meer vocht en slijm. Dit is onvermijdelijk. En het is functioneel: schadelijke ziektekiemen kunnen zo minder makkelijk binnendringen.

Tips

  • Was je vagina alleen met water, niet met zeep.
  • Draag bij voorkeur katoenen ondergoed.
  • Als afscheiding een abnormale geur of kleur heeft, of als je ook een jeukerig en pijnlijk gevoel hebt, kunnen dit tekenen zijn van een vaginale infectie. Neem dan contact op met je huisarts. Mogelijk krijg je medicatie voorgeschreven.
  • Een candida is bijvoorbeeld een vaginale schimmelinfectie. Het kan jeukerige pijn geven en geeft veel witte, klodderige afscheiding. In de zwangerschap kan het geen infectie veroorzaken bij je kindje, het is vooral lastig voor jou. Richting de uitgerekende periode raden we je aan een candida te laten behandelen. Tijdens de bevalling kan het kindje wel besmet worden en dat kan spruw bij hem of haar veroorzaken.

Vakantie en op reis

Ga je tijdens je zwangerschap op vakantie of op reis? Dan reist er altijd iemand met je mee, daarom zijn onderstaande tips handig om rekening mee te houden. Twijfel je tijdens je vakantie over iets of maak je je zorgen? Bel ons, we denken graag met je mee. Helaas voor ons zit een huisbezoekje op je vakantiebestemming er niet in!

Bij niet-Westerse landen is het goed te bekijken of dit gezien je zwangerschap nu het geschikte land is om te bezoeken. Hoe is het gesteld met de gezondheidszorg en hoe ver ligt je vakantiebestemming van een ziekenhuis? Welke gezondheidsrisco’s zoals infectieziekten kun je oplopen? Voor sommige reisbestemmingen is het raadzaam om vooraf vaccinaties of malariatabletten te nemen. Bij de GGD / vaccinatiebureau weet hoe het zit met de veiligheid van vaccins tijdens de zwangerschap. Behalve dat tijdens de zwangerschap niet alle malariatabletten mogen worden gebruikt, wordt het zwangere vrouwen sowieso afgeraden naar malariagebieden te reizen. Informeer altijd bij je reis of ziektekostenverzekeraar hoe het zit met calamiteiten tijdens de vakantie. Is je kindje meeverzekerd?
Neem altijd je zwangerschapsgegevens mee. Een buitenlandse zorgverlener zal op de zwangerschapskaart de uitgerekende datum en de bloedgroep herkennen, zijn ze al blij mee. Ga je met de auto, draag altijd je gordel. Hou vaker pauze om de benen te strekken en te plassen. Vliegen is doorgaans geen probleem. Twijfel je, bespreek het met ons. Bij lange vluchten raden we je aan regelmatig een stukje te lopen om dikke voeten door oedeem en trombose te voorkomen. Drink ook voldoende water, de luchtvochtigheid in het vliegtuig is lager dan elders.
Meld bij het boeken van je vliegtickets dat je zwanger bent. Bij de meeste luchtvaartmaatschappijen kun je de eerste 28 weken van je zwangerschap zonder problemen vliegen. Vliegmaatschappijen willen liever geen zwangeren vervoeren die langer dan 32 a 36 weken zwanger zijn, om een bevalling in de lucht te vermijden. Iedere luchtvaartmaatschappij voert hierin haar eigen beleid. Informeer hier goed naar bij het reserveren van een vlucht. Daarna vragen de meeste luchtvaartmaatschappijen om een zwangerschapsverklaring waar de uitgerekende datum op staat. Die verklaring moet getekend zijn door de verloskundige en mag niet ouder zijn dan vijf dagen. Vaak hebben de vliegtuigmaatschappijen hier zelf een formulier voor. Raadpleeg voor je gaat vliegen altijd de website van je vliegtuigmaatschappij over de exacte regels van vliegen tijdens de zwangerschap.
Je voedingsadviezen gelden ook op vakantie. Pas vooral op met rauw vlees en ‘au lait cru’, oftewel rauwe kaas. Ziektes zoals diarree, hepatitis A en paratyfus kunnen via het voedsel en drinkwater worden overgebracht. Let bij het reizen door warme landen er extra op: cook it, boil it, peel it or forget it! Goede hygiëne, vaker handen wassen, vermindert ook het besmettingsgevaar.
Luister goed naar je lichaam en je zult zelf merken wat wel of niet werkt voor jou. Diepzeeduiken, klimmen en skiën op grote hoogtes raden we af. Luieren en zonnen is prima, je hoeft je buik niet extra te bedekken. Gebruik een zonnebrandcrème met een hoge factor en draag een zonneklep. Vanwege een hoge pigmentproductie kun je sneller bruinen, maar ook eerder een zwangerschapsmasker krijgen.

Vermoeidheid

Er groeit een baby in je buik, dus je lichaam verandert voortdurend. Lichamelijk en geestelijk word je extra belast. Dat kost energie die naar jou én naar je baby moet gaan. De eerste paar maanden en de laatste weken van de zwangerschap hebben vrouwen er het meest last van.

Tips om vermoeidheid te beperken:

  • Stel je grenzen en luister naar je lichaam.
  • Probeer op tijd naar bed te gaan.
  • Haal je energie uit rust, goede voeding en voldoende drinken.

Verstopping

In het normale leven kan verstopping, ook wel obstipatie genoemd, verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld te weinig drinken, eenzijdig voedsel, vezelarme voeding en / of weinig beweging. In de zwangerschap worden door de zwangerschapshormonen de spieren in je darmen slapper.

Doordat je darmen hierdoor trager kunnen gaan werken, kun je last krijgen van obstipatie en buikpijn. Daarnaast kunnen ijzertabletten die vanwege bloedarmoede moeten worden ingenomen ook leiden tot obstipatieklachten. Obstipatie kan ook een oorzaak zijn van aambeien.

  • Stimuleer je darmen door het eten van vezelrijke voeding zoals groenten (met name rauwkost) en fruit (met name kiwi, pruimen, abrikozen), volkorenproducten en peulvruchten.
  • Drink dagelijks 2 tot 2,5 liter water.
  • Eet regelmatig en begin de dag met een ontbijt. Start ook met een glas water.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging.
  • Drink eventueel Roosvicee Laxo, dit is verkrijgbaar bij de supermarkt.
  • Ga gelijk naar het toilet zodra je aandrang voelt en neem er de tijd voor. Hoe langer je wacht, hoe harder de ontlasting wordt.

Als je bevallen bent, kan het best een aantal dagen duren voordat de ontlasting weer gaat komen. We kunnen het voorstellen dat dit je, na het persen en met je hechtingen, een angstig gevoel kan geven. Toch: als je aandrang voelt, ga wel naar het toilet en ga er rustig voor zitten. In de meeste gevallen valt het mee.

Tijdens de borstvoeding wordt extra vocht van je lichaam gevraagd. Mocht je het extra drinken vergeten, dan kan dit een oorzaak zijn van obstipatie. Let bij borstvoeding dus extra goed op voldoende vochtinname.

Vitaminen

Als je zwanger bent of een baby hebt, wil je natuurlijk het beste voor je kindje. In onze Bevalbieb lees je van alles over een gezonde en gevarieerde voeding. Veel mensen hebben daarnaast ook vragen over de noodzaak van extra vitaminen voor zichzelf en hun kindje. Het antwoord hierop lees je hier.

Wanneer je tijdens de zwangerschap gezond en gevarieerd eet, krijg je in principe alle voedingsstoffen en vitaminen binnen die je kindje nodig heeft voor de groei en ontwikkeling.
Bij drogisten en apotheken worden allerlei potjes met zwangerschapsvitaminen en voedingssupplementen verkocht. Wanneer je van jezelf weet dat je niet voldoende gevarieerd eet, misschien vanwege misselijkheid, kan het verstandig zijn vitaminepillen te nemen.

Op deze manier krijg je alsnog de vitaminen en mineralen binnen die noodzakelijk zijn tijdens je zwangerschap. Bedenk wel dat een vitaminepil nooit een zelfgemaakte maaltijd met verse groenten, vlees of vis kan vervangen. Je kunt niet alles in een pil verpakken.

Extra vitaminen zijn ook wanneer je een tweeling verwacht: je lichaam heeft extra nodig nodig. En ook als je kort na de bevalling weer zwanger raakt, zijn je reserves op dit vlak niet ruim. Als je multivitaminen wilt gebruiken, kies dan voor vitaminepreparaten voor zwangere vrouwen. Deze bevatten niet of nauwelijks de schadelijke vitamine A, maar wel de in de zwangerschap betere betacaroteen.

Een vitamine die erg belangrijk is voor de vroege ontwikkeling van een baby is vitamine B11, beter bekend als Foliumzuur. Kijk bij Foliumzuur in het menu Bevalbieb.

Vitamine A

Tijdens de zwangerschap moet je voldoende vitamines binnenkrijgen, behalve vitamine A. Er zijn aanwijzingen dat vitamine A in grote hoeveelheden de kans op aangeboren afwijkingen vergroot. Vitamine A komt voor in dierlijke producten, vooral in lever. Denk aan leverworst, leverpastei en kippenlever. Daarnaast kan je lichaam zelf vitamine A aanmaken uit plantaardige producten. Deze vorm van vitamine A wordt bètacaroteen genoemd en komt voor in rode en oranje groenten en verschillende soorten fruit.

Uit de dierlijke producten neemt je lichaam veel meer vitamine A op dan uit de plantaardige producten. Worteltjes en tomaten zijn dan ook niet schadelijk tijdens de zwangerschap. Maar van leverworst en leverpastei mag je alleen in beperkte mate eten als je zwanger bent.

Vitamine D

Vitamine D zorgt ervoor dat ons lichaam mineralen zoals calcium en fosfor goed kan opnemen uit de voeding. Deze mineralen zorgen voor sterke botten en tanden.
De zon is onze belangrijkste bron van vitamine D. Wanneer zonlicht op onze huid komt, kan ons lichaam zelf vitamine D aanmaken. Daarnaast komt er veel vitamine D voor in vette vis, zoals haring, makreel en zalm. Ook in eieren, vlees, melkproducten, margarine en andere bak- en braadproducten zit een beetje vitamine D.

De meeste mensen krijgen voldoende vitamine D binnen wanneer ze voldoende in de zon komen en daarnaast gezond en gevarieerd eten. Mensen met een getinte of donkere huid kunnen echter in hun huid minder vitamine D aanmaken dan mensen met een lichte huid. Heb je een donkere huid of bedek je je hoofd met een sluier of hoofddoek? Dan adviseren we je, gezien het Nederlandse klimaat en licht, om iedere dag extra vitamine D te slikken, zeker wanneer je zwanger bent. Daarnaast raden we je aan extra vitamine D te slikken tijdens de zwangerschap wanneer het voor jou niet mogelijk is om voldoende gevarieerd te eten.

Vitamine Vis

Nee ‘vitamine Vis’ bestaat niet. En toch zeggen we hier iets over vis. Zoals je hebt gelezen, bevat vette vis veel vitamine D. Maar vette vis bevat nog iets goeds: visolie. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van je baby: de hersenen en het netvlies van de ogen. Omdat onze dagelijkse voeding vaak te weinig visolie bevat, is het aan te raden tijdens de zwangerschap en zolang je borstvoeding geeft, één of twee keer per week vette vis te eten.

Vette vis is bijvoorbeeld: zalm, haring, makreel, sardines, forel of zeeduivel. Je mag prima rauwe haring eten tijdens de zwangerschap, maar neem verse en niet vacuüm verpakte. Ditzelfde geldt voor vacuümverpakte gerookte vis, zoals zalm en makreel. Bij ’Voeding’ in het menu Bevalbieb lees je waarom de verpakking zelf niet altijd 100% veilig is voor zwangere vrouwen.
Visolie is ook in tabletvorm te verkrijgen. Wanneer je geen vis wilt of mag eten, kun je tijdens de zwangerschap visoliecapsules slikken of zwangerschapsvitaminen met toegevoegde visolie nemen.

Het is geen probleem om tijdens de zwangerschap vegetarisch te eten. Wel is het dan belangrijk voldoende volkorenbrood, granen, peulvruchten zoals bonen, linzen en erwten, noten, zuivelproducten, eieren en eventueel vis of vleesvervangers te eten. Deze voedingsmiddelen bevatten onder andere veel ijzer en B-vitamines.

Maar vitamine B12 komt alleen voor in voedingsmiddelen van dierlijke afkomst, zoals vlees, eieren en zuivelproducten. Vegetariërs, maar zeker veganisten, moeten er extra op letten dat deze vitamine voldoende in hun voeding aanwezig is. Is dit niet het geval dan is extra vitamine B12 noodzakelijk.

Omdat je als zwangere gevoeliger bent voor bloedarmoede, is het goed hier met je voeding op te letten. Heel veel voedingsmiddelen bevatten ijzer, zodoende krijg je eigenlijk al voldoende binnen als je gevarieerd eet.

Dit zijn voedingsmiddelen die veel ijzer bevatten: volkorenbrood, roggebrood, muesli, Evergreen biscuits, vlees, vis, ei, peulvruchten aardappels, fruit, noten en stroop. En inderdaad: spinazie staat niet op de lijst! Ook heb je siropen die verrijkt zijn met ijzer, zoals Roosvicee Ferro.
Niet al het ijzer dat in de voeding zit, wordt door het lichaam opgenomen. De ijzeropname in het lichaam wordt verbeterd door vitamine C. Dit zit weer in vers fruit, sinaasappelsap, grapefruitsap, groente en aardappelen. Het is daarom aan te raden om een van deze voedingsmiddelen bij elke maaltijd te gebruiken.

Daarnaast is het handig te weten dat er verschil is in opname van ijzer uit de verschillende voedingsmiddelen: ijzer uit dierlijke producten wordt beter in het lichaam opgenomen dan ijzer uit plantaardige producten. Ten slotte: wees je ervan bewust dat thee, koffie en melkproducten de ijzeropname verminderen. Dus liever een glas jus bij het ontbijt dan een kop koffie.

Vitamine D

Vitamine D is belangrijk voor de ontwikkeling en het behoud van sterke botten en tanden. We adviseren om zowel bij borstvoeding als bij kunstvoeding vanaf de achtste dag t/m het vierde jaar 10 microgram (10ug) vitamine D per dag in de vorm van druppels te geven. Hoeveel druppels dat per dag is afhankelijk de concentratie, dus check het etiket. Daarnaast wordt vitamine D door het lichaam zelf aangemaakt als er voldoende zonlicht op de huid komt. Voor baby’s is het dus goed af en toe buiten te zijn, voor de opbouw van vitamine D. Trouwens, het draagt ook bij aan het krijgen van een beter dag/nachtritme.

Vitamine K

Vitamine K is betrokken bij de bloedstolling, je lichaam maakt het zelf. Pasgeborenen kunnen deze vitamine zelf nog niet of onvoldoende produceren. Daarom wordt er met jullie goedkeuring na de geboorte deze vitamine aan je kindje gegeven. Geef je borstvoeding, dan is het landelijk advies om vanaf de achtste dag na de bevalling t/m de derde maand 150 microgram (150ug ) vitamine K per dag in de vorm van druppeltjes te geven.

Hoeveel druppels dat per dag is, lees je op het etiket. Mocht je per ongeluk een keer overgeslagen hebben, of juist een dubbele dosis gegeven hebben, is dat geen reden voor paniek. Om dit te voorkomen is het handig dagelijks op een vast tijdstip de druppels te geven. Je kunt stoppen met de vitamine K als je kindje drie maanden is, dan maakt hij het zelf aan. En mocht je in de tussentijd naast de borstvoeding meer dan 400ml kunstvoeding geven, dan kun je ook stoppen met de vitamine K.

Vitaminen voor je baby

Je kindje heeft vanaf de achtste dag een bepaalde periode extra vitamines nodig. Hieronder lees je welke dit zijn, waarom dat moet en tot hoe lang dat moet.

Vitamine D is belangrijk voor de ontwikkeling en het behoud van sterke botten en tanden. We adviseren om zowel bij borstvoeding als bij kunstvoeding vanaf de achtste dag t/m het vierde jaar 10 microgram (10ug) vitamine D per dag in de vorm van druppels te geven.

Hoeveel druppels dat per dag is afhankelijk de concentratie, dus check het etiket. Daarnaast wordt vitamine D door het lichaam zelf aangemaakt als er voldoende zonlicht op de huid komt. Voor baby’s is het dus goed af en toe buiten te zijn, voor de opbouw van vitamine D. Trouwens,heit draagt ook bij aan het krijgen van een beter dag/nachtritme.

Vitamine K is betrokken bij de bloedstolling, je lichaam maakt het zelf. Pasgeborenen kunnen deze vitamine zelf nog niet of onvoldoende produceren. Daarom wordt er met jullie goedkeuring na de geboorte deze vitamine aan je kindje gegeven. Geef je borstvoeding, dan is het landelijk advies om vanaf de achtste dag na de bevalling t/m de derde maand 150 microgram (150ug ) vitamine K per dag in de vorm van druppeltjes te geven.

Hoeveel druppels dat per dag is, lees je op het etiket. Mocht je per ongeluk een keer overgeslagen hebben, of juist een dubbele dosis gegeven hebben, is dat geen reden voor paniek. Om dit te voorkomen is het handig dagelijks op een vast tijdstip de druppels te geven. Je kunt stoppen met de vitamine K als je kindje drie maanden is, dan maakt hij het zelf aan. En mocht je in de tussentijd naast de borstvoeding meer dan 400ml kunstvoeding geven, dan kun je ook stoppen met de vitamine K.

Vocht vasthouden

Bijna iedere zwangere houdt door de zwangerschapshormonen meer vocht vast. Bijvoorbeeld in de handen, de voeten of in het gezicht. We spreken dan van ‘oedeemvorming’. Vooral in de laatste maand van de zwangerschap of tijdens de zomermaanden kun je hier last van hebben.

Wanneer je lang in dezelfde houding op je benen hebt gestaan, merk je soms dat je meer vocht vasthoudt in je voeten of je enkels. Zolang je bloeddruk mooi blijft, is het vasthouden van vocht normaal en kan het in principe geen kwaad. Iedere keer wanneer je voor controle bij ons komt, zullen wij standaard je bloeddruk meten.

Het is belangrijk contact met ons op te nemen wanneer het vocht plotseling erg toeneemt, of wanneer je naast het vasthouden van vocht ook last krijgt van klachten, zoals misselijkheid, braken, duizeligheid (sterretjes zien), erge hoofdpijn of het gevoel alsof er een strakke band om je bovenbuik getrokken wordt. Dit kunnen signalen van een verhoogde bloeddruk zijn. Na de bevalling plas je al dit extra vocht weer uit en ben je vaak binnen een week van deze zwangerschapskwaal verlost.

Een andere klacht van vocht vasthouden, kan tintelende vingers zijn, ofwel het carpale tunnelsyndroom. In dat geval drukt het extra vocht op de zenuwen die aan de binnenkant van je pols lopen. Deze zenuwen lopen door een soort tunnel van je arm naar je vingers. Door de druk van het vocht kunnen ze bekneld raken, waardoor je last kunt krijgen van prikkelende, tintelende of zelfs pijnlijke vingers.

Hoewel het verder geen kwaad kan, voelt het vervelend wanneer je ’s nachts wakker wordt met slapende of gevoelloze handen. Je kunt in dat geval het beste even rechtop gaan zitten en je armen bewegen of uitstrekken. Vaak komt het gevoel in je vingers dan snel weer terug. Wanneer je hier ’s nachts veel last van hebt, kan het helpen je polsen te spalken. Dit is eenvoudig te doen door bijvoorbeeld skeelerhandschoenen om te doen wanneer je gaat slapen. Doordat je je polsen dan niet kunt buigen, blijft de afknelling van de zenuwen in je polsen beperkt.

Tips om vocht vasthouden tegen te gaan:

  • Voldoende drinken is sowieso belangrijk tijdens de zwangerschap, maar zeker wanneer veel vocht vasthoudt, is het goed veel water te drinken.
  • Het kan soms helpen om te gaan zitten met de benen omhoog. Tijdens de zwangerschap heb je dan ook een goede reden om je voeten op tafel te leggen!
  • Leg een kussen onder het voeteneinde van je bed of zet, indien mogelijk, het voeteneinde van je bed iets omhoog. Hierdoor kan je ook in bed je benen iets omhoog houden.
  • Wanneer het warm weer is, kan een koud voetbad verlichting geven. Het kan ook helpen om na het douchen je armen en benen even koud na te spoelen.
  • Bij extra vocht in je handen en vingers is het aan te raden tijdig je ringen van je vingers te doen. Ringen kunnen al snel te strak zitten en dat belemmert de bloedtoevoer naar je vingers.
  • Helemaal zoutloos eten hoeft niet, maar door zuinig om te gaan met zout in je eten, voorkom je dat de klachten van het vocht onnodig worden verergerd. Door het eten van pizza of chips kan je tijdelijk veel meer vocht vasthouden.

Voeding

Tijdens de zwangerschap moet je gezond leven. Een gezonde leefstijl is een breed begrip en omvat beweging, ontspanning, niet roken, geen alcohol gebruiken, én: een gezond voedingspatroon. Je bent tijdens de zwangerschap immers niet meer alleen. Van alles wat je eet, moet nu ook je kindje de juiste voedingsstoffen kunnen halen om te kunnen groeien.

Wanneer je voor het eerst bij ons op controle komt, krijg je van de verloskundige informatie over wat je wel en niet mag eten tijdens de zwangerschap.

Daarnaast is de Schijf van Vijf een goed en veelgebruikt hulpmiddel om inzicht te krijgen in een gezond en gevarieerd voedingspatroon. De schijf bestaat uit vijf groepen voedingsmiddelen waarvan je uit elke groep elke dag bepaalde hoeveelheden moet binnenkrijgen. Er gelden vijf basisregels:

  1. Eet gevarieerd: gebruik de Schijf van Vijf
  2. Eet niet teveel en beweeg
  3. Eet minder verzadigd vet
  4. Eet veel groente, fruit en brood
  5. Eet veilig: voorkom voedselinfecties.

Eet je dagelijks volgens de Schijf van Vijf en ben je zuinig met zout, dan heb je in principe een gezond voedingspatroon.

Wanneer je zwanger bent, is het ook belangrijk voldoende te drinken. Je hebt elke dag minimaal 1,5-2 vocht per dag nodig. Voldoende vocht is nodig omdat je nieren extra moeten werken in de zwangerschap. Drink vooral water in plaats van zoete vruchtensappen, frisdrank, koffie en thee.

Is gezond eten voor jou een probleem of wil je tijdens de zwangerschap gezonder leven? Vraag ons dan om een leefstijlgesprek. Tijdens zo’n consult in de verloskundepraktijk bekijk je hoe jij een betere voedingspatroon kunt krijgen in je dagelijkse leven.

Als je zwanger bent heb je meestal aan één ding geen gebrek: goedbedoelde adviezen. Soms is het lastig om daar chocola van te maken. Daarom vind je hier de belangrijkste voedingsadviezen op een rij.

Toxoplasmose

Een van de bekendste voedingsadviezen gaat over het rauwe vlees, zoals filet américain, tartaar, fricandeau, ossenworst, rosbief of een rosé biefstuk. In (half) rauw vlees kan een parasiet voorkomen die oorspronkelijk voorkomt in uitwerpselen van katten. Deze parasiet kan toxoplasmose veroorzaken, waardoor je ongeboren kind aangeboren afwijkingen kan krijgen. Vermijd dus dergelijk niet goed doorbakken vlees.
Om deze zelfde reden is het verstandig om tijdens de zwangerschap voorzichtig te zijn met het verschonen van de kattenbak, het werken in de tuin en als je met kinderen meespeelt in een zandbak. Dus zwangere juffen: wees voorzichtig en was daarna heel goed je handen. Daarnaast raden we je aan groentes en fruit goed te wassen en / of te schillen voordat je ze opeet.

Listeria

Ook zuivelproducten gemaakt van rauwe melk is nu niet slim. Rauwe melk is niet gepasteuriseerd of gesteriliseerd en in producten van rauwe melk kan de Listeriabacterie voorkomen. De meeste kazen in Nederland zijn gemaakt van gepasteuriseerde melk en dus veilig. Is een kaas gemaakt van rauwe melk dan hoort op het etiket “au lait cru” te staan.
De Listeriabacterie kan goed overleven in de koelkast. Tijdens de zwangerschap kan je daardoor beter voorzichtig zijn met het bewaren en opwarmen van restjes eten. Gebruik zo veel mogelijk verse producten, bewaar deze producten niet lang in de koelkast. Warm ze bij gebruik goed op, beter in de pan dan in de magnetron.
Daarnaast zitten Listeriabacteriën soms ook in vacuümverpakte gerookte zalm, paling of makreel. Dit ligt dus niet aan de vis, maar aan de verpakking. Heb je zin in rauwe of gerookte vis, haal het dan bij de visboer, dan weet je zeker dat het goed vers is.

Keukenhygiene

Een goede keukenhygiëne is altijd belangrijk, maar zeker als je zwanger bent. Een listeria-infectie ligt zo op de loer. Vaatdoekjes vormen vaak een bron van infectie. Verschoon ze dus vaak. Elke dag of twee keer per dag is geen overbodige luxe de komende maanden.

Vitamine A

Tijdens de zwangerschap moet je voldoende vitamines binnenkrijgen, behalve vitamine A. Vitamine A komt voor in dierlijke producten, vooral in lever. Denk aan aan leverworst, leverpastei en kippenlever.
Daarnaast kan je lichaam zelf vitamine A aanmaken uit plantaardige producten. Deze vorm van vitamine A wordt bètacaroteen genoemd en komt voor in bijvoorbeeld worteltjes, bloemkool en verschillende soorten fruit.
Uit de dierlijke producten neemt je lichaam veel meer vitamine A op dan uit de plantaardige producten. Worteltjes en bloemkool zijn dan ook niet schadelijk tijdens de zwangerschap. Maar van leverworst en leverpastei kun je beter niet of in beperkte mate eten als je zwanger bent.
Ook moet je tijdens de zwangerschap geen vitamine A–preparaten gebruiken. Wanneer je vitaminepillen wilt gebruiken, kies dan voor speciale zwangerschaps-vitaminen.

Ben je een echte koffieleut, dan heb je wat te doen. Of beter gezegd, te laten: we adviseren je om niet of met mate koffie te drinken. Koffie bevat veel cafeïne. Net als energiedrankjes. Cafeïne heeft volgens recent onderzoek een negatieve invloed op de groei van het kindje. Voor zwangeren wordt dan een maximale hoeveelheid van 100 milligram cafeïne.

Dit betekent dat een zwangere wordt aangeraden de consumptie van cafeïne houdende dranken te beperken tot maximaal 1 per dag. Oftewel één kopje koffie of één blikje Redbull. Gelukkig is er ook cafeïnevrije koffie verkrijgbaar en die maken ze tegenwoordig een stuk lekkerder dan jaren geleden.
Cafeïne komt ook in moedermelk terecht. Geef je borstvoeding en zou je veel koffie drinken, dan kan je kindje daardoor onrustig worden.

Thee bevat in vergelijking tot koffie weinig cafeïne, of beter gezegd: theïne. Per theesoort kan dit wel enorm verschillen: zware donkere thee bevat veel meer theïne dan bijvoorbeeld rooibosthee of kruidenthee. Dus als je tijdens de zwangerschap overstapt van koffie op thee, kijk wel op de verpakking naar het cafeïne- en theïnegehalte.

Vrijen

Vrijen tijdens de zwangerschap kan gewoon. Vroeger werd wel gezegd dat dit niet mocht en dat dit risico’s gaf. Maar wanneer je een goede ongecompliceerde zwangerschap hebt, kan dit prima. Wees niet bang dat vrijen je baby kan beschadigen: deze zit veilig beschermd in je baarmoeder, de baarmoedermond is bijna verzegeld door de slijmprop. Natuurlijk kan de manier waarop jij en je partner het vrijen beleven wel veranderen als je zwanger bent. Heel af en toe raden we vrijen tijdens de zwangerschap af. Mocht dit voor jou gelden dan hoor je dit van ons.

Tijdens de zwangerschap verandert op het gebied van de seksualiteit wel het een en ander. Zowel voor de jou als voor je partner. Bij de een neemt de behoefte in vrijen af en bij de ander juist toe.

Je lijf verandert zichtbaar en onzichtbaar maar wel merkbaar. Grotere borsten, bredere heupen, een dikker wordende buik en vaker plassen door de druk op je blaas. Dit alles is onderhevig aan hormonen en juist die hormonen kunnen je ook anders laten voelen.

Vooral in het begin kun je je misselijk, lusteloos en vermoeid voelen. Hierdoor neemt het libido vaak af. Ook psychische factoren kunnen de behoefte aan vrijen remmen: je wordt moeder, bent gefocust op je toekomstige kindje of je hebt de neiging je kindje te willen beschermen. Voor je partner verandert er ook het een en ander. Je lichaam is ineens een moederlijf. Ook wordt wel gedacht dat het kind schade kan oplopen. En inmiddels weet je dat dit niet kan. Vormen van intimiteit als knuffelen, beschermen, bezorgdheid en het samen fijn willen hebben, nemen vaak toe.

Na de eerste drie maanden

Na de eerste drie maanden neemt de behoefte aan vrijen meestal weer toe. De eerste zwangerschapskwalen zijn weg, je buik is nog niet zo groot en de energie neemt vaak weer wat toe. Bovendien is alles hormonaal beter doorbloed waardoor het libido een enorme boost kan krijgen.
Soms kan deze extra doorbloeding ook gevoelig zijn doordat het vaginale gebied opzwelt.

Richting het einde van de zwangerschap gaat de buik in de weg zitten. Daarnaast zakt de baarmoeder dieper in het bekken en wordt de afstand van je vagina naar de baarmoedermond korter. Druk tegen de baarmoedermond kan leiden tot scherpe pijnen en niet iedere houding is langer prettig. Soms is het goed hiermee juist nu te gaan experimenteren. Probeer wat prettig is en wat juist niet.

Harde buiken na gemeenschap komt regelmatig voor. Deze harde buiken kunnen zelfs dusdanig zijn dat het bijna lijkt op weeën. Bij een orgasme komen hormonen vrij die ervoor zorgen dat je baarmoeder samentrekt. Je kunt hier best van schrikken maar dat hoeft in eerste instantie niet. Kijk wat er gebeurt wanneer je tot rust komt en je een warme kruik, een warme douche of een warm bad neemt: meestal zakken de harde buiken dan langzaam af. Soms kunnen deze harde buiken juist het zetje geven voor de echte weeën wanneer je richting of over de uitgerekende datum loopt.

Soms kan er een beetje bloedverlies ontstaan na het vrijen. Hormonaal is het gebied goed doorbloed, dus ook je baarmoedermond. Komt hier druk op dan kan deze soms vrij makkelijk bloeden. Er knapt dan een klein vaatje in de baarmoedermond, net zoals bij een bloedneus. Vrouwen en met name mannen schrikken hier vaak enorm van. Zoals gezegd, het is normaal, maar mocht je ruim bloed verliezen zo groot als een menstruatie, neem dan wel even contact met ons op.

Vrijen na een bevalling is voor jullie allebei spannend en alleen daardoor al voelt het anders dan normaal. Zo’n eerste keer komt vaak op een onverwacht moment. Voor de een is dit al vrij vlot na de bevalling, voor de andere na enkele weken, maar soms komt dit ook pas na enkele maanden. Het juiste moment voor ‘de eerste keer’ is wanneer jullie daar beide aan toe zijn. Wel is het advies dat de wond met hechtingen goed genezen moet zijn en het bloedverlies alweer iets afneemt.

Misschien is het goed eerst met de spiegel te kijken of te voelen of het (nog) pijnlijk is in dat gebied. Voor je gevoel is de wond vaak groter dan in werkelijkheid. Je hoeft er niet bang voor te zijn dat het litteken weer open zal gaan door het vrijen. Wel kan het litteken in de beginfase iets gevoelig zijn, mogelijk zelf even gevoelloos. Voel zelf wat prettig is en wat niet. Is er geen verbetering en blijft het voor langere tijd pijnlijk, neem dan contact op met ons of de huisarts.

Door mogelijke spanning kun je minder makkelijk vochtig worden. Ook een orgasme kan nog wel een maand of drie uitblijven vanwege alle hormonale veranderingen. Minder makkelijk vochtig worden zie je ook bij vrouwen die borstvoeding geven. Ook hier zijn hormonen de spelbrekers. Glijmiddel en de tijd ervoor nemen kunnen daarbij helpen.

Tot slot

Vaak zie je dat de eerste periode de vermoeidheid nog sterk aanwezig is. Niet alleen de bevalling heeft energie gekost, maar ook het verzorgen van de kleine en de gebroken nachten spelen hierbij een rol. Ook de rolverdeling moet soms even zijn weg vinden. Behalve kersverse ouders zijn jullie ook nog steeds partners van elkaar, de kunst is dit niet uit het oog te verliezen. Bedenk verder wel dat anticonceptie vaak ook weer gaat spelen als je weer gaat vrijen. We zien je graag terug voor een volgende zwangerschap, maar liever als je er zelf weer klaar voor bent!

Waterinjecties

Ongeveer een derde van de barende vrouwen heeft tijdens de bevalling last van lage rugpijn. Het geven van steriele waterinjecties is een manier om bij weeën de pijn in de rug te doen verminderen.

De verloskundige geeft je dan in de onderrug, net onder de huid, vier prikken met een klein beetje steriel water. Dit kan tijdens of buiten een wee gebeuren.

Het prikken kan wel pijn doen, je kunt het vergelijken met een bijensteek. De eerste minuten is de plek waar is geprikt, ook gevoelig. Maar na enkele minuten voel je dat de pijn in de rug van de weeën minder wordt. De waterinjectie heeft ongeveer één à twee uren effect, bij sommige vrouwen zelfs iets langer. Indien nodig kan de behandeling worden herhaald.

De steriele waterinjecties kan de verloskundige thuis en in het ziekenhuis geven zonder dat extra voorzorgsmaatregelen nodig zijn, zoals extra bewaking voor moeder en kind. Dat maakt de injecties tot een veilige, makkelijk toepasbare vorm van pijnverlichting. Bij ruim 80% van de vrouwen geeft het een goed effect: de rugpijn is duidelijk minder. Het verlichtende effect op de pijn is met waterinjecties in het algemeen groter dan warme kruiken, massage, douche of bad.

Deze methode is Scandinavische landen al langer bekend en wordt sinds kort ook in Nederland door de verloskundigen aangeboden. Tot op heden passen gynaecologen de waterinjecties nog niet toe.

Weblinks

www.anticonceptiekompas.nl – info over anticonceptie
www.apotheek.nl – info medicijngebruik en klachten
www.bekkenpuls.nl – info over bekkenbodemspieren en urineverlies
www.bevallingspijn.nl – pijnbeleving en pijnbehandeling tijdens de bevalling
www.bevolkingsonderzoekbaarmoederhalskanker.nl
www.borstvoeding.com – info over borstvoeding
www.borstvoedingnatuurlijk.nl – hulp bij borstvoeding door ervaren en goed opgeleide
www.cicli.nl – eigenlijn rondom bevallen; info over het geboorteplan
www.cjg.nl – over hulp bij de opvoeding
www.hartstichting.nl – site waar je o.a. makkelijk je BMI kunt berekenen
www.hechteband.nl – info over draagdoeken en draagzakken
www.kalkdijkfysio.nl – info over bekkenbodemspieren en urineverlies
www.knov.nl – Koninklijke Nederlandse Vereniging van Verloskundigen; ook info
www.lalecheleague.nl – hulp bij borstvoeding door ervaren en goed opgeleide vrijwilligers
www.leeuwarden.nl – alles over erkennen en aangifte
www.mamaenzo.nl – site over zwangerschap, bevalling; o.a. de badbevalling
www.moedermelknetwerk.nl – info over borstvoeding met name kolven
www.nibud.nl – info over financiële gevolgen van gezinsuitbreiding
www.nvog.nl – Nederlandse vereniging voor obstetrie en gynaecologie
www.piepkleingeboortenetwerk.nl
www.poppoli.nl – popp expertisecentrum Amsterdam
www.prenatalescreening.nl – erfocentrum: info over screening en diagnostiek in de
www.rhesusprik.nl – info over de rhesusfactor in de zwangerschap
www.rijksoverheid.nl – ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
www.rivm.nl – info over verschillende infectieziekten en onderzoeken
www.sichtfriesland.nl
www.slikeerstfoliumzuur.nl – site over het nut van foliumzuur slikken bij kinderwens
www.soaaids.nl – info over SOA’s
www.stichtingslichaamstaal.nl – info over lichaamstaal van de bevalling
www.stuitlig.nl – info over stuitligging
www.tienermoeders.nl – site voor jonge moeders en jonge zwangeren
www.trimbos.nl – info over roken, alcohol, drugs en psychische gezondheid
www.veiligheid.nl – over het voorkomen van ongelukken in en om huis
www.vitamine-info.nl – informatie over vitamines
www.voedingscentrum.nl – alles over veilig en gezond eten in de zwangerschap
www.werkwacht.nl – over werk en verlof
www.zwangernu.nl – info over zwangerschap, met name over combi met diverse ziektes
www.zwangerstraks.nl – info over kinderwens
www.zwangerwijzer.nl – info over de zwangerschap, met name test over je leefstijl in combinatie met zwangerschap zwangerschap

Werk en verlof

Als je zwanger wilt worden en werk je met gevaarlijke stoffen? Wees dan voorzichtig. Bepaalde stoffen kunnen bij mannen en bij vrouwen risico’s opleveren voor de vruchtbaarheid of de gezondheid van jullie kindje. Heb je werk als schilder, schoonmaker, verpleegkundige of laborant, dan moet je alert zijn. Werkgevers hebben een risico-inventarisatie & evaluatie (de RI&E), waarin risico’s voor werknemers staan beschreven. Vraag hiernaar en kijk of je risico loopt. Vraag bij twijfel advies aan je bedrijfsarts.

Schadelijke stoffen

Als je net zwanger bent, is het belangrijk extra alert te zijn op het werken met schadelijke stoffen. Kom je beroepsmatig in aanraking met schadelijke stoffen, meld je zwangerschap dan zo snel mogelijk aan je werkgever. Je kan dan bespreken hoe je zo goed mogelijk beschermd bent, of aangepast werk kunt verrichten.

Kinderziekten

Ook als je in situaties werkt waar het veel kinderziekten voorkomen zoals in de kinderopvang, wees dan extra alert. Kijk ook bij Kinderziekten in het menu Bevalbieb.
Zodra jij je werkgever hebt geïnformeerd over je zwangerschap heb je wettelijk recht op extra bescherming tijdens je zwangerschap in bepaalde situaties.

Afspraak met de verloskundige

Je hoort de gelegenheid te krijgen je verloskundige te bezoeken, ook onder werktijd. Van je verloskundige krijg je een zwangerschapsverklaring, die heeft je werkgever nodig om je zwangerschap te melden bij het UWV, zodat hij een uitkering krijgt om je te kunnen vervangen en jij gewoon je salaris houdt.

Je werkomstandigheden

Als je zwanger bent moet je jezelf extra in acht nemen: stressvolle situaties kunnen invloed hebben op jou en je ongeboren kind. Bespreek de werkomstandigheden met je werkgever en kijk of het werk anders georganiseerd kan worden, of dat werk- en rusttijden kunnen worden aangepast. Kijk nog eens goed naar je CAO. Voor zwangere vrouwen zijn vaak speciale afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over extra pauzes en het draaien van nachtdiensten.

Ziekte tijdens je zwangerschap

Mocht je ziek worden en houdt dit verband met de zwangerschap, dan hoor je dit te melden bij je werkgever, zodat hij een uitkering kan aanvragen om vervanging te bekostigen. Als je langer ziek bent, is het gebruikelijk dat je wordt opgeroepen door de bedrijfsarts. Een ziekteverklaring is niet te verkrijgen via de verloskundige, beroep je in dit geval op je huisarts, gynaecoloog of specialist.

Overleg tijdig met je werkgever over je zwangerschapsverlof. Bedenk ook alvast hoe je je werk en ouderschap wilt combineren.

Iedere zwangere werknemer heeft recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit verlof bedraagt samen minimaal zestien weken. Je mag zelf kiezen of je zes of vier weken voor de uitgerekende bevaldatum met verlof gaat. Ten minste drie weken voordat je met verlof gaat, moet je dit melden aan je werkgever. Tijdens je verlof wordt je salaris doorbetaald, maar hou er rekening mee dat sommige onderdelen wegvallen, zoals inkomsten door overwerk.

Je werkgever mag jou als zwangere niet anders behandelen dan je collega’s. Vermoed je dat je ongelijk behandeld wordt? Dan kun je contact opnemen met Dicriminatie Meldpunt Tumba. Deze organisatie verzorgt voor de Friese gemeenten de uitvoering van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. Zij kijken samen met jou wat er gedaan kan worden om jouw situatie te verbeteren. Ze waarborgen je privacy en behandelen jouw melding gratis en vertrouwelijk. Meer informatie? Kijk op www.tumba.nl

Ziekenhuisbevalling, wat zet je klaar?

Wanneer je naar het ziekenhuis moet of wilt, is het bij zowel de thuis als de poliklinische bevalling het handig dat je een tas klaar hebt staan met:

Klaarzet-tas:

  • Fototoestel en/of videocamera. Let op volle batterij en een lege kaart met voldoende geheugen.
  • Je zwangerschapskaart / je draagboekje
  • Kraamzorgdossier
  • Voor de baby: babykleding (rompertjes, kleertjes, een warm jasje of vestje, mutsjes, sokjes) en omslagdoek. En misschien al de eerste knuffel. Voor het vervoer naar huis: de maxicosi
  • Voor jezelf: schone T-shirts / nachthemd, ondergoed, badjas, badslippers of pantoffels, warme sokken en toiletspullen. Denk ook aan eventueel druivensuiker voor de nodige energie en Labello, voor al dat gepuf…
  • Voor je partner: wat te eten en wellicht een schoon T-shirt.
  • Voor de sfeer: muziek en / of andere dingen waar je je goed bij voelt. Kaarsjes mogen niet in het ziekenhuis, een lampje wel.

Je hoeft geen disposables zoals kraamverband, luiers en flesjes voor flesvoeding mee te nemen. Dat is aanwezig op de kraamafdeling.

Ten slotte: heb je van de verloskundige een injectiepakketje gekregen voor de rhesusfactor?

Dan gaan we ervan uit dat deze je koelkast niet is uit geweest. Denk eraan dit mee te nemen als je naar het ziekenhuis vertrekt.

Zwangerschapscursus

Een zwangerschapscursus kan je volgen om je voor te bereiden op de bevalling en ter ondersteuning van je zwangerschap. Meestal begin je tussen 26 en 28 weken met een cursus, maar dit verschilt per cursus. Er zijn veel verschillende cursussen, bij de één krijg je meer praktische informatie over de bevalling, borstvoeding en over ouderschap, bij een andere cursus leer je meer over bewegen, houdingen en bepaalde ontspanningstechnieken die je kunt gebruiken tijdens de zwangerschap of bij de bevalling. Hieronder vind je enkele cursussen kort uitgelegd: samen bevallen, zwangerschapsyoga, mindfulness, zwangerschapszwemmen en haptonomie.

Samen bevallen

Samen Bevallen is een cursus die je samen met je partner volgt om als team goed voorbereid aan de bevalling te beginnen. Deze cursus biedt praktische informatie over de bevalling. Ook leer je technieken om te gebruiken bij de bevalling. De ondersteunende rol van de partner komt uitgebreid aan bod, zodat je als partner ook actief betrokken kan zijn bij de bevalling. Je volgt de cursus een aantal avonden, met andere koppels.

Zwangerschapsyoga

Zwangerschapsyoga biedt je een vast moment om je bewust te zijn van je zwangerschap. Dit is vaak een actieve cursus. Je leert door verschillende houdingen en ademhalingsoefeningen te ontspannen tijdens de bevalling en je lichaam soepel en sterk te houden in de zwangerschap. Zo ga je dus fit en relaxt de bevalling in. Je volgt de cursus in een groepje met andere zwangere dames, vaak is er wel een partneravond.

Mindfulness

Mindfulness is niets anders dan ‘in aandacht’ leven, je bewust zijn van het ‘hier en nu’. Het geeft ruimte om je zwangerschap en ouderschap bewust te kunnen beleven en ervan te genieten. Je leert hierbij bewust en ontspannen zwanger te zijn en te bevallen, te vertrouwen op je lichaam en in contact te staan met je kindje. Je volgt de cursus met andere zwangere vrouwen, op enkele avonden zijn de partners ook welkom. Er bestaat ook mindfulness voor de aanstaande vader.

Zwangerschapszwemmen

Zwanger zijn en zwemmen is een goede combinatie: in het water ben je bijna gewichtsloos en dat kan je je lichaam wat ontspanning geven. Je doet ook oefeningen om je spieren te versterken en je houding te verbeteren. Deze cursus kan je in een groepje met zwangere vrouwen volgen, of in een groep met partners.

Haptonomie

Bij haptonomie staat het contact maken met het kindje centraal, met je handen op je buik. Je partner leert ook hoe hij het best contact kan maken met de baby. Je leert ook om te gaan met veranderingen in de zwangerschap, je doet oefeningen hoe je de pijn van weeën kan opvangen en je leert perstechnieken. Haptonomie is een cursus die je samen met je partner of alleen volgt, niet in een groep.

Zwangerschapsdiabetes

Het lijkt alsof in de afgelopen jaren veel meer zwangere vrouwen zwangerschapssuiker krijgen. Is de leefstijl of de voedingsstijl opeens zo ongezond geworden? Nee, de oorzaak ligt erin dat in de medische wereld anders over zwangerschapssuiker is gaan denken. De groep zwangere vrouwen die nu in aanmerking komt voor suikertesten is groter geworden en het beleid is strenger geworden.

Voor alle duidelijkheid wat termen: onder ‘suikers’ verstaan we ‘glucose’ en ‘koolhydraten’, een ander woord voor ‘bloedsuikers’ is ‘bloedglucose’ en ‘zwangerschapssuiker’ wordt ook ‘diabetes gravidarum’ genoemd.

Je alvleesklier maakt insuline aan en die stof zorgt er in het normale leven voor dat de glucose in je bloed ook daadwerkelijk als energiebron in je cellen wordt opgenomen. Heb je problemen met de insulineproductie, dan heb je misschien wel genoeg glucose in je bloed, maar komt dit niet op de plek waar het uiteindelijk moet zijn, in je cellen dus.

Je krijgt op die manier erg piekende glucosewaarden. Als je net hebt gegeten, vliegt de suikerwaarde in je bloed omhoog, want de insuline schiet te kort om deze op de juiste plek te krijgen. En via de nieren komt de overtollige, niet opgenomen glucose in de urine terecht. Als je suikerziekte hebt, ben je vaak erg dorstig, moet je veel plassen en ben je erg vermoeid.

Als je zwanger bent, verandert er ook iets aan deze suikerhuishouding: aan de ene kant wordt de alvleesklier geprikkeld om meer insuline te produceren, aan de andere kant kan deze insuline op celniveau minder goed werken door tegenwerkende zwangerschapshormonen. Dus de kans dat in de zwangerschap de glucosewaarden in je bloed verhoogd zijn, is aanwezig, ondanks dat het insulineniveau wel voldoende is. Daarbij zijn bij bepaalde zwangere vrouwen factoren aanwezig die de kans op een disbalans doen verhogen, zoals bijvoorbeeld een hoog BMI of een erfelijke aanleg.

In de zwangerschap wordt voor je eigen gezondheid en dat van je kindje gelet op de glucosewaarden. Standaard wordt dit eenmalig getest bij het eerste bloedonderzoek. Mocht dit afwijkend zijn dan was dat misschien een toevalstreffer, maar dan wordt het nuchter nog wel herhaald.

Bij een groep zwangeren die in de categorie vallen met een hogere kans dan wordt bij 24 tot 28 weken een uitgebreide test gedaan: de glucosetolerantietest. Voor deze test moet je een aantal dagen je voedingspatroon bekijken en dit zo nodig aanpassen.

De test houdt in dat je in de ochtend nuchter je eerste glucose laat prikken. Daarna krijg je een erg zoet drankje, waarna je twee uren rustig moet wachten. Ten slotte wordt er dan een niet nuchtere glucose geprikt. Mocht een van beide waarden afwijkend zijn, spreek je van zwangerschapssuiker, ook al had je zelf nog geen klachten. Want vermoeidheid en vaak plassen kunnen ook typische zwangerschapskwalen zijn.

Als zwangere met een gestoorde suikerspiegel ga je voor een consult naar de gynaecoloog. Het gaat erom dat je met een aangepast dieet je glucosespiegel zoveel mogelijk binnen de perken houdt. Dus een diëtist zal met jou je voedingsgewoonten bespreken en zo nodig adviezen geven, zoals het mijden van zoete producten.

Een diabetesverpleegkundige zal, in opdracht van de internist, met je bespreken hoe je zelf de bloedsuikers in de gaten kunt houden. Er wordt van je verwacht dat je deze waarden regelmatig aan haar en de verloskundige doorgeeft. Kun je met een dieet de bloedsuikers ‘stabiel’ houden, dan blijf je in principe ook voor de verdere controles bij de verloskundige en mag je tot 40 weken gewoon thuis of poliklinisch bevallen.

Ben je met de uitgerekende datum nog niet bevallen, dan wordt de zorg weer overgedragen aan de gynaecoloog en wordt er een inleiding gepland. Mocht je met het dieet geen stabiele bloedsuikers hebben, dan is verdere medicatie nodig en zal de gynaecoloog je verder onder zorg houden. In de meeste gevallen zal de bevalling dan eerder ingeleid worden.

Voor je eigen gezondheid én voor je kindje is het dus belangrijk dat je de bloedsuikers in balans houdt. Met steeds piekende glucosewaarden kunnen deze glucosestromen wel via de placenta bij het kindje komen. Je ziet dat deze kindjes ook harder groeien dan normaal. Grote kinderen kunnen soms problemen hebben met de geboorte. Daarom krijg je ook een aantal keer een groei-echo, om de groei van het kindje extra te controleren.
De bevalling wordt bij zwangerschapssuiker eerder ingeleid omdat er aanwijzingen zijn dat de functie van de placenta al eerder minder wordt. Hierdoor kan de conditie van het kindje ook minder goed worden en daarom wordt er niet te lang afgewacht. Na de geboorte hebben deze kindjes doorgaans meer moeite hun suikerspiegel op peil te houden. Ze waren gewend aan de glucose-input van hun moeder. Extra controles en zo nodig extra zorg is bij dit kindje dan noodzakelijk.
Na de geboorte kunnen zwangere vrouwen met zwangerschapssuiker vaak al direct stoppen met medicatie en /of het dieet. De zwangerschap is dan niet langer een belastende factor. Maar het is voor jou extra goed om op een gezonde leefstijl te blijven letten, zoals gezonde voeding en voldoende beweging en het voorkomen van overgewicht. Het is ook verstandig om later af en toe je bloedsuikers te laten controleren. Bespreek dit ook met je huisarts. Heb je ooit zwangerschapsdiabetes gehad, dan heb je een vergrote kans om later diabetes melitus type II te krijgen.